SERIEUZE VADER EN TROTSE COACH

Gecoacht door vader Eddy, die eind jaren zestig in de schaduw reed van Ard Schenk en Kees Verkerk, behaalde de 20-jarige Carl Verheijen dit weekeinde op de NK allround brons op de 5.000 meter. Een belofte op klapschaatsen.

Langs de kant van de baan geeft Carl Verheijen voor de tv-camera commentaar op zijn spectaculaire 10.000 meter. Op het stootkussen voor hem ligt een in plastic verpakte roos. 'Carl, je bent een kanjer', staat er handgeschreven op het witte kaartje. 'Is getekend: Je fans.' Namen van vrouwelijke bewonderaars. Zoals de meeste schaatstoppers een achterban van fanatici achter zich hebben, ontwikkelt ook de 20-jarige Carl zich tot tieneridool. Een fanclub heeft hij niet, maar dat is slechts een kwestie van tijd.

Verheijen behoorde op de NK tot de schaatsers die hun visitekaartje hebben afgegeven. Samen met Bob de Jong, het lid van Jong Oranje dat naam maakte met een gouden medaille op de 10.000 meter en een zilveren plak op de 5.000 meter. Net als De Jong lijkt Verheijen de status van aanstormend talent ontstegen. Op de vijf kilometer liet hij de kernploegleden Postma, Zandstra, Hersman en Straathof achter zich. Vooral tot vreugde van zijn vader, onder wiens leiding hij in de derde tijd van 7.04,14 minuut over de streep ging. Als beloning mag hij aanstaand weekeinde meedoen aan de 1.500 en de 5.000 meter bij een wereldbekerwedstrijd in Davos.

Carl is met de verovering van zijn eerste medaille op een NK allround in de voetsporen getreden van zijn vader. Beiden voelen er na het behalen van deze eerste grote prijs echter weinig voor om vergelijkingen te trekken tussen Verheijen senior en junior, tussen toen en nu. Als op de ijsbaan de verse kampioenen Ritsma en Thomas nog krabbels uitdelen aan handtekeningenjagertjes, wimpelt Eddy Verheijen in de herenkleedkamer een vraag over zijn schaatsverleden af met de woorden: “Het moet over hem gaan.” Over zijn zoon, die hij “mijn pupil” noemt.

Eddy Verheijen beleefde op de wereldkampioenschappen allround in Oslo zijn finest hours, in 1972. Het was het WK van Ard Schenk, die op het ijs van Bislett zijn derde gouden WK-medaille behaalde en de volgende dag voor oranjegekleurde koppen in de kranten zorgde. Maar de triomferende schaatser uit Anna Palowna kan met zijn goud niet zo gelukkig zijn geweest als Verheijen met zijn twee bronzen medailles, verdiend met derde plaatsen op de 1.500 en 5.000 meter. Met zijn vierde plaats op de 10.000 meter stond hij in Oslo net naast het erepodium. Dat weerhield “de anders zo nuchtere en bloedserieuze Deventer onderwijzer”, zoals een krant destijds schreef, er niet van om ruim een uur na de ceremonie-protocollaire zingend door de straten van Oslo te hollen. “Uit pure vreugde sprong Eddy Verheijen in een touringcar vol met Nederlandse supporters, die hij zo graag deelgenoot wilde maken van zijn onuitsprekelijke vreugde”, aldus hetzelfde krante-artikel.

Eddy Verheijen kan het zich niet herinneren. Carl, de oudste van zijn twee zonen, wordt ook niet warm of koud van de successen waarmee zijn vader zich in de annalen van de schaatsgeschiedenis reed. Kranteknipsels uit die tijd heeft hij nooit gezien, laat staan televisiebeelden. In schaatsjaarboeken komt hij de naam van zijn vader en diens resultaten waaronder ook twee derde plaatsen op NK's allround wel eens tegen, maar daar houdt het dan ook mee op. “Ik heb nog wel een tas op zolder staan”, zegt Eddy op de vraag of hij nog plakboeken uit zijn actieve schaatsperiode heeft. Hij heeft Carl er nooit mee lastig gevallen. Praten over vroeger vindt de 49-jarige Verheijen “een beetje ouwe-zakkerig. Die periode is afgesloten. We zijn nu vierentwintig jaar verder.”

Eddy Verheijen heeft nooit echt afstand genomen van het schaatsen. Vanaf 1976 tot 1980 was hij trainer bij de Alkmaarse ijsclub, begin jaren tachtig trainde hij Jong Oranje. In zijn woonplaats Woudenberg was hij actief bij de plaatselijke ijsclub, vorig jaar werd hij gevraagd als trainer in het gewest Noord-Holland/Utrecht. Hij begeleidt er een groepje van vijf man, onder wie zijn zoon Carl, bezig aan zijn vijfde seizoen. De oudste van twee broers reed pas op zijn zestiende zijn eerste wedstrijden. Tennis, judo en hockey vond hij als jongen ook leuk om te doen, reden waarom hij niet eerder de richting van het wedstrijdschaatsen insloeg.

