'Wij waren als broer en zuster'

De fraaie rechtszaal van de Dordtse rechtbank is afgeladen. Veel familieleden van de betrokkenen, maar ook een complete schoolklas. In zo'n sfeer krijgt de handeling in de rechtszaal algauw iets theatraals, alsof er zich een spektakel gaat voltrekken waar we allemaal recht op hebben omdat we ervoor betaald hebben.

Het moet een nare ambiance zijn voor Alex Lankman, de 30-jarige verdachte. Hij is geen beroepscrimineel, maar een brave werknemer, getrouwd en vader van twee kinderen. Hij leidde een voorspoedig leven totdat eind 1993 een simpele brief een krater in zijn bestaan sloeg. De brief was afkomstig uit een psychiatrisch ziekenhuis en bleek geschreven door Tine, een zeven jaar jonger nichtje van Alex.

Tine schreef dat ze in grote psychische nood verkeerde door het seksueel misbruik dat Alex tien jaar eerder van haar had gemaakt. Alex schrok geweldig, al begreep hij de verwijten niet goed. “Ik heb vroeger nooit iets aan haar gemerkt”, vertelt hij zijn rechters. Hij belde naar de inrichting en bood de begeleiders zijn hulp aan. Hij werd bedankt: de behandeling was gericht op de toekomst, niet op het verleden.

Begin 1994 pleegde Tine - 21 jaar oud - zelfmoord. Haar ouders - de oudste zus van Alex en haar man - deden daarop aangifte tegen Alex. Daarmee was de breuk in de familie een feit: een zus die haar eigen broer aangeeft, hun ouders die niet weten wat ze ervan moeten denken. De kampen waarin de familie sedertdien is verdeeld, mijden elkaar ook in de rechtszaal. Af en toe klinkt er gedempt hoongelach van de bankjes als Alex iets zegt.

De officier van justitie, mr. A. Geerars, heeft een zware aanklacht tegen Alex opgesteld: het plegen van ontucht die de dood ten gevolge heeft gehad. Dood door schuld dus. Alex heeft bij de politie de ontucht bekend, maar hij kan niet geloven dat hij haar zelfmoord op zijn geweten heeft. Die gedachte maakt hem wanhopig.

In 1992 begon Tine, na een bezoek aan de Riagg, de verhalen over ontucht met Alex in de familie te verspreiden. Tine's vader sprak er Alex op aan. Alex zei alleen: “Oh, heeft ze daar nog steeds last van.”

Voor Alex waren het altijd kinderlijke, seksuele spelletjes geweest. Ze waren ermee begonnen tijdens logeerpartijen, zo'n keer of tien per jaar. Hij was dertien, zij zes. Strelen, wrijven, kussen - méér was er volgens Alex niet voorgevallen. Hij was zelf nog groen als gras geweest, kind uit een streng, preuts milieu waarin seksuele voorlichting uit den boze was.

Het seksueel geladen contact met zijn nichtje duurde tot Alex' negentiende jaar. Hij kreeg verkering, ging nog even met de contacten met Tine door, maar stopte toen.

De officier heeft zich in de dagvaarding beperkt tot de ontucht in de periode tussen april 1983 en juli 1984: Alex was toen achttien geworden en meerderjarig, Tine nog onder de twaalf. “Ik wil niet de discussie aangaan over het seksuele gedrag op puberale leeftijd”, zegt de officier, “maar de verdachte is doorgegaan toen hij meerderjarig was.”

Volgens Tine heeft Alex ook gemeenschap met haar gehad. Ze heeft dat later opgetekend in het dagboek dat ze in de inrichting bijhield. “Nu pas begin ik te beseffen dat hij mijn leven heeft verwoest”, schreef ze.

De leidende rechter, mevrouw mr. N. van Spronssen, vraagt Alex of er van 1984 tot 1992 - dus na de periode van ontucht - nog contact is geweest tussen hem en Tine.

“Normaal”, zegt Alex. “Totaal geen seks.”

“Heeft u er nog met haar over gepraat?”

“Nee. Ik heb er niet bij stilgestaan dat ze er problemen mee had.”

“Begrijpt u dat nu?”

“Natuurlijk. Ik heb er veel spijt van. Daarom wilde ik haar ook helpen.”

“U was ook pas dertien toen het begon.”

“Ik heb nooit beseft dat het zulke consequenties zou hebben. Wij waren als broer en zus.”

“Volgens u zou zij zelf nooit aangifte hebben gedaan.”

“Die aangifte is niet voor niets door anderen gedaan.”

Die 'anderen' - de ouders van Tine - komen niet ongeschonden uit deze zitting. Zij geven Alex de schuld van de ondergang van hun dochter, maar in hoeverre gaan zij zelf vrijuit?

Tegen een tante heeft Tine gezegd dat zij een moeizame relatie met haar ouders had. Thuis voelde zij zich nooit welkom, de logeerpartijen bij opa en oma waren voor haar een bron van rust. Het was de enige plek waar zij zich veilig voelde. Dat klinkt paradoxaal, want juist op die plek vonden ook de seksuele spelletjes met Alex plaats. Maar misschien heeft ze die spelletjes pas met terugwerkende kracht als bedreigend ervaren.

Waarom ze zich later zo ongelukkig voelde? Tine had de schuld wel eens in percentages uitgedrukt: veertig procent kwam door Alex, veertig procent door haar ouders en twintig procent door haar karakter. De seksuele ervaringen met Alex moeten haar erg verward hebben. Kort voor ze zeventien werd, kreeg ze verkering. Ze was verkrampt en vertelde haar vriendje van haar ervaringen met Alex. Hij was stomverbaasd, want ze had altijd over Alex gepraat alsof het haar oogappel was.

“Op uw negentiende kreeg u verkering”, zegt de rechter tegen Alex, “toch heeft u in die periode nog een keer of drie seksueel contact met haar gehad.”

“Ik weet niet meer precies hoe vaak.”

“Zij moest uw penis kussen.”

“Ja.”

“En u kuste haar geslachtsdeel.”

“Ja.”

“Maar in haar dagboek spreekt zij van een volledige relatie.”

“Zij heeft er moeite mee dat dat niet gebeurd is. Die zware beschuldigingen van haar raken mij enorm.”

“Voelt u zich schuldig?”

“Niet ècht. Niet alléén.”

Een psychotherapeute van het psychiatrisch ziekenhuis vindt het onverantwoord een causaal verband te leggen tussen het seksuele misbruik en de zelfmoord. Tine leed aan een gecompliceerde persoonlijkheidsstoornis en had al als 4-jarig kind problemen. “Het feit van het misbruik kan nooit dé oorzaak zijn van de zelfgekozen dood.”

De officier trekt daarop het tweede deel van zijn aanklacht - dood door schuld - in. “Het kan niet bewezen worden.” Toch ziet hij reden voor een forse eis vanwege de ontucht: een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes voorwaardelijk.

De advocaat, mr. A. de Visser, vraagt om dienstverlening. “Je kunt hem niet voor haar dood laten boeten. Zijn leven zou in één keer verwoest zijn.”

(Het vonnis, twee weken later: een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.) De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams