Expositie in Den Haag met werk van ontwerper Johan Thorn Prikker; De rust van een zacht gebogen lijn

Tentoonstelling: Kunst rond 1900. De wieg uit huize 'De Zeemeeuw'. Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di-zo 11-17u. T/m 31 maart.

Protserig en wanstaltig. Dát vond de groep jonge architecten en ontwerpers waarvan Johan Thorn Prikker (1868-1932) rond 1900 deel uitmaakte, van de meubels zoals die nu te zien zijn op de tentoonstelling De Lelijke Tijd in het Rijksmuseum in Amsterdam. Een gruwel vonden zij die afgeladen interieurs waar geen andere logica heerste dan het vergaren van zoveel mogelijk verschillende stijlen. Overbodig de krullen en tierelantijnen, die enkel het oog moesten verblinden. Een ornament diende volgens hen functioneel te zijn, en het interieur een eenheid, een Gesamtkunstwerk, waarin vrije en toegepaste kunst saamhorig naast elkaar konden bestaan.

Uiterst consequent voerde Prikkers collega, de Belgische architect Henry van de Velde, dat ideaal door in zijn eigen villa. Zelfs zijn echtgenote liep in bijpassend ontworpen kleding door het huis. Maar ook Thorn Prikker - met Toorop de aanvoerder van het Nederlandse symbolisme - wilde zijn werk integreren in een groter geheel. Hij gaf in 1896 zelfs het schilderen op om zich vrijwel geheel te wijden aan de toegepaste kunst.

Het is die minder bekende Thorn Prikker, de ontwerper, die het middelpunt vormt van een kleine tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. In drie zaaltjes werd een aantal van zijn meubelen samengebracht met werk van kunstenaars uit dezelfde periode. Hier verrassen niet de religieus-symbolische voorstellingen waarmee hij faam verwierf, of zijn fragiele lijntekeningen die niets anders lijken uit te beelden dan vormen uit de natuur: de onvoorspelbare kronkeling van een boomwortel of de grillige lijn van opgedroogd schuim op een oever. Blikvanger is daarentegen de majestueuze wieg die het Haags Gemeentemuseum onlangs in haar bezit kreeg. Prikker maakte hem met de beeldhouwer J.C. Altorf in 1901 voor de Haagse huidarts Leuring.

Het waren merkwaardige dieren die het kindje Leuring omringden in het houtsnijwerk van Altorf. Het vorstelijk fazantenpaar aan het hoofdeinde kan nog verklaard worden als de ouderlijke zorg voor de nieuwe telg. Maar de sliert van gestileerde sprinkhanen met dreigende sprieten is bizar. Net als de kameleons die elkaar in de staart bijten of de vier stutten van de wieg die gevormd worden door kikkers die zich bijna verslikken in het uiteinde van een slak.

Misschien moet je voor een verklaring voor deze wonderlijke beesten ook niet te rade gaan bij de vroegere - symbolistische - Thorn Prikker, maar bij de tekenaar die hij altijd bleef. Hij zag in de lijn het middel bij uitstek om innerlijke krachten en gevoelens uit te drukken. In zijn vroege werk was die symbolische lijn nog direct afgeleid van vormen uit de natuur. Later werden zijn contouren vrijer, abstracter, krachtiger ook.

“Zelf vind ik de grootste rust in de eenvoudigste lijn, ik bedoel een bijna rechte, even zacht gebogen lijn,” schreef Thorn Prikker in 1893. Die nauwelijks zichtbare welving, die lauwe knik vind je in veel van zijn werk terug. In de eenvoudige, ranke stoeltjes die hij voor de Haagse Arts & Crafts-winkel ontwierp en in zijn pen- en krijttekeningen. Maar ook de werken van de andere kunstenaars die op de tentoonstelling vertegenwoordigd zijn, vertonen die tere lijn. Het schriele geitje van Jan Mankes bijvoorbeeld of de glazen serviezen van De Bazel, Copier en Berlage.

Het merendeel van Thorn Prikkers toegepaste kunst kwam in Duitsland tot stand, waar hij muurschilderingen, sgrafitto's en glas-in-loodramen maakte. In Nederland kreeg hij slechts eenmaal de opdracht een Gesamtkunstwerk uit te voeren. Samen met Van de Velde en Altorf richtte hij de vertrekken in van Leurings villa De Zeemeeuw, waar ook de wieg kwam te staan die hij voor hem maakte. Het aantal meubels van Prikker is in Den Haag dan ook op één hand te tellen. Die schrale hoeveelheid wordt echter grotendeels goed gemaakt door het werk van vrienden en geestverwanten: beelden van Altorf en George Minne, schilderijen van Theo van Rhijselberge, Jan Toorop en diens leerling Mies Drabbe. Samen vormen zij een soort Gesamtkunstwerk, zoals Thorn Prikker dat in gedachte had, maar wat hij zelden wist te realiseren.

    • Anne van Driel