Op de openingsafstand van 500 meter reed Carl zaterdag zijn slechtste race. Hij eindigde in de achterhoede van het vierentwintig mannen sterke veld. “Ik ben een relatief slechte sprinter, dus geen goeie klassementsrijder”, klonk zijn uitleg aan het slot van de eerste dag. De zaterdag eindigde beter: met een derde plaats op de 5.000 meter. Vooral dankzij een snelle slotronde. “Ik ging voor een plek bij de eerste zes, even later stond ik naast Bob de Jong en Rintje op het podium. Hartstikke blij natuurlijk.”

De achtste plaats in het tussenklassement was een comfortabele notering om zich gisteren naar een klassering in de subtop te rijden. Als stayer zou hij op de 10.000 meter veel goed kunnen maken. Voorafgaand aan de tien kilometer verbeterde Verheijen zijn persoonlijk record op de 1.500 meter, die hij in 1.59,70 minuut reed, dit keer sneller dan Bob de Jong. Eddy: “Hij zat maar anderhalve seconde achter Falko en vier seconden achter Rintje. Dat zegt wel wat over zijn basissnelheid.” Binnen de groep die Eddy Verheijen coacht, maakte zijn zoon de meeste progressie. Carl voelt dat hij nog sneller kan.

Op de langste afstand nam hij gemakkelijk afstand van zijn directe tegenstander Pim Berkhout. Maar na ruim twee minuten in de rit sloeg het noodlot toe: Carl kwam in aanraking met de tijdwaarneming op de baan, raakte naar eigen zeggen “in disbalans” en ging onderuit. Terwijl hij richting stootkussen gleed, had hij alle tijd om een verrassende eindklassering in rook op te zien gaan. Hij krabbelde op, schaatste verder, maar ging bijna weer onderuit. Met nog zo'n twintig ronden voor de boeg schreeuwde zijn vader hem vanaf de kant toe om weer “in zijn slag” te komen en “het ritme te pakken”.

Berkhout was er vandoor, maar na negen kilometer had Verheijen zijn tegenstander niet alleen gepasseerd maar zag hij hem zelfs op de rug. Ondanks zijn val kwam Verheijen binnen vijftien minuten over de streep, in 14.59,79. In het eindklassement eindigde hij op de negende plaats, acht plaatsen hoger dan vorig jaar op zijn eerste NK allround. “Ik was op een schema van 14.37 weggegaan”, zegt Verheijen in de kleedkamer. “Die val kostte me in elk geval een plaats op het podium.” Hij had derde kunnen worden, is zijn vaste overtuiging. Na Ritsma (14.34,49 minuut) en voor Postma (14.44,37). In zijn geboorteplaats Den Haag zou Verheijen zijn persoonlijk record van 14.43,58 aan flarden hebben geschaatst. Als 20-jarige is Carl Verheijen sneller op alle afstanden dan zijn vader op 25-jarige leeftijd in de eerste maanden van 1972. Maar dat is tegenwoordig geen prestatie, onderstreept vader Verheijen. “In deze tijd moet je wel sneller rijden dan zo'n vijfentwintig jaar geleden.”

Carl reed op het NK als een van de weinigen op klapschaatsen. Een meisje op de tribune klampte tijdens zijn tien kilometer-rit verschrikt haar vriendin aan toen ze hem voorbij zag rijden. “De achterkant van zijn schaats zit los.” Het andere meisje schoot in de lach en hielp haar vriendin snel uit de droom. “Dat zijn klapschaatsen, schat.” Eigenlijk was Verheijen niet van plan om dit seizoen zijn noren met de vaste ijzers te verruilen voor de nieuwerwetse klapschaatsen. Maar dat veranderde toen hij in augustus drie weken geveld was door de ziekte van Pfeiffer, gevolgd door drie weken rust. Carl had zijn seizoen al opgegeven, omdat de voorbereiding als gevolg van de ziekte niet optimaal was geweest. Met die gedachte in het achterhoofd nam hij begin oktober het aanbod van schaatsenfabrikant Viking aan om met de klapschaatsen te experimenteren. Of het op de klapschaatsen met de speciaal voor hem ontwikkelde voetplaten beter gaat? “Het gaat in elk geval niet slechter.”

Carl, derdejaars-student geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht, woont bij zijn ouders. Elke dag reist hij van Woudenberg naar Utrecht, en terug. “Ik vind het wel lekker dat mijn eten wordt gekookt en mijn was wordt gedaan. Dat is wel zo gemakkelijk. Het lijkt me ook leuk om dat op kamers te doen, maar door het schaatsen heb ik daar gewoon geen tijd voor.” Schaatsen en studie laten zich zonder veel moeite combineren. “Als het goed gaat met het schaatsen, gaat het ook goed met de studie. En andersom.”

De coach is trots op zijn pupil. Omdat Carl het goed doet, groeit in zijn sport èn het schaatsen “zeer serieus” neemt. “Hij heeft er alles voor over.” Maar gek genoeg heeft Eddy Verheijen hem nooit gestimuleerd om het wedstrijdijs op te gaan. “Ik heb het eerder afgehouden. Omdat er zoveel andere dingen belangrijker zijn dan schaatsen.” Eddy Verheijen mag dan ouder zijn geworden, hij is nog net zo nuchter en serieus als vroeger.

    • Ward op den Brouw