Maceo Parker ziet voor zijn funk een zonnige toekomst; Machines produceren geen soul

De Amerikaanse altsaxofonist Maceo Parker had zijn leerschool bij de soul- en funkpionier James Brown. Inmiddels heeft Parker, die morgen en overmorgen optreedt in Nederland, een succesvolle solo-carrière opgebouwd. Aan funk is hij altijd trouw gebleven. “Ik denk dat jonge mensen genoeg hebben van hip hop en rap als dansmuziek”, zegt hij.

Optredens Maceo Parker's Roots Revisited feat. Fred Wesley: 10/1 Noorderligt, Tilburg; 11/1 Oosterpoort, Groningen.

Altsaxofonist Maceo Parker (52) mag dan tot diep in de nacht door zijn gegaan met zijn party-funk in Paradiso, de ochtend erna zit hij fris als een hoentje in zijn Amsterdamse hotelkamer. Zelfs het onberispelijke grijze streepje snor op zijn bovenlip glimt. Het langgerekte 'I feel good' van zijn concert geldt kennelijk nog steeds, en, zo zal hij tijdens het gesprek uitleggen, dat is precies de essentie van zijn muziek. “Een groot deel van de aantrekkingskracht van funk komt door de uitgelaten sfeer die erom heen hangt. Het is happy music. Ik denk dat jonge mensen genoeg hebben van hip hop en rap als dansmuziek omdat het teveel in zichzelf is gekeerd.”

Vooral in Europa trekt Maceo Parker sinds enige jaren volle zalen met zijn Roots Revisited. Hij ontleent zijn succes al lang niet meer aan zijn reputatie als eerste blazer in de band van James Brown, hoewel veel van zijn repertoire uit die tijd stamt en zijn compagnons op het podium, de trombonist Fred Wesley en soms de tenorsaxofonist Pee Wee Ellis, eveneens uit de JB-stal komen. Parker is inmiddels zelf een showman van formaat. Niet met de bezwete borst, spuuglok en de eindeloze soul-kreetjes van zijn leermeester, maar gehuld in een smetteloos double-breasted pak en geneigd tot strak afgemeten, maar ontspannen danspassen.

Miss Candy Dulfer, die Parker nogal eens een gastrol laat vervullen als ze in de buurt is, vervolmaakt het feestje. “Candy speelt meer noten dan ik”, zegt Parker over de Nederlandse altsaxofoniste. “Ik houd ervan om op het podium rond te hangen. Af en toe blaas ik een riedel. Maar Candy heeft stijl en ze is zonder twijfel funky.”

Funk vertoont een zekere hang tot (zelf)verheerlijking. George Clinton en James Brown zetten zichzelf in de spotlights en laten zich uitgebreid. Het feit dat Parker tijdens concerten zowel zijn trombonist Wesley, Candy Dulfer en enkele dansgrage dames uit het publiek voor het voetlicht brengt in plaats van zichzelf, is opvallend. “Ik heb bij James Brown precies geleerd hoe je zoiets niet moet doen”, zegt Parker lachend.

De naam James Brown is gevallen, wat Parker ertoe aanzet zijn verhaal te doen over een van de voornaamste zwarte muzikanten uit de jaren '65-'75. Parker had als alt- en baritonsaxofonist vanaf zijn komst in 1964 een belangrijke rol in Browns band, maar probeerde in de jaren daarna herhaaldelijk een solocarrière te beginnen. “Dat lukte pas toen ik was afgestudeerd aan de James Brown University”, zegt hij. “Nadat ik de hele wereld met hem had rondgetoerd, en alle ins en outs van zijn optredens had meegemaakt, kon ik in de jaren tachtig definitief mijn eigen groep beginnen. Ik was bang anders een oude man in de schaduw van een ster te worden.” Een mogelijke, al was het maar incidentele reünie met James Brown, acht hij trouwens niet waarschijnlijk. Ze spreken elkaar nog wel af en toe op festivals, maar dan als collega-bandleiders.

