Nieuwjaarsboodschap van Geelhoed

De ophef die het traditionele nieuwjaarsartikel van topambtenaar Geelhoed dit jaar heeft veroorzaakt, wekt verbazing. De commotie valt uitsluitend te verklaren uit het feit dat de vaderlandse media collectief lijden aan het 'bijkans onuitroeibare misverstand dat de onderlinge herpositionering van overheid en markt zou neerkomen op een eenzijdig terugtreden van de overheid' (citaat uit het bewuste artikel). Commentatoren hebben eraan herinnerd dat Geelhoed en een stoet van zijn ambtelijke slippendragers op het ministerie van economische zaken al jaren pleiten voor minder overheidsbemoeienis met het reilen en zeilen van de economie. Nu zou de topman van EZ opeens van zijn geloof zijn gevallen, omdat hij zich tevens voorstander toont van daadkrachtige sturing door de overheid. Niets is minder waar.

In een moderne verzorgingsstaat is de overheid verantwoordelijk voor de beschikbaarheid en de kwaliteit van een groot aantal voorzieningen. De voortbrenging van die voorzieningen kan de overheid in de regel beter overlaten aan het particulier initiatief. De ervaring leert dat na privatisering van activiteiten de doelmatigheid met tien tot tweehonderd procent toeneemt. Privatisering is dus in het belang van alle burgers, die zodoende méér waar voor minder belastingguldens krijgen. Zo gezien bestaat er alle aanleiding de produktie van voorzieningen vaker uit te besteden of over te laten aan de marktsector.

De afgelopen jaren is ook in ons land een voorzichtig begin gemaakt met de privatisering van sommige overheidstaken. Daarbij zijn forse blunders gemaakt, bijvoorbeeld wanneer een ambtelijke dienst of staatsbedrijf een privaat monopolie wist te verwerven (loodswezen, kadaster). In dat geval rollen te hoge tarieven uit de bus. Juist naarmate de overheid meer overlaat aan het particulier initiatief, moeten de spelregels beter worden gehandhaafd. Dat vergt onder omstandigheden doortastend optreden van de kant van de overheid.

Zo dient een slagvaardige overheid erop toe te zien dat geleverde diensten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en dat marktpartijen geen misbruik maken van hun machtspositie. Effectieve onderlinge concurrentie dient producenten te bewegen tot het leveren van optimale prestaties tegen minimale prijzen. Daaraan schort het nog vaak. Geelhoed zegt het niet met zoveel woorden, maar delen uit zijn artikel vallen te lezen als een scherpe aanklacht tegen het huidige overheidsoptreden.

Sommige klassieke taken van de overheid lenen zich moeilijk voor privatisering (openbaar bestuur, wetgeving, politie, buitenlandse betrekkingen). Juist aan de uitvoering van die klassieke overheidstaken schort op het ogenblik veel. De zich al meer dan twintig jaar voortslepende discussie over de bestuurlijke herindeling van Nederland biedt een schrijnende illustratie van het onvermogen van bestuurders orde op eigen zaken te stellen. De kwaliteit van de wetgeving laat veel te wensen over. De IRT-affaire heeft het afgelopen half jaar ten onrechte de aandacht afgeleid van het gebrekkige functioneren van de politie in haar geheel. Het apparaat kampt met de naweeën van een ingrijpende reorganisatie en de terreur van dienstroosters en archaïsche arbeidsvoorwaarden. Dienders zijn hierdoor op maximale sterkte aanwezig wanneer de behoefte aan hun inzet het geringst is.

Onze buitenlandse diplomatie wordt gekenmerkt door een reeks opzienbarende fiasco's en niet alleen bij de bezetting van internationale topposities. Ook de netwerken in Brussel - van vitaal belang bij de behartiging van nationale belangen - zijn slechts zwak ontwikkeld. Hierdoor staat Nederland achteraan in de rij, wanneer de uitdeling uit de vleespotten van de Europese Unie begint. Voor het eind van deze eeuw is ons land zo betrekkelijk geruisloos de in verhouding grootste netto-betaler van de Unie geworden.

Een betere vervulling van de klassieke overheidstaken zou in Den Haag veel hogere prioriteit moeten krijgen. Het beleid moet verder helder en consistent zijn, en niet troebel en zwalkend, opdat burgers en ondernemers weten waar zij aan toe zijn. Het tegendeel is thans vaak het geval. Nederland kampt met chronische beleidsdiarree, die behalve in uitscheiding van grote hoeveelheden bedrukt papier vooral blijkt uit onrustige en slecht te handhaven wetgeving. Eén voorbeeld, dat moeiteloos met andere kan worden aangevuld, betreft de verzekering tegen ziektekosten. Het vorige kabinet streefde naar een nieuw stelsel van zorgverzekeringen. Daartoe is in 1992 voor 7 miljard gulden aan voorzieningen uit polissen van particulier en in het ziekenfonds verzekerden overgeheveld naar de AWBZ, een volksverzekering. Die voorzieningen zijn tien dagen geleden weer teruggeheveld. Gaande de rit bleek de stelselherziening onuitvoerbaar, zoals kritische waarnemers al enkele jaren geleden hadden voorspeld.

De Nederlandse overheid gaat al jaren gebukt onder een overmaat aan beleidspretenties. Beleidsmakers zijn vooral overvraagd geraakt, omdat belangengroepen van de overheid een oplossing of ten minste een flinke subsidie verlangen voor alle ongemakken waarmee hun achterban te maken heeft. Inmiddels wekt het overheidsapparaat associaties met de Leviatan, een bijbels monster van reusachtige afmetingen, maar dan wel een Leviatan zonder veel tanden.

Door de overheid georganiseerde of bekostigde voorzieningen kunnen vaak veel doelmatiger worden voortgebracht door de markt meer ruimte te geven. Daarbij kan worden volstaan met minder, maar wel veel doeltreffender overheidssturing. Die consistente nieuwjaarsboodschap wilde Geelhoed overbrengen. Afgaande op de reacties hebben velen zijn pointe vorige week gemist.