De Venetiaanse bouwwerken van Carlo Scarpa; Muzikale melancholie aan de Brenta

Naast de Palladio-route is in de Italiaanse provincie Veneto een verrukkelijke tocht te maken langs de bouwwerken van de veel minder bekende moderne architect Carlo Scarpa. Ook Scarpa heeft in de buurt van de rivier de Brenta zijn sporen achtergelaten. De reis begint in de toonzaal van Olivetti op het San Marcoplein in Venetië en eindigt bij de graftombe voor de familie Brion, op het kerkhof van San Vito d'Altivole, waar Scarpa zelf ook begraven ligt. Een kennismaking met het handschrift van een Italiaanse meester.

Alleen architecten met een oeuvre lenen zich voor een bedevaart. Andrea Palladio (1508-1580) is het schoolvoorbeeld van zo'n bouwmeester. Hij ontwierp een onwaarschijnlijk groot aantal bouwwerken die een grote stilistische samenhang vertonen en elk afzonderlijk een portie aanbidding waard zijn. Paleizen, stadhuizen, kerken, villa's, bruggen en één theater - Teatro Olimpico in Vicenza - vormen samen een rijke scheppingsgeschiedenis die zich bijna geheel binnen de Noorditaliaanse provincie Veneto afspeelt. Deze geografische beperking wil niet zeggen dat het bekijken van de verzameling een fluitje van een cent is. Integendeel, men moet rekenen op een langdurige, uitputtende onderneming. Hoewel de aanwijzingen in de literatuur en op de openbare weg tegenwoordig een oase van helderheid hebben geschapen vergeleken bij nog geen tien jaar geleden, vergt de trektocht langs de 'Palladio-route' veel tijd, doorzettingsvermogen en ergernis. Het laatste omdat sommige wegen niet lopen zoals zij volgens de kaart lopen (zonder auto is de Palladio-route niet te doen) en omdat niet alle Palladio-villa's zich onmiddellijk bekend maken. Vooral minder populaire exemplaren, een kwalificatie die niets zegt over de bekoorlijkheid van de architectuur, kunnen zich verscholen gedragen omdat zij niet zo stralend zijn onderhouden als bijvoorbeeld Villa Barbaro of, de onbetwiste ster, La Rotonda.

Gelukkig vindt het gespeur en geploeter plaats in een omgeving die wat betreft cultuur en natuur de moeite waard is, om het zacht uit te drukken. Bovendien zijn er tussen de soms radeloze zoektochten door voldoende aangename gelegenheden om op verhaal te komen. Schone leidraad bij dit alles is de Brenta rivier, het verlengde van het Venetiaanse Canal Grande, die aan beide vruchtbare oeverzijden in de loop van eeuwen een schat aan historische bouwwerken heeft aangetrokken. Vaak zijn de landhuizen, boerenhoeven en pallazzi uitermate geschikte locaties voor hotel of restaurant en gelukkig hebben veel van deze monumenten met zichtbaar genoegen zo'n bestemming aangenomen.

