Moerstraten wil monument niet kwijt

Het dorp Moerstraten in West-Brabant dreigt bij de komende gemeentelijke herindeling zijn oorlogsmonument kwijt te raken, tot ongenoegen van veel bewoners.

WOUW, 9 JAN. Op de plaats waar na de strijd om Moerstraten negen gesneuvelde Canadezen een tijdelijk graf kregen, bouwde terrazzo-werker Umberto Mion een oorlogsmonument, dat op 26 augustus 1944 werd onthuld. Volgens kranten uit die tijd is het het eerste monument voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

Moerstraten (500 inwoners) maakt deel uit van de gemeente Wouw (8.500 inwoners), die verder nog drie kerkdorpen telt: Heerle, Wouwse Plantage en Wouw, met ruim vierduizend inwoners de grootste kern. Dat straks de gemeente wordt samengevoegd met Roosendaal, daarbij hebben de inwoners zich inmiddels morrend neergelegd. “Roosendaal is geen platteland, heeft een andere mentaliteit. En ze willen Wouw opslokken. Het zou eeuwig zonde zijn als onze cultuur, identiteit en ons karakter verloren gaan”, vindt gemeentevoorlichter W. Potters.

Wouw gaat echter niet geheel op in Roosendaal: enkele vierkante kilometers belanden door een grenscorrectie in de gemeente Bergen op Zoom, waaronder het hoekje waarin het monument ligt. En dat zint de bevolking nog minder. Om het monument niet te verliezen stuurde het Wouwse college van B en W begin december vorig jaar een brief naar staatssecretaris Van de Vondervoort (binnenlandse zaken), om te vragen of de grens met Bergen op Zoom anders kan worden vastgesteld. “Op die brief hebben we nog steeds geen antwoord gekregen”, zegt Potters. Een woordvoerder van het ministerie wijt dit aan kerstpost en kerstreces.

De nieuwe gemeentegrens met Bergen op Zoom moet volgens de Moerstraatse bevolking ongeveer honderd meter worden verlegd om het oorlogsmonument voor het dorp te behouden. Volgens Potters zijn er twee mogelijkheden. In de wet voor de Noordbrabantse herindeling kan een amendement voor grenscorrectie worden opgenomen. “Al is het maar tweehonderd vierkante meter. De betrokken gemeenten en VVD-raadsfracties willen zich daar sterk voor maken. Alleen is het onduidelijk of de nieuw te kiezen gemeenteraden er ook zo over denken”, realiseert Potters zich. De woordvoerder van het ministerie zegt dat de wet niet hoeft te worden afgewacht, omdat op het stukje grond van het monument geen mensen wonen en omdat het een binnenprovinciale grenscorrectie is. “De gemeenten kunnen zelf nog voor 1997 via Gedeputeerde Staten een grenscorrectie realiseren. Dat lijkt mij ook het meest voor de hand liggend.”

De tweede mogelijkheid is de herindeling afwachten en vervolgens een nieuwe procedure voor grenscorrectie starten. Dit is volgens Potters en de woordvoerder een onzinnige omweg.

Voorzitter C. Loos van de Moerstraatse Oranjevereniging maakt het niet uit hóe het gebeurt: “Wij willen ons monument niet kwijt.” Zijn organisatie herdenkt jaarlijks in mei en oktober de negen gesneuvelden bij het monument in een hoekje van het Pottersbos. Loos was een jochie van tien toen in de zomer van 1944 de Canadese bevrijders met hun tanks de Duitse kanonlinie in het bos achter zijn ouderlijk huis veroverden. “Ik zie de Duitsers hier nog door het bos sluipen, terwijl de granaten rondom hen insloegen. Ze kwamen doodsbang over het erf rennen.”

“Hier werd behoorlijk hard gevochten”, herinnert Loos zich. Op de hoek van de Luienhoekweg en de Moerstraatsebaan kregen de gesneuvelden een tijdelijk graf, na de oorlog werden ze herbegraven op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Bergen op Zoom.

Loos legt uit waarom het monument bij Moerstraten hoort: “Het dorp is gevoelsmatig onlosmakelijk met het monument verbonden. Destijds heeft de Moerstraatse bevolking - onze ouders - veel geld bijeen gebracht. Heel de streek kent het, de toeristische West-Brabantroute komt erlangs en de kinderen van onze basisschool hebben het monument geadopteerd.” Potters vult aan: “De gemeente heeft het tien jaar geleden voor veel geld gerestaureerd. In 1995 zijn er bussen vol veteranen speciaal voor naar Moerstraten gekomen, dat was heel emotioneel. De ambtenaren in Wouw en de mensen in Moerstraten zijn erg begaan met het monument en je moet maar afwachten of die verbondenheid er zal zijn met Bergen op Zoom.”