Nieuwe directeur zet visie uiteen; Chris Dercon wil alles veranderen in Museum Boymans

“Het was in 1984 toen ik in het atelier van Mike Kelley binnenliep. Niemand had ooit van hem gehoord; wat ik zag was een kleine, magere jongen met puisten, die achter een drumstel zat en tekeningen maakte waarop teksten stonden als 'L.A. smells' en 'New York stinks'. Een merkwaardige jongen vond ik het, maar de tekening die hij me gaf bewaarde ik. Jaren niet meer aan gedacht tot ik die tekening in '87, toen ik naar New York verhuisde, uit de kast trok en plotseling besefte wat een perfecte kunstenaar Kelley eigenlijk is. Dat noem ik het 'Lazarus-effect' - dat je na jaren opnieuw beseft wat de waarde is van kunstwerken die je al weer bijna was vergeten. Dat wordt voor mij de komende jaren belangrijk in het Boymans.”

Per 1 januari is de Vlaming Chris Dercon (Lier, 1958) benoemd tot nieuwe directeur van Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam. Hij volgt daar Wim Crouwel op, die zich als directeur vooral opstelde als een manager op de achtergrond. Zowel binnen het museum als in het Rotterdamse gemeentebestuur was onenigheid over de wijze waarop Crouwels opvolger zou moeten functioneren, waardoor de benoeming lang is uitgesteld; de Belgische museumdirecteur Jan Hoet was kandidaat, evenals WVC-topambtenaar Stevijn van Heusden. De keuze voor Dercon leidde echter tot bijna algemeen enthousiasme. Dercon, tot vorige week directeur van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With, heeft een eigen visie op beeldende kunst en geldt als energiek en enthousiasmerend, eigenschappen die tijdens het gesprek al binnen vijf minuten duidelijk worden. Ondanks een jet-lag beweegt hij druk heen en weer op zijn stoel, laat hij zijn stem retorisch stijgen en dalen en slaat hij, om zijn betoog kracht bij te zetten, regelmatig met de vlakke hand op tafel. Zoals het een wereldreiziger betaamt staat zijn horloge zes uur achter - dat verblijft nog in New York.

Dercons aantreden in Museum Boymans belooft geen stille intocht te worden. De nieuwe directeur is geen voorstander van geleidelijke veranderingen, maar houdt van sweeping statements - alles moet anders in Museum Boymans. “Als ik nu kijk naar het museum, zie ik dat bijvoorbeeld dat de collectie prenten en tekeningen te weinig aandacht krijgt, net als de moderne kunst uit eigen collectie. De afzonderlijke afdelingen voor oude en nieuwe kunst, prenten en tekeningen, en kunstnijverheid werken te weinig samen en ik wil dat er een duidelijker looproute voor het publiek komt. Bovenal vind ik dat Museum Boymans een plek moet worden waar publiek en culturele instellingen bij elkaar komen. Het Boymans moet het nieuwe museum voor de 21ste eeuw worden, een culturele stad in de stad.”

Wat voor rol ziet u daarin voor uzelf weggelegd?

“Ik wil geen allesoverheersende directeur zijn, zoals Rudi Fuchs of Jan Hoet dat in hun musea zijn. Ik ben iemand die vertrouwt op de expertise van zijn medewerkers, gesprekken met hen voert en zelf de grote lijnen uitzet. Toen Wim Beeren hier in 1978 directeur werd, stelde hij zichzelf tot taak om de rol van de moderne kunst in Boymans weer op peil te brengen. Dat lukte, maar daardoor ging de aandacht erg eenzijdig uit naar de moderne kunst. Wim Crouwel heeft de afdelingen weer gelijkgetrokken maar het nadeel daarvan was, dat ze uit elkaar werden gedreven. Mijn streven is het om alle afdelingen weer zover te krijgen dat ze hun beleid op elkaar gaan afstemmen. Dat ze rekening met elkaar gaan houden, zowel waar het de inhoud, de vormgeving als de plek en timing van hun tentoonstellingen betreft. Tenslotte is Boymans het enige museum in Nederland dat de hele kunstgeschiedenis beslaat en ook kunstnijverheid en design verzamelt. Dat is een grote kracht, en die we moeten gebruiken.”

De mogelijkheden voor Dercon om zijn visie uit te voeren werden fors uitgebreid doordat Museum Boymans de afgelopen maanden van de gemeente de toestemming kreeg voor de nieuwbouw, die in november 1999 klaar moet zijn. De gemeente stelde daarvoor in principe een bedrag van 20 miljoen gulden beschikbaar, terwijl Dercon zo'n 30 à 32 miljoen nodig denkt te hebben. Het aanvullende bedrag hoopt hij in de particuliere sector te vinden.

Wat bent u met de nieuwbouw van plan?

“Als de nieuwbouw doorgaat, krijgen we er zo'n 3000 vierkante meter bij. Dat biedt me de gelegenheid het gebouw als geheel te herschikken. In de nieuwbouw zal daarbij de herwaardering van de collecties prenten en tekeningen voorop staan. Boymans heeft een van de mooiste tekeningencollecties van Nederland en juist aan de hand van tekeningen kun je perfect laten zien waarom een kunstenaar op een bepaald moment iets doet. Verder zal de hele 'routing' in het museum veranderen. De hoofdingang wordt verplaatst, na de verbouwing kom je opnieuw binnen bij de oorspronkelijke hoofdingang. Daar word je meteen geconfronteerd met de oude meesters en vanaf dat punt kun je de kunstgeschiedenis chronologisch volgen. Daaromheen, ondermeer in de nieuwbouw, komt te liggen wat ik maar 'de schil' noem: een diachronische route die langs de tekeningen, prenten en kunstnijverheid voert en die uitkomt bij de muren van Serra en Buren.

Heeft u speciale tentoonstellingen in gedachten voor de komende jaren?

“Onder Wim Crouwel is het museum begonnen met 'guest curators' - kunstenaars als Peter Greenaway of Bob Wilson die voor het museum een tentoonstelling samenstelden. Dat is een interessant idee, maar ik vind dat we zulke tentoonstellingen voortaan zelf moeten maken. Daarom wil ik nog twee gastconservatoren uitnodigen; de kunstenaar Hans Haacke en de theoreticus Hubert Damisch, en daarna stopt die reeks. Ik vind dat we, op basis van onze eigen collectie, zelf tentoonstellingen moeten samenstellen waarvan het publiek voelt dat ze die absoluut niet mogen missen. Op de collectie van het Boymans is het Lazarus-effect sterk van toepassing. Er zit zoveel prachtigs in de depots - het publiek zal, hoop ik, stomverbaasd zijn.”

U staat bekend als iemand die zich tot nu toe voornamelijk met moderne kunst heeft beziggehouden. Bent u in Museum Boymans van plan grote veranderingen door te voeren op dat terrein?

“Ik denk dat het neo-conceptualisme van Amerikaanse kunstenaars van de generatie van Mike Kelley en Robert Gober, wat het museum de laatste jaren veel heeft verzameld, zijn beste tijd heeft gehad. Je ziet juist dat veel belangrijke kunstenaars zich op fotografie gaan richten - en dat lijkt me ook heel belangrijk voor het museum. Wat ik verder bijzonder spannend vind, is dat je misschien voor het eerst in de geschiedenis van de moderne kunst ziet dat verscheidene oudere kunstenaars zich radicaler durven opstellen dan jongeren. Daniel Buren, Dieter Roth, Lawrence Weiner, Richard Serra of Sol LeWitt zijn dan wel op middelbare leeftijd, maar ze vernieuwen zich nog steeds - veel meer dan de meeste kunstenaars van een jongere generatie.

“Maar het belangrijkste vind ik dat alle afdelingen evenveel aandacht krijgen. Voor de grote millennium-viering denk ik bijvoorbeeld aan een tentoonstelling die ik gekscherend Het vliegende tapijt noem. Daarin wil ik allerlei tapijten tentoonstellen, van die van de heilige vrouwen van de Atlas, tot de Noordeuropese gobelins en de tapijten die in opdracht van Picasso en Léger zijn gemaakt in de ateliers St. Martens Latem. Dat is volgens mij het meest afdoende antwoord op die moderne multi-culti-mix - het 'vliegend tapijt' als metafoor voor wat ik met het Boymans nastreef.”

    • Hans den Hartog Jager