Tentoonstelling over het beeld van de Duitse vrouw in de Biedermeiertijd; De hemelse rozen in het aardse leven

Tentoonstelling: Als die Frauen noch sanft und engelsgleich waren - die Sicht der Frau in der Zeit der Aufklärung und des Biedermeier. T/m 11 febr. Westfälisches Landesmuseum, Domplatz 10, Münster. Di t/m zo 10-18u. Catalogus DM45,-

“Hij leest de Kölnische Zeitung en deelt haar het noodzakelijke mee.” Deze twee regels zijn afkomstig uit een rijmpje van de negentiende-eeuwse Duitse karikaturist Wilhelm Busch. Een gezin zit rond de tafel: vader met de krant, de ongehuwde dochter haakt en moeder heeft haar breiwerk voor zich neergelegd. Het schilderij met dit huiselijke tafereeltje uit 1846 is een perfecte illustratie van de tekst van Busch. Het hangt op de tentoonstelling Als die Frauen noch sanft und engelsgleich waren in het Westfälisches Landesmuseum in Münster. Bijna honderdveertig schilderijen en tekeningen geven hier een beeld van de positie van de Duitse vrouw in de tijd van Verlichting en Biedermeier, van ongeveer 1775 tot 1850.

Aangespoord door de Franse denker van de Verlichting Jean-Jacques Rousseau, wiens Emile ou de l'éducation in 1762 verscheen, moesten vrouwen zich aan het eind van de achttiende eeuw weer richten op hun natuurlijke taak: kinderen krijgen en (op)voeden. Tegenover de lossere aristocratische zeden, stelde de nieuwe burgerklasse haar eigen strenge normen. Het domein van de vrouw werd het huisgezin. Man en vrouw vullen elkaar aan: zij is gevoelig, zwak en passief, hij is niet alleen actief en sterk, maar beschikt ook over verstand. Of zoals Schiller in 1796 dichtte: Ehret die Frauen! Sie flechten und weben/ Himmlische Rosen ins irdische Leben.

In de dagelijkse praktijk pakte het allemaal wat minder romantisch uit. Meisjes moesten al jong urenlang sokken breien en aan hun uitzet naaien. Eenmaal getrouwd, volgde een lange reeks zwangerschappen die niet zelden eindigden met de dood van moeder en/of kind. Wie het wel overleefde, sleet haar laatste jaren meestal als weduwe. De tentoonstelling in Münster volgt deze verschillende fases in het leven van de vrouw. Er staat een kast vol linnengoed en in vitrines liggen geborduurde tasjes en mutsjes. De schilderijen spiegelen ons echter een rooskleurig beeld voor van engelachtige vrouwtjes die blijmoedig de hun toegewezen taken vervullen. Al die onderdanigheid en sentimentaliteit wordt de bezoekster soms te machtig, zoals bij een mierzoet portret van Franz Wilhelm Harsewinkel. De jonge vrouw heeft haar ogen neergeslagen, draagt een witte jurk die met lichtblauwe strikken is versierd en houdt een roos in haar hand. Volgens de samenstellers van de tentoonstelling is dit waarschijnlijk een postuum portret, want zoveel kuise, vrome deugdzaamheid was ook toen voor levende vrouwen nauwelijks bereikbaar. De catalogus bevat niet alleen veel informatie over opvattingen die over rol van de vrouw bestonden, maar er is ook onderzoek gedaan naar het lot van de individuele vrouwen die op de schilderijen zijn afgebeeld. Zo moet de algemene indruk van louter brave, onschuldige vrouwen soms worden bijgesteld - niet elk leven verloopt volgens het gewenste patroon. De weduwe met de grote kanten biedermeier muts en krullen van suikerwater blijkt bij nader inzien een capabele zakenvrouw te zijn geweest.

De tentoonstelling eindigt gematigd optimistisch. Op een van de laatste schilderijen zitten twee jonge vrouwen op een bergtop, ze zijn het bedompte huis ontvlucht en wijzen in de verte. Maar is er in 150 jaar werkelijk iets veranderd? Eigenlijk niet. Bepaalde gewoontes blijken nogal hardnekkig. In het café van het museum lees ik het tijdschrift Frau im Spiegel. Behalve een artikel over de 'moedige bekentenis' van prinses Diana, staat er een reportage in over een Duitse toneelspeelster van middelbare leeftijd die al enige jaren weduwe is. Ondanks een succesvolle carrière, een riante woning en een volwassen zoon wil ze voor een man direct haar werk opgeven 'wenn es sein müsste.'