Huizinga mag weer alles eten voor het judo

DEN BOSCH, 8 JAN. Mark Huizinga kon het niet langer opbrengen. De gevechten op de judomat waren zo langzamerhand een peuleschil vergeleken met de voortdurende strijd tegen het eigen gewicht. Huizinga (84 kilo) werkte zijn partijen tot oktober vorig jaar af in de gewichtsklasse tot 78 kilo. Voor ieder toernooi moest hij honger lijden.

“Mijn dieet werd strenger naarmate een toernooi dichterbij kwam”, vertelde hij dit weekeinde op het NK judo in Den Bosch waar hij in de halve finale werd uitgeschakeld. Huizinga eindigde op een gedeelde derde plaats. “Op het laatst dacht ik alleen maar aan eten. Niet judo, maar de obsessie om mijn gewicht naar 78 kilo te krijgen beheerste mijn leven.”

Een keer zes kilo kwijtraken is nog wel te doen. Als dat frequent moet omdat de toernooien zich snel opvolgen, is het fysiek en geestelijk slopend. In 1994 dacht de nu 22-jarige HEAO-student voor het eerst aan een overstap naar de klasse tot 86 kilo. Na iedere 'afvalrace' voelde hij zich zwak, ziek en misselijk. De vele overwinningen vergoedden echter veel. Het seizoen daarop ging de strijd tegen de kilo's ook op de mat zijn tol eisen. Na een sterke start was hij in het slot van zijn partijen uitgeblust. Op papier zwakkere tegenstanders profiteerden. Honger lijden, taartjes en hamburgers die de hele dag door je hoofd spoken en dan ook nog eens het onderspit delven. Huizinga verloor de motivatie. “Na zo'n teleurstellend toernooi had ik alleen maar zin om te eten.” Genieten kon hij er niet van. “Een stemmetje zei steeds: Mark, die kilo's moeten er binnen een paar weken ook weer af.”

Oktober vorig jaar, drie weken voor de Nederlandse kampioenschappen per gewichtsklasse, koos Huizinga definitief voor de 86 kilo. Een bevrijding. “Die week ben ik me aardig te buiten gegaan in restaurants. Tijdens het NK voelde ik me heerlijk. Lekker stevig ontbijtje en fit de mat op.” Huizinga troefde in zijn nieuwe gewichtsklasse al zijn concurrenten voor een ticket naar de Olympische Spelen in Atlanta af. “Dat was voor mij de bevestiging dat ik de juiste keuze had gemaakt.”

Had hij niet eerder voor de klasse tot 86 kilo moeten kiezen? “Tot 78 kilo had ik een grote kans Atlanta te halen. De concurrentie is er veel minder sterk dan in de klasse tot 86 kilo. Maar ook bij de zwaardere mannen moet ik het kunnen redden. De prestaties bij een aantal Europese toernooien de komende maanden zijn bepalend. Per gewichtsklasse komt er één iemand in aanmerking voor Atlanta. Tot 86 kilo zijn er meerdere judoka's die in staat zijn aan de internationale eisen te voldoen. Het zal erom spannen. Als ik me kwalificeer voor Atlanta, moet ik minimaal in staat zijn bij de eerste acht te eindigen.”

Huizinga is met zijn 84 kilo een lichtgewicht onder de 86'ers. “Ik moet naar de 88 kilo, dat is ideaal. Die twee kilo overgewicht raak je eenvoudig kwijt door voor een wedstrijd een paar keer de sauna in te duiken.”

De benodigde extra kilo's hoopt hij er binnen enkele maanden bij te vergaren door krachttraining en natuurlijk veel eten. “Het is niet zo dat ik nu iedere avond naar de snackbar hol. Ik ben topsporter dus ik eet over het algemeen gezond. Het verschil met voorheen is dat ik nu ongelimiteerd bruine boterhammen met kaas kan eten. Een paar maanden terug moest ik na één sneetje afhaken.”

Voorlopig moet hij zijn gebrek aan spiermassa ten opzichte van zijn fysiek sterkere concurrenten compenseren door snelheid en een superieure techniek. Dat valt niet altijd mee. “Kracht en conditie worden steeds belangrijker in judo. Door die ontwikkeling zie je ook steeds minder spectaculaire worpen. Zonde.” Want voor Huizinga, die sinds zijn vierde op de judomat staat, blijven de worpen die reuzen van kerels als een propje papier door de lucht doen vliegen het summum in judo. “Als je de juiste werptechniek op exact het goede moment inzet wordt je tegenstander als het ware gelanceerd. Bij zo'n perfecte worp voel je geen enkele weerstand. Dat geeft een fantastisch gevoel van beheersing en macht.”

    • Gerard Louter