'Vrijdag de dertiende ga ik naar het casino'

Onder een ladder doorlopen, dat doe ik dus niet. Brengt ongeluk, hè. Net als het getal 13. Maar dat heb ik zelf dus nooit zo ervaren. Ik heb het altijd een mooi nummer gevonden. Als kind al, waarschijnlijk omdat mijn voorbeeld ook met 13 speelde.

Ik speelde vroeger met andere nummers op m'n shirt. Je kreeg ze toegewezen, vandaar. Stuk voor stuk waren het nietszeggende nummers, ik herinner ze me niet eens meer. Drie jaar geleden, toen ik in het eerste van Rohda kwam, mocht ik zelf het nummer kiezen waarmee ik wilde spelen. Dat was niet zo moeilijk: 13 dus. Het is een getal met uitstraling, hè. Het laat tenslotte niemand onberoerd. Kijk maar naar vliegtuigen, rij 13 ontbreekt altijd. Ik zal misschien ook wel meer opvallen omdat ik 13 draag. Maar daar gaat het bij mij niet om. Ik ben het me althans niet bewust.

Dat eerste jaar in Rohda 1 bereikten we meteen de zaalfinale in Ahoy' in Rotterdam, zeg maar het Wembley van de korfbalsport. We wonnen ook nog. En ik had natuurlijk 13 op m'n rug. Je zult mij niet horen zeggen dat we dáárdoor wonnen. Als ik 5, 12 of van mijn part 26 had gedragen, hadden we ook heus wel gewonnen. Korfbal is tenslotte een teamsport. Maar ik zou er niet aan moeten denken dat ik voor zo'n wedstrijd m'n shirtje vergeet en in het hempie van iemand anders moet spelen. Met zo'n nietszeggend nummer als 5 of 12. Dan zou ik naar huis in Amsterdam bellen en zeggen dat ze als een gek die 13 moeten komen brengen. Voor iedere wedstrijd trek ik ook altijd 13 tellen uit voor allerlei rek- en strekoefeningen. Rechterbeen 13 tellen, linkerbeen 13 tellen, lies rechts 13 tellen, lies links 13 tellen, enzovoorts. Het is moeilijk uit te leggen waarom. Maar het zal wel om dezelfde reden zijn waarom ik op vrijdag de 13de naar het casino ga en bij roulette dan op 13 inleg: je denkt toch dat het misschien wel een beetje geluk brengt.

    • Paul de Lange