Vrijwel in hetzelfde gebied, ook met de rivier de Brenta als verstilde slagader, heeft Carlo Scarpa zijn historische sporen achtergelaten. Scarpa (Venetië 1906 - Japan 1978) is lange tijd om twee redenen voor het publiek een verborgen architect gebleven. De eerste reden is de relatief kleine omvang van zijn oeuvre. Hij heeft geen machtige paleizen of basilieken ontworpen, maar wel musea en een paar villa's, een bankgebouw, een begraafplaats met kapel, talloze winkel- en tentoonstellingsinrichtingen, glaswerk, deurknoppen, trappen en hekwerken. De tweede reden waarom Scarpa pas sinds kort wat bredere bekendheid heeft gekregen, houdt verband met de eerste. Carlo Scarpa was een architect voor architecten, een ambachtelijke meester-kunstenaar die met zijn doorwrochte, maar glasheldere details de vakgenoten inspireerde en hen onuitputtelijke leerstof bood. Zijn plintaansluitingen, scharnieren, raamkozijnen, toepassing van water, zijn zinrijke ornamentiek en vooral zijn onnavolgbare kunst om oude, historische gebouwen nieuw elan te geven, hebben Scarpa, binnen de architectuur van de twintigste eeuw tot eenzame hoogte gebracht. Architecten gedragen zich als een tovenaarsgilde: beroepsgeheimen moeten zo lang mogelijk beroepsgeheim blijven. Tijdens zijn leven was Carlo Scarpa een gekoesterd kleinood binnen de professionele kring. Hij werd door het architectengilde pas vrijgegeven, toen zijn ontwerpkunst van onder tot boven was ontleed en ingedeeld. Daarna mocht zijn werk doordringen op het internationale toneel van de populaire architectuur. Benedikt Taschen, de Duitse uitgever van mooie, rijk geïllustreerde kunst- en architectuurboeken die toch slechts om en nabij de dertig gulden kosten, bracht in 1993 een Scarpa-boek op de markt met een mat-gekleurd omslag waarop een paarsblauw en een grijs vlak in elkaar grijpen: een detailbeeld van het trappenhuis in de Banca Popolare van Verona. Een jaar later herdrukte Taschen Verlag precies hetzelfde drietalige (Frans, Duits, Engels) boek. Alleen was de cover veranderd. Ineens spat glimmend goud je tegemoet, onder andere uit de schreefloze letters van de naam Scarpa. En de matte kleuren zijn vervangen door afbeeldingen van natuurstenen vlakken rond een vierkant, het in koper uitgevoerd logo van Scarpa's Olivetti Showroom op het San Marcoplein in Venetië.

De lezer moet zich door die glamour niet laten afschrikken, want wie een bedevaart wil maken, dient zich van te voren terdege over zijn eerbiedwaardig onderwerp op de hoogte te stellen. En voor dit doel is het Taschen-boek, dat eenvoudigweg Carlo SCARPA heet, uitstekend geschikt.

De architectuur van Scarpa is zo uitzonderlijk omdat hij zich als ontwerper nooit lijkt te hebben vergist. Scarpa heeft, simpel gezegd, nooit iets lelijks gemaakt. Oorzaak van deze ogenschijnlijke onfeilbaarheid is zijn vermogen om de juiste materialen, de juiste kleuren, de juiste vormen op precies de juiste manier in een veelal historische contekst te gebruiken. Daarom wordt hij vooral door Italiaanse architectuurhistorici liever een groot kunstenaar dan een architect genoemd. Voor een dergelijke appreciatie valt veel te zeggen. Italiaanse voorgangers van Scarpa, als Brunelleschi, Alberti, Bramante, Palladio en Borromini bouwden ook temidden van een historische omgeving en vaak zelfs letterlijk daarbovenop. Carlo Scarpa deed hetzelfde, maar dan niet in de vijftiende, zestiende of zeventiende eeuw, maar in de onze, de twintigste. Met zijn kunstzinnig doorwerkte stijl heeft hij oude en nieuwe bouwkunst zo doordacht weten samen te brengen, dat een architectuur van alle tijden is ontstaan.

