Vluchtelingen leren fietsen begeleid door veeltalige kakofonie

Voorstelling: Transit door theatergroep Wederzijds, vanaf 6 jaar. Idee en regie: Ad de Bont. Muziek : Guus Ponsioen. Spel: Gerold Guthman, Janneke Heinsius, Bram Kwekkeboom e.a. Info: 020-6824854

Ad de Bont is de auteur van Mirad I en Mirad II, aangrijpende teksten over een jonge Bosnische vluchteling die de afgelopen twee seizoenen door jeugdtheatergroepen in Nederland en in heel Europa als theatrale lezing gebracht zijn. Dat de Bont nu Transit gemaakt heeft met zijn eigen gezelschap Wederzijds lijkt een uit deze twee stukken voortkomende stap. Wezenlijke regels keren zelfs terug als leidmotief: “Vluchtelingen bestaan niet. Er bestaan alleen weggewaaide mensen, mensen die door de wind over de wereld zijn geblazen.”

Zoals bij deze groep gebruikelijk trekt de voorstelling langs de gymzalen van de basisschool. Hij is echter in de eerste plaats bedoeld voor vluchtelingen zelf en wordt dan ook veel gespeeld in asielzoekerscentra. Alle nationaliteiten en leeftijden schuiven daar naast elkaar aan, welkom geheten door de schitterend uitgedoste acteurs, die zichtbaar ook uit verschillende hoeken van de aarde afkomstig zijn.

De rol van de taal is tot een minimum beperkt. Veel wordt uitgebeeld en het woord is met name aan de muziek, waarin invloeden en sferen uit vele delen van de wereld herkenbaar zijn. Guus Ponsioen schreef sterke melodieen, die met terugkerende motiefjes de losse scènes met elkaar verbinden. Er wordt prachtig gezongen en een uitgebreid instrumentarium bespeeld, terwijl een meelopende muziekband zorgt voor een volume en intensiteit die eerder een totaal musicalgezelschap suggereert dan de zes aanwezige acteurs.

Transit begint met de liefdevol uitgevoerde rituelen voor een bruiloft. Geweerschoten verstoren het feest, de bruiloftgangers worden 'over de wereld geblazen', in dit geval richting Nederland. 'Wilkommen, enchantée, welcome', zingt de groep in navolging van de entertainer uit de beroemde film Cabaret, maar zo welkom blijkt men niet te zijn. De loketten zijn te vaak gesloten, de tolk blijft koud voor de emoties in een verhaal en niemand heeft tijd om de weg te wijzen, want er moet nog een hond uitgelaten en een dringend gesprek per zaktelefoon gevoerd. De voorstelling eindigt met het hoopvolle beeld van mogelijke hereniging.

Momenten van angst en eenzaamheid en komische onderdelen zijn goed met elkaar in evenwicht. Treurig is de non-communicatie via de telefoon met het thuisland of de jongen die helemaal in zijn eentje zorgvuldig de tafel dekt voor een gezin met vijf personen. Hilarisch is de Nederlandse taalles waar de agressieve, infantiliserende docent op zijn nummer wordt gezet en een hoogtepunt biedt het fietslied. Onder een veeltalige kakofonie van kreten als 'hela hola capriola' onderneemt iedereen daar met een stuur in de hand en oorwarmers op de kop wankele pogingen om zich op het vaderlands vervoermiddel bij uitstek overeind te houden. In de spiegel die De Bont zijn publiek voorhoudt zullen Nederlanders zich gegeneerd herkennen en buitenlanders met een gevoel van machteloosheid, boosheid of verdriet. In de fietsscène kijkt iedereen in eenzelfde lachspiegel, wat gedeelde vrolijkheid en daarmee een gezamenlijke ervaring oplevert. Voor een voorstelling in deze situatie lijkt me dat geen gering resultaat.

    • Bregje Boonstra