FRANÇOIS MITTERRAND (1916-1996); De florentijn, de sfynx, de humanist

PARIJS, 8 JAN. François Mitterrand is niet meer, maar zijn raadselen duren voort. Waar hij stierf en in wiens aanwezigheid, was begin deze middag nog niet duidelijk. De naasten en getrouwen verzamelden zich rond zijn stoffelijk overschot in zijn post-presidentiële kantoor aan de Avenue Frédéric Le Play, bij de Ecole Militaire in Parijs. Stierf hij daar, op 79-jarige leeftijd om half negen 's morgens. Op deze stille maandagmorgen al aan het werk?

Het was de laatste weken stil geworden in de Rue de Bièvre, het straatje loodrecht op de Seine, tegenover de Nôtre Dame, waar François Mitterrand officieel weer was gaan wonen als ambteloos burger. Vlak na de machtsoverdracht, 17 mei vorig jaar, maakte hij daar wandelingetjes langs de rivier en praatte met passanten. De kerstdagen bracht hij nog door in Egypte, met vrienden, met Danielle, zijn echtgenote, en met Mazarine, zijn studerende dochter uit de relatie met de intellectuele Parisienne van zijn hart.

'De zestien levens van François Mitterrand', zoals een weekblad het enigma van Frankrijks langst regerende president vorig jaar trachtte te vatten, zijn voorbij. De prostaatkanker, waar hij sinds najaar 1992 twee keer aan was geopereerd, won het uiteindelijk van zijn overlevingskracht. De man die langer president was dan generaal De Gaulle en die Frankrijk van 1981 tot 1995 zeldzaam eigenhandig bestuurde, verraste zijn opvolger Jacques Chirac nog eenmaal. Juist op de ochtend waarop de huidige president zijn nieuwjaarswensen aan de Franse pers zou uitbrengen, gooide Mitterrand roet in het eten. Het zou hem bij leven een prettig gevoel geven, van invloed, van doorbreking van de strategie van de tegenstander.

Een Florentijn en een Venetiaan is hij wel genoemd, door vrienden en door vijanden. Historisch kan dat moeilijk tegelijk. Maar voor Fransen zijn het aanduidingen van een dierbaar soort schelmen, cultureel hoog ontwikkeld, amoureus en literair begaafd, politiek sluw, staatkundig in staat tot de constructie van allianties die het regionale overstijgen.

Hij werd op 26 oktober 1916 geboren in Jarnac, in Charentes, zuid-west Frankrijk. Het gezeten gezin van azijnhandelaren, katholiek, regionaal geïnteresseerd en geworteld, maar niet provinciaal van instelling. In 1934 gaat hij in Parijs om verder te studeren bij de paters maristen aan de Rue Vaugirard. Hij maakt van een afstand de opkomst mee van ondemocratische en anti-semitische stromingen. Het recente boek van Pierre Péan, Une Jeunesse Française, publiceerde een foto en getuigen-materiaal waar uit bleek dat de jonge Mitterrand dichter bij zulke tendensen heeft gestaan dan hij vroeger vrijwillig had erkend.

In feite is Mitterrands succesvolle mars naar de macht een van de meest onwaarschijnlijke kunststukken van de politiek van deze eeuw geweest. Niet alleen was zijn jeugd en zijn algemeen scolair talent geen signaal van komende nationale en internationale grootheid, zijn vooroorlogse jaren en zeker zijn werkzaamheden voor het Pétain-bewind in Vichy tijdens de Tweede Wereldoorlog zouden hem objectief gezien niet voorbestemmen voor een carrière aan de top van een grote West-Europese natie. En dat als socialist, een in Frankrijk nooit van oudsher sterke, coherente beweging.

Eén van Mitterrands wonderen is ongetwijfeld dat hij het inzicht heeft gehad dat juist het ontbreken van een sterke socialistische of sociaal-democratische traditie hem zijn kans zou kunnen geven. Als verzetsman uit de oorlog gekomen, was François Mitterrand direct na de bevrijding door de Amerikanen en zijn eeuwige rivaal Charles de Gaulle een vrijwel vast element in het Franse politieke landschap. Hij was minister van oud-strijders tot binnenlandse zaken, elf ministerschappen bekleede hij in dertig jaar.

In 1971 sloeg hij een van zijn beslissende slagen. Op het legendarische congres van Epinay ziet hij kans op zijn termen een nieuwe socialistische partij op te richten. Met de communisten en radicalen tekent hij een jaar later het 'Programme Commun', de basis voor de latere regeermacht van links, Mitterrands sleutel naar het onwaarschijnlijk ver gelegen Elysée-paleis.In 1974 wordt hij bij de presidentsverkiezingen nog verslagen door de jonge liberale technocraat Giscard d'Estaing. Mitterrands socialisme leek verouderd voor het begonnen was. De juwelen van Bokassa en de hooghartigheid van Giscards elite-benadering waren nodig om in 1981 de lange aanloop met succes te bekronen. Uitzinnige Fransen in de straat en een economische experiment van amper twee jaar waren het vervolg.

“Ik heb me nooit zo aangetrokken gevoeld tot het socialisme”, heeft hij wel eens toevertrouwd aan een journalist die hem diepgaand ondervroeg over zijn drijfveren en doeleinden. Met dat soort directheden kon hij steeds verrassen. Zoals in de laatste, al zieke jaren van zijn leven de onthullingen over zijn oorlogsjaren formeel niet nodig waren geweest. Hij zelf koos er voor. In een wil de geschiedenis te doen schrijven zolang hij er zelf nog enige invloed op had, maar ook gedreven door een hang naar waarheidsvinding in hogere motieven.