De toonzaal van Olivetti (1958) op het San Marcoplein in Venetië is een prachtig voorbeeld van die tijdloze architectuur. De winkelhoek, niet al te groot achterin de rechter arcadevleugel, is onmiddellijk herkenbaar door het virtuoze materiaalgebruik en de rijkdom aan details. Als deze kenmerken van de Scarpa-architectuur eenmaal zijn ontdekt, lijkt het of je onwillekeurig door een vergrootglas kijkt naar de raamsponningen, het koperen hekwerk voor het entreeportiek, naar de kleinste, intrigerende onderdelen van het monumentale geheel. Ook is de neiging onweerstaanbaar om je vingertoppen even over het koper, over de verschillende steensoorten en over het gepolitoerde beton van de gevel te laten glijden. Met deze rituelen eigenen de ware liefhebbers van Scarpa zich zijn verzameld werk toe. Zijn staal, koper en zijn beton dagen uit om aangeraakt te worden en om er met je neus bovenop te staan. Eenmaal fanatiek op Scarpa-tournee zal niemand een detail van het minutieuze schouwspel willen missen. Oók in Venetië en op een steenworp afstand van het San Marcoplein ligt het onderkomen van de Querini-Stampalia Foundation. In het begin van de jaren zestig heeft Scarpa de begane grondverdieping en de tuin van het zestiende-eeuwse paleisje onder handen genomen. Dit diepstgelegen deel van het huis was onbruikbaar omdat het regelmatig onder water stond. Scarpa maakte van de nood een deugd door een loopgebied te verheffen boven een uitgegraven bassin waar het water vrij spel heeft. Zo is een binnenruimte ontstaan, met plinten als minikanalen, die de stille geheimzinnigheid van een Japanse Zen-tempel nabij komt. De onmiskenbare Scarpa-stempel begint al bij de toegangsbrug over het kanaal naar het pleintje naast de kerk Santa Maria Formosa: een elegante compositie van verschillende soorten hout, gemonteerd op een stalen poortconstructie. Door het bruggetje en het karakteristieke, open hekwerk waardoor het kanaalwater door een loggia met twee rondbogen vrijelijk in en uit het souterrain kan stromen, is ook van buiten te zien dat het hier een authentieke Scarpa betreft. Trefzekerheid van de herkenning is natuurlijk ook een opwindend onderdeel van een trektocht als deze.

Zeker bij Scarpa, die zijn architectuur in kleur, toon en materiaal zoveel mogelijk heeft ingebed in de historische omgeving, kan de spanning rond de herkenning hoog oplopen. Maar heeft de eerste Scarpa-streek, bijvoorbeeld in een brugleuning, of in de vormgeving van een naambordje, zich eenmaal aangediend, dan ontvouwt de rest van het kunstwerk zich wonderbaarlijk snel omdat zijn gedistingeerd handschrift zo hoogst persoonlijk is.

Zoals Vicenza de stad is van Palladio, zo is Verona aan de rivier de Adige het architectonisch domein van Scarpa. Hij heeft zich intens met de restauratie en renovatie van de in de Tweede wereldoorlog zwaar geteisterde stad bemoeid en hij bouwde er zijn meesterwerk, het Castelvecchio Museum. 'Bouwen' is misschien een te groot woord voor de transformatie van het veertiende-eeuwse kasteel tot modern Civico Museo d'Arte welke Scarpa tussen 1956 en 1964 tot stand bracht. Aan het stoere, maar beslist niet ongevoelige complex is goed te zien dat in deze jaren de ambachtelijke kennis en vaardigheden die Scarpa zo meesterlijk wist te regisseren, nog volop in het Italiaanse bouwvak aanwezig waren. De uitvoering van zijn gecompliceerde ontwerpen - Scarpa's tekeningen zijn subliem - is voorbeeldig tot in alle finesses.

Om de oorspronkelijke structuur van de kasteelruimtes zo herkenbaar mogelijk te houden, maakte Scarpa nieuwe vloeren die als kleden op een ruime afstand van de muur ophouden en muren die hetzelfde doen ten opzichte van de plafonds. En de ingetogen, maar daarom niet minder dramatische opstelling die hij voor de kunstwerken, voor de oude beelden en schilderijen, bedacht is dermate universeel en aangrijpend dat de bezoeker in deze zalen geen vat meer heeft op de tijd. Het onderscheid tussen archeologie en nieuwbouw kan hier alleen worden beleefd als je er naar op zoek gaat. Verwarrend hoogtepunt van een ontmoeting van die twee, van oud en nieuw, is de passage die het opengewerkte uiteinde van de museumvleugel verbindt met de oude kasteelmuur. Dat zal de reden zijn waarom deze plaats in het Castelvecchio wordt gemarkeerd door het schitterende ruiterstandbeeld van Cangrande I (± 1330), door Scarpa geplaatst op het uiteinde van een zwevende, betonnen sokkelbalk. Talloos zijn de adviezen die de bezoeker van Castelvecchio mee zou moeten krijgen: let op de kleuren en vooral op het rood van de massieve tentoonstellingsschotten, let op de plinten, let op de lampen, let op de thermenvensters, let op de Egyptische doorgangen, maar let vooral op de schildersezels die, trots en sierlijk, kleinere meesterwerken van Veronese en Venetiaanse schilderkunst mogen dragen. Scarpa heeft zich erop uitgeleefd.

