Samen op zoek naar nieuw smoezenboek

AMSTERDAM, 9 JAN. Heeft Nederland eigenlijk wel slechte managers? Als we afgaan op bedrijfsprognoses en de verschillende nieuwjaarstoespraken van veel bestuursvoorzitters eigenlijk niet. Wanneer een bedrijf op rolletjes loopt, de winst op koers ligt en de aandeelhouders tevreden hun rendement kunnen uitrekenen, is dat in de visie van de gemiddelde bestuursvoorzitter uitsluitend te danken aan excellent management. Gaat het minder goed of is er met het bedrijfsresulaat zelfs sprake van een regelrechte ramp, dan heeft de verantwoordelijke manager een scala aan externe factoren, zoals het weer, de conjunctuur, de rente, de lage dollar, overheidsmaatregelen tot zijn beschikking waar hij zich achter kan verschuilen.

Maar M.W. Dekker, directievoorzitter van NPM, waarschuwde dat het bedrijfsleven in 1996 op zoek moet gaan naar “een nieuw smoezenboek”, omdat het oude niet langer voldoet. Dekker was een van de sprekers op de door het financiële pr-bureau Van Hilten georganiseerde 22ste 'presidents-lunch', waar elf topondernemers zich onder leiding van voorzitter A.H.G. Rinnooy Kan bogen over de stelling: 'Externe invloeden, uitvlucht of uitdaging?'

Het topmanagement van onder meer Otra, Getronics, VastNed, Van Lanschot en Nedschroef zwoegde zich leeg in algemeenheden om een zo exact mogelijke prognose te geven voor 1996, een jaar dat er volgens de betrokken heren voor hun bedrijven economisch niet zo slecht uitziet.

Maar J. Krant, directievoorzitter van bank Kempen & Co, wees op het ambivalente karakter van de discussie: “Het is voor veel bedrijven toch niet of nauwelijks in te schatten wat het nieuwe jaar zal brengen.” Volgens Krant is het de beste oplossing om de in het bedrijfsleven veel gehanteerde schaal van Mock, die kwalitatieve uitspraken over winst koppelt aan harde cijfers, maar onmiddellijk af te schaffen.

J.B. Wolters (Schuttersveld) ging zelfs nog iets verder. “Niet goed functionerend topmanagement is een vaak onderschatte factor van allerlei problemen. Managers die wel oog hebben voor werkgeversclubs, maar niet voor de klant. Daar gaat het soms ernstig mis.”

Voor 'Ome Willem' Edwin Rutten, sinds zijn veertiende zelfstandig ondernemer, klonk het allemaal te simpel. “Hier zitten toch op zijn minst mensen met een opleiding kleuterschool met handelskennis, dus daar moet meer uit kunnen komen.”

Rutten constateerde vervolgens dat er wel erg weinig vrouwen tijdens deze bijeenkomst achter de tafel zaten. Een groep die wellicht wat filosofischer is ingesteld dan het peloton 'driedelig-grijs' dat nu acte de présence gaf. “We luisteren te weinig naar filosofen. Mijn filosofie is dat in de kleinste eenheid alles al besloten ligt. Ik loop over het toneel en spreek een aantal woorden uit. Meer is het niet.”

    • Marc Serné