Fries verplicht, wel met ondertiteling

Sinds drie jaar geven naar schatting drie van de vier middelbare scholen in Friesland hun leerlingen Fries in de basisvorming. Enkele weken terug kwam de eerste professionele lesmethode uit: 'Flotwei Frysk'.

LJOUWERT, 9 JAN. “Mevrouw, wat betekent 'haadstik'?” Een leerling van de eerste klas vbo/mavo van de Leeuwarder Scholengemeenschap Slauerhoff tuurt naar het bord. Daarop schrijft lerares Fries H. de Jong het huiswerk voor de volgende week: 'Haadstik 1: ôf. Side 24: meitsje' (Hoofdstuk 1: af. Bladzijde 24: maken). “Hoofdstuk”, antwoordt ze.

Na de les vertelt De Jong dat ze zichzelf nog voortdurend moet “ondertitelen”. En dat ze bij sommige leerlingen moet vechten tegen een muur van vooroordelen. Vooral bij kinderen uit Leeuwarden. Voor niet-Friezen wellicht een merkwaardig verschijnsel, maar voor 'stadsfriezen' niet. In veel Friese steden wordt namelijk geen Fries, maar stadsfries (in Leeuwarden het 'Liwadders') gesproken: een mengeling van Nederlands en verbasterd Fries.

Bovendien zijn kinderen soms niet gemotiveerd door de sceptische reactie van ouders, ervaart De Jong. “Het komt voor”, vertelt ze, “dat Friestaligen hun kinderen bewust Nederlandstalig opvoeden. Sommige ouders denken dat je daar verder mee komt. Ze vinden Fries niet belangrijk.” Of zoals een leerling later toelicht: “Ik heb Fries later niet nodig. De Friezen verstaan immers wel Nederlands.” Maar zijn lerares is het daar niet mee eens: “Als je in een tweetalige provincie woont als de onze is het alleen maar een voordeel dat je Fries kunt verstaan en spreken. Vooral in bepaalde beroepen zoals de zorgsector en de dienstverlening.”

'Flotwei Frysk' (oplage 5.000) is het eerste professionele lesboek voor Fries in de basisvorming. Het werd in korte tijd ontwikkeld door de Algemiene Fryske Underrjocht Kommisje (Afûk) en de Groningse uitgeverij Wolters-Noordhoff en kreeg dezelfde opbouw als het leerboek bij Nederlands. Dat heeft als voordeel dat leerlingen bepaalde algemene vaardigheden zoals interviewtechnieken, verkleinwoorden of meervouds- of werkwoordsvormen, bij maar één vak hoeven te leren - een van de oogmerken van de basisvorming. De Jong: “Wel komen nadrukkelijk de verschillen aan de orde. De vakken versterken elkaar daardoor.”

Hoewel het Fries dankzij het lesboek volwassener lijkt geworden, heeft het vak toch nog een onduidelijke status. Weliswaar is het verplicht in de basisvorming - een uur per week - maar ontheffing is mogelijk. Die wordt bijvoorbeeld verstrekt aan scholen op de Waddeneilanden en de Stellingwerven, waar geen Fries wordt gesproken. Binnen vijf jaar moet het Fries een geheel volwaardig vak zijn geworden, stelt A. Riemersma, die als coördinator 'Frysk yn e basisfoarming' de ontwikkeling van het leerplan en de kerndoelen begeleidde.

Riemersma vindt dat er eigenlijk meer lesuren moeten worden ingeruimd voor Fries. Maar dat is onmogelijk, zo liet staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) bij de presentatie van de lesmethode weten: de lessentabel staat vast en het ministerie bekostigt maximaal 32 lesuren. Wel opperde ze een andere mogelijkheid. Het zou mogelijk zijn vakken als geschiedenis, biologie, gymnastiek en expressievakken in het Fries te geven. Dat wil zeggen: de lesboeken in het Nederlands, maar de uitleg van de docent in het Fries.

Riemersma ziet daar wel wat in. Friese kinderen kunnen reageren in hun moedertaal en Nederlandstaligen reageren in het Nederlands. “Dit zogeheten a-symmetrisch taalgebruik sluit aan bij de tweetalige praktijk in onze provincie”, vindt eindredacteur G. Jelsma. “Fries is de tweede rijkstaal in Nederland. In die zin zijn beide talen gelijkwaardig.”

In 1980 kwam het Fries als vak op het lesrooster van Friese basisscholen. Het werd beschouwd als een voorwaarde in een tweetalige maatschappij waar 55 procent van de inwoners Fries thuis als voertaal heeft en 70 procent het kàn spreken. Uit een onderzoek van de Fryske Akademy blijkt bovendien dat 95 procent van de 600.000 inwoners van Friesland Fries verstaat.

De invoering van Fries op de basisschool ging gepaard met veel rumoer. Veel minder was dat het geval bij de invoering van het vak Fries in de basisvorming, drie jaar geleden. “Het vak was een logisch vervolg op de Friese les op de basisscholen”, verklaart Riemersma. In de basisvorming leren leerlingen Fries niet alleen verstaan, lezen en schrijven, maar ook spreken. Dat is moeilijker, want de spreker moet een psychologische drempel over. Gek genoeg lukt dat beter bij echte niet-Friestaligen (in tegenstelling tot de zogeheten tweede-taalleerders die het Fries wel verstaan, maar niet spreken). De Jong: “Ik heb een Russisch meisje op school dat heel fanatiek was met Fries. Ze wilde het per se leren spreken. Om er bij te horen.”

Niet elke middelbare school heeft Fries in het lesprogramma opgenomen. Dat is het geval bij naar schatting een op de vier middelbare scholen. Zoals op de regionale scholengemeenschap Simon Vestdijk in Harlingen. Rector F. Boersma zag geen heil in het vak. Uit een enquête onder leerlingen bleek dat slechts een derde het Fries actief beheerst. Boersma vindt bovendien één uur veel te weinig om het vak echt onder de knie te krijgen.

Boersma: “Dat is een zoethoudertje. De politiek zegt: je mag het geven, het hoeft niet en zie maar waar je het geld vandaan haalt. Dan denk ik: onze leerlingen moeten voldoende toegerust zijn voor de maatschappij en die is groter dan Friesland.” Maar lerares De Jong pareert: “Als je leerlingen geen gelegenheid geeft Friese les te volgen, versterk je de vooroordelen alleen maar. Het onbekende blijft zo onbemind.”

    • Karin de Mik