Eigenlijk geldt dat voor al zijn objecten en bouwwerken: de fijnzinnige architect heeft zich erop uitgeleefd, niet zo uitbundig als Gaudi, maar meer als Frank Lloyd Wright wiens werk Scarpa ook beslist niet koud heeft gelaten. De Banca Popolare di Verona waarvoor Scarpa in 1973 het ontwerp maakte, betekende zijn laatste, verwezenlijkte bouwwerk. Het was nog niet voltooid toen hij in november 1978 tijdens een bezoek aan Japan in Sendai overleed.

Het bankgebouw middenin Verona is vooral opvallend door de lange voorgevel met kale ronde uitsparingen in het gevelscherm van beige marmer, naast met ornamentiek ondersteunde, klassieke, vierkante ramen die als glazen erkers naar voren steken. Het is een verschijning die weliswaar onmiddellijk in het oog springt als je de hoek van de straat bent omgeslagen, maar verder niet schokkend is. De werkelijke verwondering begint pas als je vlakbij het gebouw bent gekomen. Dan blijkt de ongelooflijke zorgvuldigheid van de bijna muzikale detaillering. Hoe bestaat het dat deze hoogwaardige, culturele architectuur is ontstaan in het midden van de, voor onze gebouwde omgeving zo desastreus verlopen jaren zeventig?

Om nog twee uitzonderlijke creaties van Scarpa te zien, moet naar de dorpen Possagno en San Vito d'Altivole boven Treviso worden gereisd. De Gipsoteca Canoviana is, de naam zegt het al, een mausoleum gevuld met gipsmodellen zoals er meer in de geciviliseerde wereld bestaan. Deze Gipsoteca (1955-1957) is gelegen in Possagno, ten noorden van het bedeesd decadente Asolo en dankt haar faam vooral aan Scarpa's ramen. De vitrines zijn, net als de schildersezels in Verona, ook verrassend mooi - de toekomstige vitrines, ontworpen door Manfred Kausen voor de nieuwe Aziatische afdeling van het Amsterdamse Rijksmuseum zijn er niet vreemd aan , maar de ramen kunnen door geen enkel ander onderdeel van het museum worden overtroffen. Uit de dakhoeken heeft Scarpa een kubusvormige of rechthoekige hap genomen en deze met glas weer opgebouwd. De lichtplassen die door de kristallijne vormen naar binnen vallen doen wonderen voor de expressiviteit van de bleke beelden, zelfs als het regent.

En dan is er, tenslotte, de begraafplaats voor de familie Brion in San Vito d'Altivole. Het beste moment van de dag om deze geserreerde plek te bezoeken, is zo laat mogelijk voor zonsondergang. Het licht moet laag staan zodat de schaduwen, vooral van de populieren, hun onheilspellendste lengte hebben bereikt. De betonnen boog waaronder de twee sarcofagen van het echtpaar Brion in een klassieke arena rusten, ligt als een reusachtige sculptuur met een schild van licht en schaduw op een egaal groen veld. Met de tredenterrassen, waterpartijen, de hoekige kapel, de follie-achtige tombegebouwtjes is de uiteindelijke rustplaats van de Brions - ook Carlo Scarpa is hier op zijn verzoek begraven - huiveringwekkend en poëtisch tegelijk. De bezoeker is getuige van architectuur die volkomen aan de tijd ontstegen is. De materialen, de vormen, de aardse kleuren lijken op de eeuwigheid afgestemd. Oude beschavingen, van de Azteken, de Etrusken, de Romeinen, de Japanners sluimeren hier in de sobere, ruw betonnen bouwwerken. Als de bezoeker de begraafplaats van de familie Brion verlaat en nog een keer omkijkt, naar de kerkhofmuur, de bijna blinde gevel van de kapel en de nu zwarte cipressen, dan ineens schiet hem het woord te binnen waarmee het kleine oeuvre van Carlo Scarpa kan worden samengevat: melancholie.

    • Max van Rooy