Molières lessen van een ondraaglijke huistiran als musical

Voorstelling: De ingebeelde zieke, van Molière, door AMAI. Regie: Jochem Royaards; vormgeving/techniek: Rob Bügel e.a. Spel: Herman Verbeeck, Mirjam Vriend, Sophie Houweling, Arthur Roffelse e.a. Gezien: 6/1 Molenstraat 9a, Geldrop. T/m eind jan. aldaar; res. 040-2862681.

't Is altijd weer een feest om in het theater van AMAI te komen. Via een trap in een oude fabriek stap je een reusachtige foyer binnen die sprookjesachtig verlicht is met kroonluchters en kaarsen. Verderop dezelfde verdieping ligt een uitgestrekte vlakte van glimmend parket die aan een dansvloer doet denken. We gaan er in een halve cirkel omheen zitten en dan zien we inderdaad iets dat op een dansvoorstelling lijkt.

Elf acteurs en actrices komen ritmisch wiegend op, aangemoedigd door een Amerikaans ballroom-muziekje. De ingebeelde zieke, in de regie van Jochem Royaards, voltrekt zich als een musical waarin ook weleens wordt gesproken. Gedanste en gezongen intermezzi geven de voorstelling vaart. En zo hoort het ook bij Molière, die zijn comédie-ballet, met barokmuziek van Charpentier, in de eerste plaats als vermakelijk schouwspel bedoeld had.

De intermezzi moesten bovendien het voorafgaande becommentariëren, op een volstrekt irreëel niveau. Dat laatste mis ik bij AMAI een beetje. Een jolig gezongen liedje als Pennies from Heaven klinkt eerder als een nogal willekeurige oplossing dan als een scherp en absurdistisch commentaar.

Meer is er op deze voorstelling niet aan te merken. AMAI benut de grote ruimte optimaal: men rent van de ene hoek naar de andere, beklimt een trap, de tribune of een uitbouwsel boven een deur, en steeds contrasteert die dynamiek prachtig met het verstarde gedrag van hoofdpersoon Argan. Deze ingebeelde zieke, lijdend aan honderden fictieve kwalen, heeft zich teruggetrokken in een fauteuil, waar hij alleen uitkomt als hij zich al te zeer opwindt. Dan blijkt de zieke opeens over snelle benen te beschikken en over een stel longen die nog in staat zijn tot het produceren van een krachtig stemgeluid.

Argan, mooi gespeeld door Herman Verbeeck, is het prototype van een autoritaire man. Zo iemand probeert niet alleen zijn gezin tot gehoorzaamheid te dwingen, hij onderwerpt zichzelf op zijn beurt kritiekloos aan degenen die híj als autoriteiten beschouwt. Aan artsen bijvoorbeeld.

Volledig afhankelijk heeft Argan zich gemaakt van charlatans die zich voor dokters uitgeven en die hem schaamteloos uitbuiten. Hij is een gemakkelijke prooi omdat hij niet zelfstandig wil denken. Dat vindt hij veel te riskant: je zou maar eens in aanvaring komen met de autoriteiten! Zijn starheid heeft hem alle levensvreugde ontnomen en zijn woede over de spontaniteit van de jongeren om hem heen is vermengd met afgunst. Een gevoel dat hij de kop tracht in te drukken door al het leven in zijn omgeving te verstikken.

Met het hilarische portret van deze even meelijwekkende als ondraaglijke huistiran wilde Molière de toeschouwers natuurlijk ook een lesje leren. Om zijn ideaal, de bevordering van het zelfstandige denken, ook op de bühne te realiseren, voerde de schrijver twee personages op met didactische kwaliteiten. Dankzij de maskerades en rollenspelen die het dienstmeisje Toinette samen met Argans broer ensceneert, vallen Argan de schellen van de ogen. Eindelijk ziet hij wat wij allang zagen: dat zijn vrouw hem alleen maar vertroetelt omdat ze op zijn erfenis aast, dat het jonge doktertje aan wie hij zijn dochter Angélique wil uithuwelijken (handig toch om een arts als schoonzoon te hebben) een pedante oplichter is en Angélique, hoe eigenzinnig ook, een schat.

Molière kende genezende krachten toe aan het theater. Door te doen alsof hij al dood is ontdekt Argan de huichelarij van zijn vrouw; door te doen alsof zij een arts is helpt Toinette haar meneer van diens blinde geloof in de medische stand af. En Molière heeft gelijk: niets is verkwikkender dan het spel van schijn en werkelijkheid. Dat blijkt ook weer uit het meestal sprankelende ensemblespel van AMAI.