Zoals hij van het begin af over zijn ziekte praatte en de laatste tijd over zijn aanstaande dood. Dat zouden weinig staatshoofden in functie hem nadoen. Hij discussieerde met Elie Wiesel over de zin van het leven. Hij schreef een voorwoord voor een boek over stervensbegeleiding waarin hij stilstond bij de eenzaamheid van de stervende en zich gewonnen gaf voor 'het mysterie van het leven en de dood'. Zoals zijn jarenlange sherpa Jacques Attali vanmorgen zei: “Hij was er op voorbereid. Hij was bereid.”

Met die zelfde adviseur één kamer verder in het presidentieel paleis bespeelde Mitterrand het land en zijn omgeving als geen ander. Zich hullend in het mysterie van de staatsmacht en de hogere nationale en internationale belangen kon hij genadeloos manipuleren. Michel Rocard, partijgenoot, antipode en slachtoffer sprak zich er onlangs in een opmerkelijk interview bikkelhard over uit: “Ik had idealen over een socialistische wijze van bestuur, van samenwerking. François Mitterrand heeft dat allemaal gedood, met een veel meer institutionele wijze van regeren. Hij was utilitaristisch, cynisch, en hij bracht in het hart van de socialistische beweging een hele cliëntèle van mannen en vrouwen mee die cultureel waren verbonden aan deze stijl van machtsuitoefening, maar zonder enige persoonlijke band met de diepgaande geschiedenis van de arbeidersbeweging”.

Tegelijk was het de president die de doodstraf afschafte, die de explosieve groei van de toegang tot de universiteit mogelijk maakte, die een ongekende welvaartsstijging van de brede massa der Fransen mogelijk maakte. En de man die aan de wieg stond van het verenigd Europa dat zich met zo veel pijn en moeite de afgelopen decennia heeft gevormd. Helmut Kohl, toch geen frekwent schrijver in poëziealbums, wijdde een bijna hartstochtelijk afscheidsstuk in Le Monde aan 'son ami François Mitterrand' toen de macht in mei overging naar de ongewisse Chirac.

Ongekend zwaar waren de jaren van Mitterrand's tweede ambtstermijn, die hij in 1988 betrekkelijk verrassend en betrekkelijk makkelijk won, tegen een tegenstander Chirac die hij als minister-president afdoende had vernederd. De machiavellistische jaren met Rocard als premier, werden gevolgd door het korte avontuur-Cresson - een politiek totaal verdwenen figuur die hij vorig jaar toch nog een baantje als commissaris in Brussel wist te bezorgen. Een charmeur was hij ook, en trouw aan verklaarde vrienden en vriendinnen evenzeer.

Maar ook bikkelhard, zoals hij bewees rond leven en dood van trouwe vazal Pierre Bérégovoy. De man die jaren zijn minister van financiën en andere problemen was geweest, moest in 1992 de brokken van Cresson als premier opruimen. De socialisten waren door tal van schandalen zwaar aangetast. Vele kwamen rechtstreeks uit het hof van Mitterrand. Geld stroomde vele kanten op waar het niet hoorde te gaan. Bérégovoy werd gepakt en voelde zich (te) persoonlijk voor de krakende verkiezingsnederlaag van 1993. De kogel in het eigen hoofd was ook gericht tegen de president, maar die heeft dat nooit zo gevoeld. Mitterrand viel uit naar de honden van de pers, die de arme premier hadden achtervolgd. Juist vanavond zou de Franse televisie een documentaire uitzenden over Mitterrands afluisterschandalen. De serie zou langer kunnen duren, maar wordt voorlopig onderbroken voor muziek, het requiem voor een hoogbegaafd politiek kunstenaar, een fascinerende manipulator en menselijke goochelaar. Een liefhebber van vrouwen, van inspiratie, van brutaliteit en retoriek. Een Fransman zoals er maar weinig zijn in een eeuw.

Voor één keer een taxichauffeur om de Franse werkelijkheid te beschrijven. De blozende man reed me in november 1994 naar het Elysée en gaf spontaan zijn visie op de toenmalige bewoner: “Ik ben opgeleid en heb jaren gewerkt als bakker. Ik kom uit de Vendée, aan de westkust van Frankrijk. Wij waren gaullisten van huis uit. Ik stemde altijd RPR, maar ik was totaal uitgekeken op de regering van Giscard d'Estaing, rechts had het voor mij verbruid. In 1981 heb ik van harte op Mitterrand gestemd. Hij heeft me niet teleurgesteld: de pensioen-gerechtigde leeftijd is verlaagd van 65 tot 60 jaar, hij heeft radio en televisie vrij gemaakt zodat we de discussies kregen die dit land nooit had gekend. De macht werd doorgeprikt. Mitterrand is de De Gaulle van links. Zo links is hij overigens niet als u het mij vraagt. Hij ziet kans om Fransen te verenigen, van de minimumloner tot de ondernemer.”

Dat is waarom anonieme Fransen vanmiddag rozen kwamen afgeven bij de Rue de Bièvre, waarom tientallen politici en commentatoren vandaag met doortraande ogen herinneringen ophaalden op de door Mitterrand 'bevrijde' televisie-zenders, waarom duizenden Fransen de komende dagen zich opnieuw zullen gaan realiseren dat Mitterrand lang niet alles heeft veranderd, zoals hij toch een beetje had beloofd, maar dat hij een verrassend waardige opvolger van de grote Generaal De Gaulle was. Met enkele grote verschillen en een paar kleine foutjes.

    • Marc Chavannes