Splitsing in FNV over verkorting werkweek

ROTTERDAM, 8 JAN. De Industriebond FNV beschouwt de 36-urige werkweek als uiterste grens voor collectieve arbeidsduurverkorting. Met dit standpunt wijkt de bond af van het algemene FNV-streven naar een werkweek van 32 uur.

“De 36 uur is voor de Industriebond voorlopig de grens. Wie korter wil werken dan 36 uur zal het moeten zoeken in individuele keuzes, bijvoorbeeld in een deeltijdbaan”, zei bondsvoorzitter B. van der Weg vanmorgen in zijn nieuwjaarstoespraak.

De verrassende afwijzing van het algemene FNV-standpunt (stapsgewijs op een werkweek van 32 uur uitkomen) heeft volgens de bond twee redenen. De eerste is dat werkgevers zich tegen de 36-urige werkweek verzetten vooral omdat ze bang zijn dat ze daarna opnieuw geconfronteerd worden met een eis tot arbeidsduurverkorting. De tweede is dat de Industriebond van mening is dat een groot deel van de werknemers niet gebaat is met een 32-urige werkweek. “We hebben als bond ook te denken aan al die werknemers die in hun eentje de kost moeten verdienen. Dan hebben we het over 40 procent van onze leden”, alus Van der Weg. De Industriebond onderhandelt dit jaar over nieuwe CAO's voor de metaal, Philips en Unilever.

Voor de werkgeversvereniging VNO-NCW blijft arbeidsduurverkorting een instrument dat selectief ingezet moet worden. In de notitie 'Arbeidsvoorwaardenoverleg 1996', die deze week door het bestuur moet worden goedgekeurd, adviseert VNO-NCW de aangesloten leden alleen in te stemmen met arbeidsduurverkorting wanneer de lonen evenredig worden verlaagd.

Andere randvoorwaarden behelzen onder meer een flexibele indeling van de werktijden en het op peil blijven van de bezetting en de produktiviteit. Ook mag de werkdruk voor werknemers niet onaanvaardbaar hoog worden.

De arbeidsvoorwaardennota van VNO-NCW heeft het karakter van een advies. In het verleden werden werkgevers die zich niet hielden aan de uitgestippelde lijn bij conflicten uitgesloten van de centrale stakingskas. Deze kas, de Onderlinge Werkgevers Garantieregeling, staat nu echter op non-actief. Hoewel VNO-NCW formeel stelt dat CAO-onderhandelingen tegenwoordig decentraal gevoerd worden, stemmen de meeste aangesloten werkgevers hun positie nog steeds op elkaar af.

De vakcentrale FNV heeft vorig jaar al laten weten wat de algemene inzet zal zijn bij de komende CAO-onderhandelingen. Naast een looneis van drie procent wil de FNV in zoveel mogelijk sectoren afspraken maken over de stapsgewijze invoering van de 36-urige werkweek.

In totaal kunnen de loonkosten (inclusief de kosten van arbeidsduurverkorting) volgens de FNV in 1996 met vier procent stijgen.

Voor VNO-NCW gaat deze eis te ver. Loonsverhogingen mogen in de opvattingen van de werkgevers niet uitkomen boven de produktiviteitsstijging (in 1996 geraamd op 2,5 procent) en arbeidsduurverkorting moet “bij voorkeur” gepaard gaan met evenredige salarisverlaging.