De smeulende vuurbergen van Java; Een eitje koken in de krater

Tempels en rijstvelden. Met die betoverende beelden in vierkleurendruk lokte het reiswezen in 1994 vier miljoen toeristen naar Indonesië. Weinigen realiseren zich dat deze natuurlijke en culturele rijkdom is te danken aan de vulkaan op de achtergrond. Fitte reizigers doen het land tekort als ze niet minstens éénmaal de drukte achter zich laten, zo'n 'vuurberg' beklimmen en bij zonsopgang, hoog boven de wolken, een blik werpen in het ontzagwekkende binnenste der aarde.

Zie je de vuurgloed?'' De eigenaar van het logement Vogels in Kaliurang roept me toe vanuit de verlichte deuropening en wijst naar de hemel. Vanaf mijn balkon tuur ik in het nachtelijke duister. De wolken trekken weg voor de maansikkel en daar, boven de donkere bosrand, verschijnt een vuurrode stip, die opzwelt, kantelt en een diagonaal lichtspoor trekt aan de nachthemel. Het vele uren naar de regenwolken staren wordt beloond: de Merapi, de beruchtste vulkaan van Java, laat zijn ontzagwekkende gezicht zien. Met tussenpozen van enkele minuten kolkt de gloeiendhete lava over de kraterrand om zich langs de helling omlaag te storten.

In het licht van de eerste zonnestralen verbleekt de vuurgloed. Van de gutsen lava is nog slechts een rookspoor zichtbaar. In de kristalheldere dageraad verrijst het imposante silhouet van de vulkaan. Vanachter de kartelrand van de krater stijgt een zware rookwolk op naar de lichtblauwe ochtendhemel. De betovering duurt maar kort. Binnen een uur trekt er een dicht wolkendek om de top en verdwijnt de Merapi voor de rest van de dag uit het zicht.

Het Indonesische volk leeft letterlijk onder de vulkaan. Hun archipel van 13.000 eilanden ligt in de 'Ring van Vuur' rond het bekken van de Stille Oceaan en telt liefst 129 gunung api (vuurbergen). Jaarlijks registreert de Vulkanologische Dienst gemiddeld tien grotere en kleinere erupties. De vuurbergen brengen dood en verderf, maar ook leven en overvloed.

De meeste hindoe-boeddhistische monumenten uit de Javaanse middeleeuwen zijn opgetrokken uit gestolde lava, gewillig materiaal voor beeld- en steenhouwers. De vulkanische as is rijk aan chemicaliën die de groei bevorderen en na elke uitbarsting verspreidt die zich over een groot gebied. Rivieren en irrigatiekanalen vervoeren de as naar verder gelegen sawa's. Zo beschikt Indonesië over de rijkste landbouwgronden ter wereld. De klassieke beelden van Java - een boer en zijn karbouw die traag door het rijstveld zwoegen en het boeddhistische heiligdom Borobudur - worden beheerst door het silhouet van een vulkaan.

De twee grootste vulkaanuitbarstingen uit de geschiedenis voltrokken zich in de negentiende eeuw, in het toenmalige Nederlands-Indië. Vergeleken bij deze uitzinnige woedeuitbarstingen van moeder aarde was de ondergang van Pompeï en Herculaneum niet veel meer dan een onweersbui.

Op 5 april 1815 explodeerde de Tambora op West-Sumbawa. In de jaren voorafgaand aan de grote klap kwamen er dikke rookwolken uit de vulkaankegel en het gerommel in de krater zwelde geleidelijk aan. Toen de berg letterlijk de lucht in ging, hoorde men in Batavia, 1.250 kilometer naar het westen, een geluid als van kanongebulder in de verte. Raffles, de Britse luitenant-gouverneur van Java, vermoedde een vijandelijke aanval en beval zijn troepen de stad binnen te marcheren. Van 10 tot 12 april veranderde de vulkaan in vloeibaar vuur en blies hij honderd kubieke kilometer puin naar de hemel. Stenen van twee vuisten groot vielen tot veertig kilometer van de uitbarsting en de trillingen waren voelbaar tot in Surabaya, zeshonderd kilometer naar het westen. De uitgestoten stof en as bedekten de aardbol en deden de temperatuur wereldwijd een jaar lang met twee graden dalen. Dat was het 'jaar zonder zomer' 1816.

