Het evangelie van Hilversum

Amsterdam is een hoofdstad tegen wil en dank. Wel graag middelpunt, maar liever zonder omgeving. Dat leven met de rug naar Nederland wortelt in het zeventiende eeuwse Holland. De adviseur van Johan de Witt, Pieter de la Court, heeft in 1669 zelfs voorgesteld om rond Holland en Utrecht een gracht te graven en het zodoende met defensieve oogmerken te scheiden van het 'achterland'. Dat ietwat cabareteske voorstel is toen al niet uitgevoerd en heel langzaam is Amsterdam de hoofdstad van Nederland geworden, al kan nog steeds niet van echte liefde over en weer worden gesproken.

Dat Nederland niet samenvalt met de randstad kan iedereen weten. De vermaledijde provincie bestaat en zal ooit tot de weldenkenden in het Westen doordringen. Als immigrant die in Amsterdam verzeild is geraakt, herken je gemakkelijk die hoofdstedelijke hoop om het 'achterland' uit het beeld te verdrijven. Ondertussen leeft het 'diepe Nederland' door en haalt de schouders op over de weerzin tegen dialect, geloof en buitenlucht. Sprak Erasmus al niet heel evenwichtig over de 'botte' Hollander en de 'zotte' Brabander?

De laatste omroepcijfers bevestigen, voor wie het nodig had, het bestaan van nog zo'n 'ander' Nederland, dat niet samenvalt met 'de' provincie, maar daar wel zijn wortels heeft. Deze dagen werd bekend dat de Evangelische Omroep de grootste stijging qua ledental heeft doorgemaakt in 1995. Tegelijkertijd is de VPRO de grootste verliezer. Zo wordt een tipje opgelicht van de sluier die in de publieke beeldvorming over Nederland hangt.

Bijeen genomen hebben KRO, EO en NCRV rond de eendriekwart miljoen leden, en dat is niet niks in een land dat steeds meer doorgaat voor seculier. VPRO, TROS en VARA zitten gedrieën zo'n tweehonderdduizend leden lager. Van de AVRO zijn geen cijfers bekend gemaakt, die zullen wel dramatisch verliezen.

Hoeveel waarde moeten we nu hechten aan deze cijfers? Het instituut van de tientjes-leden maakt de drempel om lid te worden van een omroep wel heel laag. Bovendien kijken veel leden van de EO onbekommerd naar andere zenders en vaak minder naar de eigen omroep. Dat geldt voor meer omroepen en zegt weinig over de relatieve dikte van de christelijke en niet-christelijke televisie-zuil. Wel is de totale omvang van de publieke omroep kleiner geworden door de opkomst van de commerciële televisie.

De meest natuurlijke bedding voor het evangelie is Hilversum niet. Dit domein van lage moraal en hoge verdiensten brengt al gauw de meest standvastige op andere gedachten. Dat zijn ze zich bij de EO heel goed bewust. Het getuigen zit de evangelisten in de genen, maar het gebruik van de televisie is spelen met vuur. Zo zegt Henk Binnendijk, het bekwame middelpunt van programma's als 'Het hart op de tong' en 'Fifty-Fifty': “Televisie is oppervlakkig en vreselijk dominant. Zij heeft veel schade berokkend aan het gebedsleven van christenen” (NRC Handelsblad, 9 december 1995).

De EO is eigenlijk een constante poging om het befaamde dictum 'the medium is the message' te ontkrachten. Nieuwe technieken worden dienstbaar gemaakt aan oude waarden. Het is een tamelijk bewuste strijd die wordt gevoerd tussen het 'beeld' en de 'boodschap'. 'Als leven pijn doet', 'Nederland zingt', 'Als je durft', 'Galg & Rad': het zijn geen titels die uitnodigen of commercieel meedeinen. Er zijn trouwens wel graden van aanpassing in de EO-programmering. Andries Knevel gaat bijvoorbeeld in zijn praatprogramma 'Het Elfde Uur' verder mee met de heersende gewoonten van het genre, dan zijn collega's.