Wat hield die JB-leerschool eigenlijk in? “Ik heb nooit gedacht dat ik zou gaan zingen”, zegt Parker. “Als ik dat eerder had geweten, was ik waarschijnlijk meer een Ray Charles-achtige richting opgegaan. Ik heb wat maniertjes van James Brown overgenomen, maar zeker niet alle. James' gegrom en gekrijs, zijn uh's, yeah's en hit me's zijn niet mijn stijl. Ik ben toch in eerste plaats een instrumentalist. James daarentegen is een geboren zanger.”

Over zijn bijdrage aan de muziek van JB zegt Parker: “Hij pikte mij eruit om vrijwel alle solo-ruimte in te vullen. Op een gegeven moment zag hij dat de plaatverkoop steeg als ik de hoofdrol had in een nummer. Bovendien kon hij de instrumentale B-kant van singles aan mij overlaten. Daardoor werd mijn inbreng cruciaal voor de James-Brown-sound.”

Hoewel een aantal JB-hits, zoals 'Papa's Got a Brand New Bag', op Parkers naam staan, spreekt hij tegen dat hij als liedjesschrijver veel heeft betekend. “Die nummers ontstonden ter plekke. Sommige waren direct of indirect afgeleid van andere nummers. Er kwam geen papier aan te pas. De bassist kwam met een baslijn, de drummer met een bijpassend ritme en dan zocht ik er tenslotte een arrangement bij voor de blazerssectie.”

Nog altijd bestaan die arrangementen bij Parker uit een simpel, steeds herhaald, tweestemmig motiefje, maar als dat messcherp wordt gespeeld komt de gesyncopeerde groove die eigen is aan funk, pas goed op gang. Parker, die op dit punt beland zichtbaar zin krijgt om zijn sax te pakken: “Ik hoor die noten in mijn hoofd een fractie voordat ik ze speel. Soms zijn het fragmenten uit eerdere solo's, maar het kunnen ook traditionele begeleidingen zijn die ik eerder gehoord heb, bijvoorbeeld bij big bands. Toen ik bij Bootsy Collins speelde, deed ik er vaak ook nog een flinke scheut latin-feel bij. Dat vond Bootsy leuk.”

Op zijn cd Southern Exposure (1993) voert Parker een jazz-standard uit, 'The Way You Look Tonight', en op andere cd's speelt hij enkele nummers in driekwartsmaat, maar voor de rest heeft hij een voorkeur voor eenvoud, om zoveel mogelijk publiek aan zich te binden. Het is niet toevallig dat de meeste cd's van Parker live zijn opgenomen. “Afhankelijk van het publiek stijgt of daalt de temperatuur en het tempo, en dat maakt elk optreden anders.”

James Brown en Maceo Parker - of liever gezegd: hun platen - zijn in de afgelopen jaren door dj's, scratchers en samplers geplunderd wegens hun onuitputtelijke bron van grooves, shouts en drumlicks. In het cd-boekje van een van Parkers laatste cd's, Life on Planet Groove (1992), fulmineert Cliff White tegen de hersenloze reproduktietechnieken van de computergeneratie. Parker zelf is iets milder hierover, maar toch: “Machines maken geen muziek met soul. Het leeft niet. Zonder instrumenten mis je de lijfelijke energie van het spelen. Bovendien is het visueel onaantrekkelijk. Dus ik maak me geen zorgen over de toekomst van de live-dansmuziek.”

Parker begint hard te lachen bij de vraag of hij van plan is even lang door te gaan als James Brown, die inmiddels tegen de zeventig loopt. “Zo lang als mij de kans wordt geboden, ga ik door.” Het idee om, als hij geen puf meer heeft om op te treden, eventueel 'Professor of Funk' te worden aan een Amerikaanse universiteit, spreekt hem wel aan.

In 1996 komt een video uit getiteld Soundtrack, een live-registatie van een concert in Duitsland. De gelijknamige cd is reeds verkrijgbaar op BMG.

    • Viktor Frölke