In 1883 werd dit geweld nog geëvenaard door de Krakatau, een vulkaaneiland in Straat Soenda, tussen Java en Sumatra. In de vroege morgen van 27 augustus wierp de berg twintig kubieke kilometer rots- en steengruis de hemel in, waardoor het eiland bezweek en zeewater de ziedende krater binnenstroomde. Dat bracht een catastrofale explosie teweeg, waarbij de machtige berg uiteenspatte. Ontelbare tonnen rots werden tot twintig kilometer hoogte de atmosfeer in geslingerd. Vulkanisch puin daalde neer tot op Madagascar en de explosie was hoorbaar tot in Brisbane. Tsunami, seismische vloedgolven tot 30 meter hoog, vaagden 163 kustdorpen op West-Java en Zuid-Sumatra van de aardbodem. Schepen kwamen in problemen tot in het Kanaal. Drie jaar lang cirkelden vulkanische as en wolken om de aardbol, wat sensationele zonsondergangen opleverde.

In 1927 rees een kleine nieuwe kegel uit de onderzeese krater: Anak Krakatoa, de 'zoon van de Krakatau'. Sindsdien is het bergje gegroeid tot honderdvijftig meter boven de zeespiegel, omringd door de dode resten van zijn vader, en op gezette tijden spuwt hij rook en lava. Vissers in Kalianda, aan de zuidpunt van Sumatra, en in Carita Beach, aan de westkust van Java, zijn voor goed geld bereid avonturiers af te zetten op het smalle strand van de jonge Krakatau. Zo'n onderneming is niet zonder risico's. De stromingen in Straat Soenda zijn berucht en er doen verhalen de ronde over hulkjes van overmoedige vissers die, verblind door bankbiljetten, de tocht aanvaardden en reddeloos afdreven naar de Indische Oceaan. Als zoonlief in aktie komt, kunnen ook zeewaardige schepen met ervaren bemanningen, die zich te dicht bij het piepjonge eiland wagen, worden geraakt door rondvliegend gesteente uit de kratermond. Java telt tientallen vulkanen in ruste, maar gerekend in geologische tijd kan dat best een middagdutje blijken te zijn. Drie smeulende vuurbergen zijn intussen opengelegd voor het massatoerisme. Eén van deze attracties is de Tangkuban Prahu, een 2.081 meter hoge vulkaan, 30 kilometer benoorden Bandung, de hoofdstad van West-Java. Even boven het stadje Lembang loopt een asfaltweg naar de kraterrand, waar een eethuis staat. Bezoekers kunnen te voet afdalen in de krater en een eitje laten koken boven één van de stoomgaten.

Er is ook een weg aangelegd naar de krater van de Papandayan, een schakel in de vulkaanketen die het Bandung-bekken scheidt van het Garut-plateau. De krater ligt op 2.622 meter en vertoont een gapend gat aan de noordzijde, dat op een heldere ochtend uitzicht biedt op de vlakte rond het stadje Garut. Dat gat werd geslagen op 11 augustus 1772, toen de Papandayan uitbarstte en zo'n veertig dorpen wegvaagde, waarbij drieduizend mensen omkwamen. In de krater borrelt hete modder en stijgen fumaroles en zwaveldampen op. De vulkaan slaapt, maar wordt voortdurend geobserveerd door de Vulkanologische Dienst. Verreweg de bekendste en meest bezochte vulkaan van Indonesië is de 2.392 hoge Bromo, 112 kilometer ten zuiden van Surabaya, de hoofdstad van Oost-Java. Driemaal per jaar wordt hij overstroomd met toeristen. In februari, tijdens het Kasada-festival, het Javaanse ceremonieel waarbij de geesten der voorouders worden herdacht en duizenden bedevaartgangers offerandes in de krater storten. En rond Kerstmis en in juli/augustus, de vakantiepieken van westerse toeristen.

