Roken mag, in pauze van de cursus om ermee te stoppen

AMSTERDAM, 8 JAN. Op het tafeltje in de stationsrestauratie ligt een pakje sigaretten. Megha de Vries heeft net een sigaret opgerookt. “Het mag, want het is pauze.” Ze was zaterdag een van de ruim dertig deelnemers aan de 'Knop om' bijeenkomst, een vijf uur durende stoomcursus in het vergadercentrum van het Amsterdamse Centraal Station, om van het roken af te komen. De Amsterdamse stichting steunpunt rookverslaving organiseert al jaren stoomcursussen. Vraag is er voldoende: op 1 januari besloten duizenden Nederlanders te stoppen met roken. Maar voor veel mensen is dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Het is niet zozeer de nicotineverslaving die mensen na verloop van tijd doet terugvallen in hun oude gewoonte, maar de psychische afhankelijkheid, en daarom moet er een knop om, aldus trainster E. Bouwers. “De nicotine is na vijf dagen uit het lichaam. Dan begint de strijd met dat kleine monstertje in je lijf dat alles zal doen om aan stuff te komen. We leren de cursisten die verleiding te weerstaan en niet met dat monstertje in discussie te gaan.”

Zelf begon ze op haar dertiende te roken. Stiekem natuurlijk. Ze rookte ook door toen ze zwanger was. Tot gek wordens toe probeerde ze te stoppen, soms wel twee keer per dag. Gooide ze een nieuw pakje shag door de wc of hield het onder de kraan. Maar na een paar uur ging ze toch weer naar de sigarenman. In 1988 zette ze definitief een punt achter de sigaret en omdat ze niet wilde terugvallen richtte ze het steunpunt rookverslaving op. De filosofie van de stichting is: de hopeloze roker bestaat niet. Iemand die wil stoppen kan dat ook. “Wij overladen de cursisten niet met schuldgevoel. Wij zeggen niet: beseffen jullie niet wat jullie met je lichaam aan het doen zijn. We proberen de psychische afhankelijkheid bloot te leggen en die aan te pakken. Daarom mogen ze best in de pauze even roken, dat is het probleem niet.”

Tijdens de lunchpauze moeten de cursisten opschrijven wat een rookvrij leven hen zal opleveren. Een waslijst met allemaal positieve dingen: de illusie dat roken mij gelukkig maakt ben ik dan kwijt, aldus een deelneemster.

Megha twijfelt nog. “Als je echt wilt, is het makkelijk.” Ze herinnert zich nog haar eerste sigaret, toen ze 14 was. “Ik werd er high van.” Zeven jaar later was ze op bezoek bij haar broer in een afkickcentrum voor heroïneverslaafden. Daar mocht ze alleen buiten roken. “Toen voelde ik me echt belachelijk en heb ik vier jaar niet gerookt.” Het ging op en neer en eigenlijk wil ze er nu van af: “Ik vind het zo shit wat ik me zelf aandoe. Zelfs als ik geen zin heb steek ik een sigaret op. Het is inderdaad psychisch.”

Als iedereen aan het woord is geweest vraagt Bouwers de cursisten om hun voeten tegen elkaar te zetten en de ogen te sluiten. “Jullie hoeven even helemaal niets.” Dan vertelt ze over het venijnige monstertje dat verslaving heet en waarmee je in gedachten geen woord meer moet wisselen. “Zeg tegen je zelf: ik vertik het om mijn dag door jou te laten verpesten. Ik weiger om er een punt van te maken, het is genoeg geweest.” De deelnemers mogen alle zinnen nazeggen, maar dat doet niemand. Dan komt het onderwerp afkickverschijnselen ter sprake. Trillende handen, zweten, dromen van van een sigaret. “Afkickverschijnselen steken alleen de kop op wanneer jullie met dat monstertje in dialoog gaan”, klinkt het geruststellend. Vrijwel iedereen knikt bevestigend.

Na vijf uur cursus zijn de deelnemers vastbesloten de trap naar het rookvrije leven nog die avond te zullen bestijgen. Ook Megha. “Ik gooi dit pakje weg, als ik straks de deur uitloop.”

    • Anneke Visser