Henk Binnendijk heeft de sleutel tot succes: “Ik stel me nooit de vraag wat mijn doelgroep is”. Wie overtuigd is van zijn eigen opvattingen, doet niet voortdurend aan marktonderzoek. Daarom ook kan het succes van de jongerenorganisatie van de EO, Ronduit (75.000 leden), niet zomaar worden gecopieërd. Geloven gaat voor getuigen.

Is de groei van de EO meer dan een onderstroompje in een natie die in een razend tempo seculier wordt? In 1994 publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau de studie 'Secularisatie in Nederland 1966-1991'. Belangrijke bevinding was dat de traditionele kerken leeglopen, maar dat nog steeds de helft van de Nederlanders in God gelooft. In die ruimte tussen kerk en geloof heeft de EO zich genesteld. Overigens denken de onderzoekers niet dat we aan het begin van een christelijke revival staan.

De onopgemerkte groei van de EO is niet meer dan een voorbeeld van een algemenere vertekening van het beeld van Nederland. Wat zweemt naar religie wordt vaak vereenzelvigd met achterhoede. J.L. Heldring wees al eens eerder op die bevangenheid in het vooruitgangsgeloof. Het is een merkwaardige blikvernauwing, zeker nu allerwegen zo hartgrondig wordt getwijfeld aan de seculiere belofte van een maakbare samenleving. De zekerheden van het Sociaal Cultureel Planbureau, qua naamgeving een echo van voorbije illusies, zouden weleens brozer kunnen blijken, dan nu wordt aangenomen.

Opleving of niet, de nog steeds omvangrijke religieuze behoefte zal zijn weg steeds meer buiten de officiële kerken vinden. Daar lijkt het althans nu op. De groei van de Evangelische Omroep is een klein teken aan de wand dat met de ontkerkelijking Nederland niet zomaar het toneel zal worden van een strijd tussen minimaal- en sociaal-liberalen, zoals premier Kok in iets andere bewoordingen voorzag. Het is een vaker gehoorde miskenning van het Nederlandse geloofsleven, om te denken dat het liberalisme in al zijn varianten de natuurlijke horizon is waarbinnen de politieke strijd zich zal afspelen.

Tussen méér markt of méér staat liggen talloze vragen die de inrichting van het maatschappelijk leven betreffen en die niet tot dit dilemma kunnen worden teruggebracht. De discussie over de zondagsrust was een voorproefje van een diepgaander controverse. De voortgaande mobilisering van het dagelijks leven schreeuwt om grenzen en daarbij kunnen religieuze tradities ook een rol spelen.

Zoals de KRO en de NCRV hun minderwaardigheidscomplex hebben afgeschud door aanpassing aan de heersende cultuur, zo hebben de grote christelijke partijen jarenlang geregeerd met als prijs een verlies van stelligheid. Daarbij gaat het om overtuigingen die niet meedrijven op de stroom van het alledaagse bestuur. De groei van de EO zou voor deze ontzuilde zuilen een aanwijzing kunnen zijn dat een meer tegendraadse houding van hen wordt verwacht, zonder nu direct naar simpele evengelische waarheden door te slaan.

Een democratie bestaat bij gratie van contrasten, natuurlijk binnen grondwettelijke waarborgen. Het pluralisme van rekkelijken en preciezen, van geloof en ongeloof, van randstad en 'achterland' moeten we toejuichen. Dat zijn natuurlijk geen samenvallende grootheden. Het is echt mogelijk om uit Nijmegen te komen en toch niet katholiek te zijn opgevoed. Hoe vaak je dat niet moet uitleggen. Ik hoef me nergens van los te maken en kijk met interesse naar de gelovige kant van ons land. Als ongelovige vind ik religieus gemotiveerde kritiek op het moderne leven op z'n minst een belangrijk contrapunt. Ik wist allang dat Nederland niet aan het IJ ligt. Het is goed dat de gracht van Pieter de la Court niet is gegraven, zodat we af en toe kunnen ontsnappen aan humor.

    • Paul Scheffer