Een busrit naar de kraters van deze getemde slapers is aardig, maar in het hoogseizoen valt het niet mee om een plaatje te schieten van borrelende modderpoelen, stoomgaten en zwavelformaties zonder de korte broeken en verbrande benen van een ander reisgezelschap. Veel meer voldoening geeft een voettocht naar een nog niet door asfalt ontsloten krater.

Onervaren bergbeklimmers met een redelijke conditie zouden kunnen beginnen met de Gede, negentig kilometer ten zuiden van Jakarta. Op een heldere ochtend in de regentijd, als de atmosfeer is schoongespoeld, zijn de contouren van de Gede (zijn naam betekent 'groot') zichtbaar vanaf de noord-zuid lopende boulevards van de hoofdstad. Een vulkaan in ruste, maar geen kleintje; het hoogste punt van de kraterwand ligt op 2.958 meter. Er loopt een steil, maar goed begaanbaar pad naar de top. Het is ongeveer tien kilometer lang en begint in de botanische tuinen van Cibodas, West-Java. De vulkaan ligt in het natuurpark Gede-Pangrango - de Pangrango is de tweelingbroer van de Gede, iets hoger (3.019 meter), maar zonder krater. De aangewezen periode voor een klim is de droge tijd, van mei tot en met oktober. In de regentijd wordt het pad spekglad en raakt de klimmer doorweekt. Dat is leed, want de nachten boven zijn koud. Neem een slaapzak, een warme trui en een liter water mee en trek dichte schoenen aan met een stevige zool. Hoe zwaarder het schoeisel en de bepakking, des te zwaarder de klim. Ga niet alleen; één misstap of ander onheil en u bent zoek.

Wie wat betreft natuurschoon het onderste uit de kan wil, beginne in de namiddag, om een uur of drie. Het pad klimt de eerste uren door dichte bossen, want in de tropen ligt de boomgrens op zo'n 3.000 meter boven de zeespiegel. Halverwege de tocht voert een fragiele hangbrug over een stomend hete waterval. Een half uurtje klimmen verder ligt tussen meer dan manshoge varens een hut van hout en gevlochten bamboe, waar de slaapzak kan worden uitgerold op een ruwhouten vloer. Achter de hut loopt een beek met helder, drinkbaar water.

Sta 's morgens om vier uur op en klim de laatste kilometers naar de top in het eerste ochtendgloren. Dit traject is het steilst, de begroeiing wordt dunner, maar de knokige boompjes met luchtwortels bieden de klimmer voldoende houvast. Even onder de top voert de route langs een bijna loodrecht wandje, waar tussen de luchtwortels stevige touwen hangen.

De nog onzichtbare zon schildert de ochtendhemel lila en lichtblauw. U bent boven de wolken en heeft vrij uitzicht op de volmaakte, geheel begroeide kegel van de Pangrango. Dit is het dak van Java, waar de goden afdalen naar de aarde. Dan begint het te glooien, het klimmen is voorbij en u nadert de rand van de krater. Het pad voert over de smalle, licht stijgende kraterwand naar het hoogste punt. Rechts de berghelling en de wolken, links het hart van de vuurberg. Deze ogenblikken maken alle inspanning goed. Het hoogste punt is bereikt en u kijkt vanuit de hemel in het binnenste der aarde. De diepe, steile krater met zijn fraai gelaagde wanden is in ruste, maar uit de gele zwavelputten in de diepte stijgen rookpluimen op, loodrecht in de onberoerde ochtendlucht. Daar is de zon. Plotseling baadt het weidse tafereel in strijklicht en de Edelweiss tussen de rots wordt goudgeel. De voldoening ten top.

