EU: Den Haag moet tekort extra verlagen

DEN HAAG, 9 JAN. Verdere verbetering van de overheidsfinanciën moet voorrang houden in het Nederlandse beleid. De voorgenomen verlaging van het financieringstekort is onvoldoende om een behoorlijke daling van de staatsschuld te bereiken. Daarom moeten 'meevallers' als gevolg van hogere dan geraamde economische groei de komende jaren grotendeels gebruikt worden om het begrotingstekort extra te verlagen.

Dit schrijft de Europese Commissie in een rapport over de Nederlandse economie, dat kort geleden is gepubliceerd. De beoordeling van de Commissie is van groot belang in het licht van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Nederland heeft vorig jaar een zogenoemd convergentieprogramma ingediend bij de Europese Commissie om te voldoen aan de criteria die gesteld zijn in het verdrag van Maastricht voor deelname aan de toekomstige gemenschappelijke munt. De Commissie beoordeelt in hoeverre Nederland hieraan voldoet.

Bij een matige economische groei en een lage inflatie duurt het uitzonderlijk lang voordat de staatsschuld van een land de referentiewaarde van het verdrag van Maastricht nadert. Volgens het rapport van de Commissie zou Nederland het financieringstekort permanent tot 1,3 procent van het bruto nationale produkt moeten verlagen, wil het in tien jaar tijd bij een nominale groei van vijf procent een daling van de staatsschuld bereiken tot de norm van zestig procent die is gesteld in het verdrag van Maastricht. Volgens de Miljoenennota 1996 bedragen het financieringstekort dit jaar 2,8 procent van het bnp en de staatsschuld 78,4 procent.

Het voorstel dat in Nederland soms wordt gedaan om bij de berekening van de staatsschuld rekening te houden met het vermogen van het ambtenarenpensioenfonds ABP, wijst de Europese Commissie van de hand. De Commissie onderschrijft het voornemen van de Nederlandse regering uit de jongste Miljoenennota om de staatsschuld verder te verlagen, zodat de rentegevoeligheid van de begroting kleiner wordt en er ruimte ontstaat om de toekomstige kosten van de vergrijzing te kunnen opvangen.

Over het algemeen is de Europese Commissie te spreken over de Nederlandse economische prestaties van de afgelopen jaren. De recessie die andere Europese landen begin jaren negentig trof, was in Nederland minder diep, terwijl het herstel forser was dan het Europese gemiddelde. De lage inflatie, het relatief lage rentepeil en de handhaving van de stabiele koppeling van de gulden aan de D-mark tijdens de valutacrises van 1992-93 worden eveneens geprezen. Nederland voldoet wat dit betreft ruimschoots aan de criteria van het verdrag van Maastricht.

Kritiek heeft de Commissie wel op de starheden in de Nederlandse economie, zowel op de markten voor goederen en diensten als op de arbeidsmarkt. In een overzicht van gereguleerdheid van Europese markten, gebaseerd op gegevens over 1994, staat Nederland op de laatste plaats, maar door de recente aanpassingen van de winkelsluitingswet en de vestigingswet en het actievere anti-kartelbeleid is dat vermoedelijk achterhaald.

Hoewel het rapport de voornemens van de Nederlandse regering om de arbeidsmarkt te versoepelen prijst, beklemtoont de Europese Commissie dat de arbeidsparticipatie in Nederland nog altijd tot de laagste in Europa behoort. Door de groei van het arbeidsaanbod blijft, ondanks de groei van de werkgelegenheid, de werkloosheid in Nederland hoog.

    • Roel Janssen