Reuzen op doel?

In een interview met het Duitse blad Stern heeft secretaris-generaal Jozef Blatter van de wereldvoetbalbond een leuk nieuwtje verteld: de FIFA speelt met het plan om de doelen te vergroten. En niet met driekwart millimeter in de hoogte en anderhalve centimeter in de lengte, maar fors. De hoogte zou met omstreeks 25 centimeter verhoogd worden en de lengte met omstreeks een halve meter. Keepers die nu vrezen voor hun doelmatigheid tussen de palen hebben een kleine troost: als het doorgaat wordt het op zijn snelst de tweede helft van 1998 ingevoerd, dus de heren hebben, indien zij zeer jong zijn, nog de kans voldoende te groeien om (bijna) overal bij te kunnen als de nieuwe maten zijn ingevoerd. Maar voor kleine keepers - laten we zeggen: korter dan 1.80 meter - zal allicht geen toekomst meer zijn. Een doelverdediger als in de jaren dertig Odijk van De Hollandiaan uit Vlaardingen zou het onder de toekomstige afmetingen nooit tot reserve voor het Nederlands elftal hebben gebracht. Odijk was klein van gestalte, maar groot van sprongkracht.

Al heel lang is een doel 2.44 meter hoog en 7.32 meter lang. Een respectabele afmeting. De eerste interland Schotland-Engeland, gespeeld in Glasgow in november 1872, die trouwens geen enkel doelpunt opleverde, hoewel er wederzijds met niet minder dan acht aanvallers werd gespeeld, moest het nog zonder doellatten stellen. Er ging een touw tussen de palen en niet zelden beweerde de ene partij dat de bal onder het touw was doorgegaan, terwijl het andere team volhield dat de bal er boven was gezeild. In datzelfde jaar had het Rotterdamse Sparta een bezoek aan Engeland gebracht en daar waargenomen dat de Britten al met doelnetten opereerden. Dat zelfde jaar werd bij ons het touw afgeschaft en werd de doellat geboren. De afmetingen van de goal waren toen al precies dezelfde als vandaag de dag. Ik neem aan, dat ze in de vorige eeuw tamelijk logisch waren vastgesteld. Een keeper van redelijk postuur en voorzien van een snelle reactie en een lenig spierstelsel werd geconfronteerd met een grote rechthoek, een gapende doelmond, waarin de man niet bij voorbaat voortdurend kansloos was.

Maar een halve meter in de lengte erbij en een kwartmeter in de hoogte kan een geweldig verschil uitmaken. Dat is ook wat de FIFA beweegt: meer doelpunten. Het zal vermoedelijk volop lonen om uit de tweede lijn veelvuldig te schieten. Kortom: de mannen tussen de palen krijgen het een stuk lastiger, al zullen de trainers zich het hoofd breken op tegenmaatregelen. De aloude kreet dat aanval de beste verdediging is, zou extra opgeld kunnen doen. Op eigen helft verdedigen wordt riskanter; het loont de bal op de helft van de tegenstander te houden. Zonder twijfel kan de FIFA dit plan verdedigen door te wijzen op de toegenomen lengte van de huidige mens. Wij worden steeds langer. Ik heb al een kleinzoon die naar de twee meter groeit. Een eeuw geleden was een Westeuropeaan uitgesproken lang als hij de 1.80 meter haalde. Een tijd terug toen de vergroting van de doelen ook al eens, maar toen meer in vragende zin, aan de orde was, redeneerden de tegenstanders dat tegenover de grotere lengte van de aanvallers de eveneens grotere lengte van de verdedigers stond. Maar toen stond men niet een zo rigoreuze doelvergroting voor als nu door de FIFA is aangekaart.

Hoe dit alles uitpakt valt nog niet te zeggen. Misschien besluit men uiteindelijk wel tot enig inbinden: wel grotere doelen, maar niet per halve meter. Ten slotte kan men wel zeggen dat het doel alle middelen heiligt, maar het kan toch niet de bedoeling zijn alle keepers voortdurend kansloos te maken. Het baantje is al moeilijk genoeg.

    • Herman Kuiphof