Inspectie stelt onderzoek in; Kinderchirurgen uit elkaar gehaald wegens conflict

UTRECHT, 9 JAN. De directie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht heeft besloten het hoofd van de afdeling kinderchirurgie en een daar werkzame chirurg niet meer te laten samenwerken.

De een houdt zich uitsluitend bezig met patiëntenzorg, de ander alleen met onderzoek en onderwijs. “We hebben ze uit elkaar gezet. We zijn de zaak aan het deëscaleren”, aldus algemeen-directeur J. Rozendaal van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Een commissie van externe deskundigen gaat binnenkort de problemen bestuderen.

In december ontzegde de directie een kindercardioloog, werkzaam op een andere afdeling, de toegang tot het ziekenhuis. De arts maakte volgens de directie te vroeg en onnodig de resultaten bekend van een intern onderzoek naar het sterftecijfer bij gecompliceerde hartoperaties. Uit de voorlopige resultaten was gebleken dat het sterftecijfer bij deze operaties sinds 1991 gemiddeld twintig procent hoger lag dan de sterftecijfers in centra voor hartchirurgie in het buitenland. De kindercardioloog zou door het openbaar maken van de resultaten “disloyaal aan zijn eigen medische team” zijn geweest.

De inspecteur voor de gezondheidszorg in Utrecht, J. Remmen, stelt op dit moment een onderzoek in naar de problemen op de beide afdelingen. Volgende week worden de resultaten daarvan bekend en zal de inspectie eventuele maatregelen nemen, aldus een woordvoerder van de inspecteur.

Patiëntjes die zijn geïndiceerd voor een gecompliceerde hartoperatie worden door het Wilhelmina Kinderziekenhuis sinds december doorverwezen naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Het Utrechtse ziekenhuis wil de gecompliceerde operaties pas weer uitvoeren als de definitieve resultaten van het onderzoek naar de sterftecijfers bekend zijn. De voorlopige resultaten worden geanalyseerd door een Amerikaanse kindercardioloog uit New York. Het ziekenhuis hoopt dat de deskundige voor het einde van deze maand met zijn aanbevelingen komt. Daarna wil het ziekenhuis de hartoperaties hervatten.

De Nederlandse Hartstichting zegt zich zorgen te maken over de continuïteit van zorg aan hartpatiëntjes in Utrecht door het vertrek van de cardioloog. De Hartstichting is het eens met het besluit van het ziekenhuis om voorlopig geen gecompliceerde operaties te verrichten, en vindt dat het ziekenhuis in afwachting van de definitieve resultaten van het onderzoek naar de sterftecijfers eveneens “uiterst terughoudend” moet zijn met het verrichten van lichtere operaties. De Hartstichting adviseert bezorgde ouders om zich in geval van twijfel, na overleg met de huisarts, in verbinding te stellen met het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam.