Naar de bronnen; Karl Marx als toerist

Studie en gezondheid waren het voorwendsel om op reis te gaan toen de vakantie nog niet was uitgevonden. Het Tsjechische Karlovy Vary, voorheen Karlsbad, trekt al eeuwen koningen en keizers, literaten en componisten, edelen en burgers, die een glaasje reddend water aanwendden om hun geteisterde ziel en lichaam rust te gunnen.

Zelfs nu, in het hart van de winter, terwijl er een ijskoude wind veegt door het dal en het donker in een oogwenk neervalt uit de bossen, ontstaat tegen het einde van de middag een grote drukte rond de bronnen. Paarsgewijs of in groepen komen de kuurgasten de neonverlichte hal binnen die tot voor kort bekend stond als de Joeri Gagarin-kolonnade. Ze ontdoen zich van hun handschoenen en uit de zakken van gewatteerde jassen en bontmantels diepen ze hun bekers op. De bekers zijn niet rond maar ovaal en hebben een tuitje bovenaan het handvat, ze lijken op kleine theepotjes met een fout in het ontwerp. Ze zijn gemaakt van wit of donkerblauw porselein en meestal staat er Karlovy Vary op en een enkele keer ook Karlsbad.

Wie goed kijkt en luistert, ziet dat er verschillen zijn tussen de bezoekers van Karlsbad en die van Karlovy Vary. Ze zijn wat luidruchtiger, de eersten, en ook hebben ze vaker de handen vol met plastic tassen uit winkels die zaken doen in aardewerk, schoenen, cd's en boheems kristal. De Tsjechen hebben van dat al niets bij zich en ze dragen vaker wollen muts en sjaal. Wat de bezoekers intussen gemeen hebben is een houding die het midden houdt tussen feestelijkheid en ernst, een plichtbewuste vrolijkheid die hoort bij het voorrecht om zonder noemenswaardige fysieke inspanning aan de eigen gezondheid te mogen werken.

Het warme water pruttelt omhoog uit een rij kranen met een stenen bekken eronder. Hier worden de bekers gevuld. In een afgeschoten deel van de hal laat men de bron met volle kracht dertien meter hoog naar het plafond spuiten. Dat is alleen om naar te kijken. De Tsjechen noemen hem Vridlo. Voor de Duitsers heet hij Sprudel. Drie zwaar verpakte en gepoederde dames van middelbare leeftijd zitten middag na middag dicht naast elkaar op een randje en slaan zwijgend en zelfbewust het ene na het andere kannetje Sprudel achterover. Een echtpaar op leeftijd leunt tegen de vensters van de hal en warmt tussen twee slokken door de handen aan zijn bekers. De meeste gasten drentelen echter langzaam heen en weer terwijl ze lurken aan hun tuitje, alsof ze mediteren over de heilzame werking van het water dat rijk is aan natrium en kaliumsulfaat en kooldioxide en dat hier als gevolg van tertiair vulkanisme reeds tienduizenden jaren uit de bodem spuit met een constante temperatuur van 72 graden. Op die manier wint hun potsierlijke bezigheid aan rituele kracht en krijgt het nog bijna iets waardigs.

Waar is het water goed voor? Voor alles! Voor de nieren, de lever, het hart, de bloedsomloop, de zenuwen, de vruchtbaarheid en de gewrichten. Voor alles en voor niets dus, want het bezoek aan de bronnen is geen therapie maar een alibi, een voorwendsel om uit te rusten. Het geeft de midden-europese ziel, die niet leven kan zonder zuchten en klagen, de gelegenheid tot lediggang zonder gewetenswroeging. Het schept ruimte voor vermaak met een ondertoon van ernst en verantwoordelijkheid. Wanneer de dokter per attest opdracht tot bezoek aan een kuuroord heeft gegeven, kan de reis onmogelijk nog een plezierreis heten.

Studie en gezondheid liggen aan de basis van het toerisme, ze waren het voorwendsel om op reis te gaan voordat de vakantie was uitgevonden. In Karlovy Vary ging het vanouds alleen om de gezondheid, want er valt in het geheel niets te bestuderen, of het zouden de sporen moeten zijn die eerdere gasten er hebben nagelaten. Maar ook dat kan een excuus voor een excursie zijn, zij het even doorzichtig als een onbestemde druk op de borst, een flauwe hoofdpijn of een storing in de bloedsomloop.

Karlovy Vary is de grootste van de drie beroemde badplaatsen in West-Bohemen. De andere twee zijn Mariánske Lázne (Mariënbad) en Frantiskove Lázne (Franzensbad). De geneeskracht van hun water was al in de middeleeuwen bekend, maar hun Europese faam en hun uiterlijk danken ze aan de achttiende en de negentiende eeuw. De fraaie en centrale ligging, tussen oost en west, temidden van uitgestrekte bossen en vruchtbare landerijen, dichtbij de Duitse grens maar ook goed bereikbaar vanuit Praag en Wenen, hebben ongetwijfeld flink bijgedragen aan de populariteit van de Boheemse baden. De keizers en koningen van Europa, inclusief die van Rusland en Engeland, Goethe en Schiller, Bach en Beethoven, Liszt, Chopin en Weber, Poesjkin en Tsjechov hebben er samen met duizenden minder begaafde maar even bevoorrechte tijdgenoten verbleven toen nog niemand recht op vakantie had. Het voorrecht om niets te doen had men bij de geboorte meegekregen, of men kreeg het nooit.

Karl Marx was een twijfelgeval, een negentiende-eeuwse burger met alle gewoontes en voorkeuren die daarbij hoorden maar met plannen voor een nieuwe tijd en een nieuwe orde waarin hij zelf, dat heeft hij toegegeven, onmogelijk had kunnen leven. Vanaf zijn studententijd was Marx met de regelmaat van de klok overspannen, tegenwoordig zou men zeggen: aan vakantie toe, maar destijds werden er organen aangewezen die een verblijf elders noodzakelijk maakten. In het geval van Marx was dat de lever. Vier jaar lang drong zijn vriend Engels bij de immer over geld en gezondheid klagende Marx aan op een reis naar Karlsbad. Zijn lijfarts, Dr. Gumpert, liet hem het eerst nog eens proberen in Harrogate, waar men ook beschikt over thermale bronnen, maar toen een andere dokter eveneens Karlsbad aanbeval voor de klachten van zijn dochter Tussy, die overigens van geheel andere aard waren, aanvaardde hij tenslotte toch het advies, en een som geld, van Engels. Op 19 augustus 1874 arriveert vanuit Londen “Herr Charles Marx, privatier, mit Tochter Eleanor,” aldus de Curliste van twee dagen later. Hij vindt onderdak bij de familie Stadler in pension Haus Germania, op de Schlossberg. Schuin tegenover hem logeert in hotel König von England de heer I. Turgenjew, auteur uit Rusland, maar van een ontmoeting tussen de twee is niets bekend. Marx leefde comfortabel in enkele vertrekken op de eerste verdieping van Haus Germania, maar hield zich uit vrees voor problemen met politie en justitie, en misschien ook uit behoefte aan rust, verre van het drukke sociale leven tijdens het kuurseizoen. Uit de archieven van het ministerie voor binnenlandse zaken te Wenen blijkt dat hij inderdaad voortdurend door de politie in de gaten werd gehouden, maar de rapporten over zijn doen en laten maken vooral melding van lange wandelingen door de natuur. Daarnaast onderwerpt Karl Marx zich ruim een maand aan het strenge waterregime, dat bestaat uit het drinken van enige tientallen glazen per dag, de eerste zeven reeds om zes uur 's ochtends, waarbij na iedere twee glazen minstens een kwartier heen en weer dient te worden gelopen. 's Middags wijdt hij zich in de tuin van het pension aan zijn correspondentie, met name aan de problemen die de Internationale arbeidersbeweging ondervindt in Frankrijk, Belgie en de Verenigde Staten en aan het lezen van Lawrow's Het element van de staat in de toekomstige samenleving. Op achttien september meldt hij Friedrich Engels per brief dat hij in Karlsbad “eindelijk zijn doel bereikt” heeft. Dat wil zeggen: Marx is vier pond lichter geworden en kan “met de hand voelen dat de leververvetting in de status evanescens is geraakt.”

Maar kennelijk niet voor lang. Want ook in 1875 en 1876 brengt Marx een uitgebreid bezoek aan de bronnen van Karlsbad, die barokke Hochburg van het oude Europa, dat lustoord en zomers trefpunt van de nietsdoende klasse en de gezeten burgerij. Puur om gezondheidsredenen, zoals men zal begrijpen. Om het denken in dienst van de revolutie te voorzien van een solide onderbouw.

Eén van de aardige kanten van het bewind dat tot het eind van onze jaren tachtig de dienst uitmaakte in de oostelijke helft van Europa is dat men veel dat herinnerde aan de eraan voorafgaande burgerlijke periode niet radicaal heeft afgebroken maar ofwel in dienst heeft gesteld van de arbeidende klasse ofwel heeft overgelaten aan de langzaam werkende krachten van het natuurlijke verval. Zo komt het dat Karlsbad na de Tweede Wereldoorlog, zij het uitsluitend onder de naam Karlovy Vary, een kuuroord is gebleven en dat het uiterlijk van de badplaats grotendeels is bewaard. Het smalle dal waarin het hart van het stadje is gelegen wordt nog altijd omzoomd door rijen oude gevels waarachter pensions en banketbakkerijen schuil gaan en aan het eind ervan ligt het immense Grand Hotel Pupp, sinds 1701, met zijn torens en balkons, zijn lange gangen en rijkbestucte zalen, zijn restaurants en zijn casino. Het heeft de jaren van openstelling voor de Tsjechische arbeidersklasse overleefd en is inmiddels in alle oude luister en met ieder denkbaar modern comfort hersteld. Op de parkeerplaats staan nu iedere dag bussen uit Duitsland, uit het Ruhrgebied bijvoorbeeld, waar arbeiders wonen die zichzelf vermoedelijk niet meer zien als een klasse en die hiernaartoe komen om te eten, te drinken, te kopen en te gokken. De waterkuur is in zo'n uitstapje slechts franje, curiositeit, een Nebensache die dreigt af te leiden van het consumeren tegen lage prijzen. Marx voorspelde dat de factor arbeid gestaag zou worden teruggedrongen ten gunste van het kapitaal, maar heeft niet voorzien dat de vrijkomende tijd zou leiden tot een wel heel bijzondere vorm van Verelendung en tot een zeer vrijblijvende Internationale, die van het grensoverschrijdende toerisme. Aan het begin van het dal zijn in de vorige eeuw tegen de berghellingen vele tientallen villa's neergezet van een formaat dat bijna karikaturaal aandoet, zo groot zijn ze. Ze zijn gebouwd in een wonderlijke stijl, of, beter gezegd, in een overmoedige mengeling van stijlen, want één en hetzelfde huis beschikt bijvoorbeeld niet alleen over Griekse pilaren en kariatiden, maar ook over een Fachwerk-gevel en een uivormig byzantijns torentje. Ze zijn gestuct in uitdagende kleuren, oranje, lichtgroen, roze en geel, want de norm voor Boheemse architectuur is suikertaart met slagroom, en ze dragen wonderlijke namen die niet verwijzen naar het aangenaam verblijf ter plekke, dan zouden ze St. Hubertus, Sprudellust , Waldfrieden hebben geheten, maar naar weer heel andere, exotische oorden: Ontario, Villa Liberty, Madrid, Sevilla. Een enkele villa is nog in gebruik als huurkazerne, met wasgoed voor ieder raam en twintig bellen naast de verveloze voordeur. De meeste zijn reeds getransformeerd tot Gasthaus, hotel, pension, Heilanstalt of Kurklinik, of de restauratie is in volle gang. Zo wordt in de statige lanen van Karlovy Vary in razende vaart het oude Karlsbad hersteld.

De weinige toevoegingen die de laatste decennia aan het oude centrum zijn gedaan - het betonnen staatshotel Thermal en de Gagarin-kolonnade - zien er niet meer uit als de frisse, ruime scheppingen van de nieuwe tijd, die ze ooit waren, maar als ruimteschepen die op de verkeerde planeet zijn geland. Niet alleen misplaatst, maar zelfs hopeloos ouderwets, vertegenwoordigers van de toekomst van gisteren. De vooruitgang van vandaag is weer barok.

De Schlossberg heet nu Zamecky Vrch en de weg omhoog voert langs een pizzeria, een kebab-restaurant en een Bierstube. Voor het raam van een kruidenierswinkel hangt een plakkaat dat ik niet kan lezen, maar de bijbehorende tekening is begrijpelijk genoeg. Het eerste plaatje toont een groep protesterende burgers met borden waarop vrijheid wordt geëist, ten tijde van de fluwelen revolutie. Het tweede plaatje laat de groep op de rug zien. Op de achterkant van de spandoeken en borden staat Zimmer Frei. In de zomer van 1948, het jaar van zijn dood, maakte de befaamde verslaggever Egon Erwin Kisch zijn laatste reportagereis. Hij ging naar Karlovy Vary om over het verblijf van Karl Marx te schrijven. De in Praag geboren Kisch, wiens boektitel Der Rasende Reporter tot erenaam werd voor hemzelf, was niet alleen de beroemdste verslaggever van de eerste eeuwhelft, hij was ook een overtuigd socialist. Na de Tweede Wereldoorlog had hij tevreden moeten zijn: de idealen waarvoor hij zo lang gestreden had werden nu in een groot deel van Europa tot werkelijkheid gebracht, ook in zijn eigen vaderland. 'Karl Marx in Karlsbad' is niettemin, of juist daarom, een zeldzaam ongeïnspireerde reportage. Ze bestaat voor het grootste deel uit citaten. Maar hoe kon het ook anders? Marx was al vijfenzestig jaar dood en Kisch was doodvermoeid. Welke sporen had een verblijf dat bedoeld was om uit te rusten in Karlovy Vary achter moeten laten? En was niet ook de verslaggever hard toe aan rust?

Haus Germania blijkt aan het begin van de eeuw volledig verbouwd en inmiddels Olympia Palace Hotel te heten. Maar er werkt nog een juffrouw Stadler, wier grootouders destijds voor doctor Marx hebben gezorgd. Grootvader Stadler was een varkensslager, vertelt ze, die dankzij de kuurgasten tot grote welstand was geraakt. Zijn kleindochter beschikt over een gesigneerd portret dat Marx hem uit dank voor de genoten gastvrijheid heeft geschonken en zij geeft Kisch de kamer van Marx op de eerste verdieping, zodat hij van diens uitzicht kan genieten. Natuurlijk is ze heel tevreden, zegt juffrouw Stadler, dat het hotel nu geen familiebezit meer is, maar dankzij het ijveren van “de grootste geest van deze eeuw” staatseigendom kon worden. Dat is het nog steeds. En daarom is het vermoedelijk zo ongeveer het enige hotel in Karlsbad dat niet deelt in de algemene restauratie. Hotel Olympia is een groot en grauw gebouw met afbrokkelend stucwerk op de gevel en rottend houtwerk in de ramen. Door de stoffige ruiten zijn kamers te zien met gestapelde meubels en een marmeren hal met ornamenten. De kelder ligt nog halfvol kolen, waardoor de indruk ontstaat dat het overhaast verlaten is. Naast de voordeur is een plaquette bevestigd met de mededeling dat Karl Marx hier ooit heeft geslapen. Is het daarom nu vervloekt?

In het telefoonboek van Karlovy Vary staan nog altijd drie Stadlers: Miroslav, Josef en Vladmir. Maar twee van de drie antwoorden niet en de derde spreekt geen Duits. Krijgen zij het hotel nu terug? En als het hersteld wordt en de eerste Duitse bussen arriveren, blijft dan de plaquette en wordt hij opgepoetst? Niet ver van het hotel, in een plantsoen tegenover de goudgekoepelde orthodoxe kerk en de ambtswoning van de Russische consul, staat nog een goed onderhouden borstbeeld van Karl Marx. Wanneer een groepje toeristen er langs loopt en ontdekt wie daar geëerd wordt, leidt dat tot grote hilariteit. Men poseert naast het beeld van de grote denker voor een foto en trekt lachend aan zijn baard.

Het is glad op de Schlossberg. Eenmaal beneden is het donker geworden en dan begint het ook nog gestaag te sneeuwen. Er is niemand meer op straat. Uit het plaveisel stijgen metershoge stoomwolken op, die de vlokken opvangen en al in hun vlucht doen smelten. Achter zijn glazen wand spuit de Vridlo zijn dertien hoge meters tegen de roestig koepel van de hal die vroeger Gagarin-hal heette en valt dan weer neer om zijn water terug te geven aan de rivier, die het in een wolk van nevel meeneemt de stad door, het dal uit en de vlakte in, in de richting van de uitgebreide en troosteloze voorsteden, waar het naar kolendamp en koolsoep ruikt, waar op straathoeken ongeregelde handel wordt aangeboden door haveloze Russen en argwanende Vietnamezen, waar geen bussen uit Duitsland stoppen en waar het dus nooit meer Karlsbad en altijd Karlovy Vary zal blijven heten. Stroomopwaarts straalt het Grand Hotel met zijn honderden lichten en daarachter, naast het monumentale kuurpaleis uit 1895, het Kaiserbad, dat ook al wordt gerenoveerd, begint het Goethepad, waarlangs men de bossen in kan wandelen. De rotswand langs het eerste deel van het pad wordt gesierd met gedenkstenen voor beroemde bezoekers. Marx is er niet bij, die staat apart, maar Goethe wel, en Schiller en zelfs voor Egon Erwin Kisch is er een steentje om er tot in lengte van jaren aan te herinneren dat hij, net als zoveel andere verdienstelijke mannen, voor niets in Karlsbad is geweest en er niets belangrijks heeft uitgevoerd. Ze zijn er allemaal toerist gebleven.

    • H.M. van den Brink