KNVB is er om voetbal te regelen, niet de tv

De belangrijkste taak van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB) is het organiseren van een voetbalcompetitie, niet het maken van televisie-programma's. Maar in de onderhandelingen over het verkrijgen van de voetbalrechten op televisie die de KNVB vorige week aangingen met de NOS, de Holland Media Groep (RTL 4 en 5, Veronica), SBS en Filmnet, heeft de voetbalbond zich schromelijk vergaloppeerd.

De eisen van de voetbalbond dat de voetbalprogramma's een 'positief imago' moeten uitstralen en dat de omroepen naar elkaars voetbalprogramma's dienen te verwijzen, druisen in tegen de journalistieke onafhankelijkheid. De kijker heeft ook recht op informatie over rellen en gele kaarten, de minder positieve zaken in het voetbal.

De eisen van de KNVB zijn een vorm van misplaatste arrogantie waaraan de voetbalbestuurders zich in de steeds verder oprukkende commercialisering van het eigen produkt schuldig maken. Wat dat laatste betreft is de KNVB-bemoeienis met de televisiebeelden even misplaatst als het optreden van Ajax-voorzitter Michael van Praag, die zich, na afloop van de door zijn club gewonnen Europa-Cupfinale tegen AC Milan, erover opwond dat een serieuze, nuchtere commentator als Theo Reitsma niet het veld was opgelopen om persoonlijk de spelers van Ajax met hun succes te feliciteren.

Mogen de omroepen misschien zelf bepalen wat zij met de duur gekochte voetbalbeelden doen? Van de KNVB blijkbaar niet. Dat er door de (gelukkige?) winnaars in het media-gevecht om de voetbalbeelden astronomische bedragen dienen te worden betaald telt blijkbaar niet mee. Voetbal en andere sportbeelden zijn big money, heeft de KNVB tijdens een studiereis naar het mekka van medialand, de Verenigde Staten, plotseling ervaren. De KNVB rekent bij de verkoop van de voetbalrechten niet op de honderd tot 250 miljoen gulden die worden betaald in Italië, Duitsland, Frankrijk en Engeland (landen met drie tot vier keer zoveel inwoners), maar wel op pakweg zestig miljoen.

“Zo'n bedrag is door geen enkele omroep alleen te dragen”, aldus een manager van RTL. De KNVB is echter niet ongenegen de rechten voor de periode 1996 tot 2000 te verkopen aan verschillende gegadigden aan wie een 'bidbook' ter beschikking is gesteld. Dat zijn naast vijf Nederlandse zendgemachtigden ook een drietal buitenlandse 'rechten-makelaars', onder wie het Duitse Ufa. Voor de zakelijke afwikkeling van de transactie heeft de KNVB big shots uit het bedrijfsleven ingeschakeld, zoals P.J. Groenenboom, bestuursvoorzitter van Internatio-Müller maar in het sectiebestuur betaald voetbal van de KNVB verantwoordelijk voor mediazaken. Waar de KNVB vroeger dit soort zaken liet afhandelen door burgemeesters en clubbestuurders die de kern van het bestuur vormden, beschikt de bond met lieden als Groenenboom tegenwoordig over een zakelijke expertise die zij nooit eerder heeft gehad.

Mede op advies van Groenenboom heeft de KNVB de voetbalbeelden verdeeld in zeven blokken. Dat zijn de eredivisie, de eerste divisie, de KNVB-beker, de wedstrijd om de Super Cup, het Nederlands elftal en het olympisch elftal. Het zevende blok is een wekelijks 'KNVB-journaal' van een uur met bijvoorbeeld jeugd-, vrouwen-, amateur-, en zaalvoetbal. De KNVB heeft in het 'bidbook' bepaalde combinaties van die blokken voorgesteld. Zo kan de koper van de eredivisiebeelden de beelden van de eerste divisie, het olympisch elftal en het KNVB-journaal erbij kopen. De beelden van interlands, bekerstrijd en Super Cup kunnen dan aan een andere zender worden gesleten. Maar dat de KNVB zich verder nergens meer mee dient te bemoeien is tot de voetbal-bobo's in Zeist blijkbaar nog niet helemaal doorgedrongen.

    • Jaco Alberts
    • Marc Serné Zijn van Nrc Handelsblad
    • Marc Serné