Sociale zekerheid (te) duur gevonden

ROTTERDAM, 8 JAN. Ruim een kwart van de Nederlandse bevolking vindt het sociale-verzekeringsstelsel te duur. Veertig procent vindt dat het stelsel niet meer mag gaan kosten, terwijl dertig procent nog wel wat meer wil betalen als dat nodig blijkt te zijn.

Dat blijkt uit een steekproef die het bureau Inter/View eind november en begin december heeft getrokken onder Nederlanders vanaf 18 jaar. Het onderzoek werd verricht in opdracht van FNV Magazine dat de uitkomst deze week publiceert. Uit het onderzoek blijkt dat de AOW de meest gewaardeerde regeling is. Ruim driekwart van de Nederlanders vindt dat daar niet op bezuinigd mag worden.

In 1996 staat de sociale zekerheid opnieuw ter discussie. De privatisering van de Ziektewet wordt dinsdag in de Eerste Kamer behandeld en binnenkort zal de Tweede Kamer de privatisering van de WAO behandelen. FNV-voorzitter Stekelenburg liep zondagmiddag in het Radio 1-journaal vooruit op de discussie. Hij waarschuwde de paarse coalitie de ingeslagen weg van bezuinigingen niet te volgen. Het kabinet komt op voet van oorlog met de vakbeweging als het minimumloon wordt afgeschaft en het algemeen verbindend verklaren van CAO's over boord wordt gezet, zo verklaarde hij.

De FNV-voorzitter denkt dat de vakbeweging tot nu toe niet slecht uit is met het paarse kabinet. De balans kan volgens hem echter snel omslaan als de regering de komende maanden de sociale zekerheid op de helling zet. In het radio-programma kondigde Stekelenburg ook aan zich in 1997 opnieuw kandidaat te stellen voor een nieuwe termijn. Hiermee maakt hij een eind aan de stroom geruchten dat hij andere, politieke, aspiraties heeft.

Bijna zeven op de tien Nederlanders zijn bereid meer te betalen om de AOW in stand te houden, zo blijkt uit de enquête die onder 549 personen is gehouden. Volgens de FNV is de uitkomst daarmee representatief voor de gehele Nederlandse bevolking. In 1991 was ruim de helft van de Nederlanders bereid meer te betalen voor de instandhouding van de Algemene Ouderdomswet.

Tegen de bezuinigingen op de WAO, arbeidsongeschiktheid, is 57 procent. Dat is minder dan in 1991, toen nog 78 procent tegen was. Op de vraag of de werkgevers en werknemers de WAO per bedrijfstak moeten regelen, reageert 44 procent positief en 49 procent negatief. De meeste Nederlanders vinden niet dat bouwvakkers, die een hogere kans lopen op arbeidsongeschiktheid, meer WAO-premie moeten afdragen dan bijvoorbeeld mensen die op kantoor werken.

De helft van de Nederlanders vindt 100 procent ziekengeld te veel, maar slechts een vijfde vindt de wettelijke voorgeschreven 70 procent voldoende. Uit de steekproef blijkt verder dat 69 procent van de bevolking positief is over de huidige koppeling van hoogte en duur van de werkloosheidsuitkering aan het arbeidsverleden.

De Nederlandse bevolking heeft het meest vertrouwen in de overheid als het gaat om het garanderen van de sociale zekerheid (27 procent). CAO-afspraken wekken bij een kwart van de bevolking vertrouwen, gevolgd door het vertrouwen in de vakbonden (23 procent) en de particuliere verzekeringsmaatschappijen (15 procent) die daarmee op de laatste plaats eindigen.

Flexibele werknemers moeten ook rechten kunnen ontlenen aan de sociale premies die zij betalen, vindt 45 procent van de bevolking. Ruim eenderde vindt dat zij hun afgedragen premies moeten kunnen terugkrijgen. Een kleine minderheid (15 procent) wil de huidige regelingen zo houden.

Toch gaat Lubbers er nog vanuit dat het een Brit wordt. Douglas Hurd, oud-minister van buitenlandse zaken, zijn opvolger Malcolm Rifkind of Europees Commissaris Sir Leon Brittan, of misschien toch oud-Bosnië-bemiddelaar Lord David Owen? Spelend met die namen gaat hij naar een lunch van de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, Terry Dornbush.