Wilt u na deze volmaakte stilte getuige zijn van een vuurstorm, reis dan af naar Midden-Java. De Merapi, die 25 kilometer ten noorden van de sultanstad Yogyakarta oprijst uit de rijstvelden, is verreweg de gevaarlijkste van Indonesië's vulkanen. De eerste beschreven uitbarsting had plaats in het jaar 1006, toen de Borobudur, op 48 kilometer van de Merapi, werd bedolven onder een dikke laag vulkanische modder en de vlakte rond het monument zodanig werd verwoest dat zij generaties lang onbewoonbaar bleef. Nadien is de Merapi eigenlijk nooit meer tot rust gekomen; alleen al in deze eeuw kwamen bij 35 erupties enkele duizenden mensen om.

De Merapi is niet alleen de meest onberekenbare, maar ook de best bewaakte vulkaan van Indonesië. Vanuit zes observatieposten houdt personeel van het Directoraat Vulkanologie, een onderafdeling van het Departement van Mijnbouw en Energie, de berg nauwkeurig in de gaten. Met seismografen registreren zij de harteklop van de vulkaan, met kijkers controleren zij de lavastroom en aan de hand van geodetische metingen bepalen zij de omvang van de lavakorst die zich op de vulkaanhelling heeft afgezet. Die is de laatste jaren met enkele miljoenen kubieke meters gegroeid.

De lava, het gloeiend hete magma dat over de rand gulpt, stolt na enkele duizenden meters. Bij zware regenval dreigt het gevaar van een vulkanische modderstroom. Zo'n vloedgolf spoelt een deel van de lavakorst weg en voert grote blokken mee omlaag die in een oogwenk huizen met de grond gelijk maken. Vulkanische modderstromen kunnen een snelheid bereiken van dertig kilometer per uur en komen ver. De rivierbeddingen ten westen van de Merapi bevatten een dikke laag zwart lavagruis, dat bij voorgaande uitbarstingen naar beneden kwam. Japanse aannemers hebben de laatste jaren hoge wallen opgetrokken om eventuele lava- en modderstromen te kanaliseren en via de rivierbeddingen af te voeren naar zee. Zo blijft de stad Yogyakarta in geval van een grote uitbarsting gespaard.

In Kaliurang, een slaperig bergdorpje aan de voet van de vulkaan, is het rustiger dan voorheen. In het logement Vogels, in de jaren dertig een geliefde pleisterplaats voor wandelaars en leden van de Indische Motorclub, verzamelen zich rugzaktoeristen uit alle windstreken om hun klimmerskrachten te beproeven op de 2.911 meter hoge Merapi. Maar de weg naar de krater is inmiddels afgesneden door nieuwe lavastromen. In de eetzaal met pastelkleurige glas-in-lood ramen liggen logboeken met klimervaringen. In boek 11 staat op 22 november 1994 in rode viltstiftletters: 'MERAPI ERUPTED- KILLED 69 PEOPLE'.

Die dinsdag deed zich een reeks explosies voor in de krater en plotseling stiet de Merapi een enorme, hete gaswolk uit die langs een smal rivierdal naar beneden raasde, alles op zijn pad verzengend. Het gehucht Turgo op de zuidelijke helling veranderde in een inferno. 29 mensen waren op slag dood en 56 anderen werden met zware brandwonden naar het ziekenhuis gebracht, waar er veertig bezweken.

Christian Awuy, de eigenaar van Vogels, kent de berg als geen ander. Hij heeft de steile klim naar de krater al tientallen malen volbracht en voorziet koene alpinisten uit binnen- en buitenland niet alleen van logies en eten, maar ook van deskundig advies. Na de eruptie van 1994 is de top van de vulkaankegel tot verboden gebied verklaard. Awuy is echter lid van het reddingsteam en heeft toestemming om klimmers een eindweegs mee te nemen, de rode zône in. Daar kunnen zij op veilige afstand het magma zien kolken en de berg horen grommen.

Vulkanen beklimmen

Gede Het kantoor van de PHPA (dienst natuurbescherming en bosbeheer), Botanische Tuinen, Cibodas, 46 kilometer van Bogor. Het kantoortje bevindt zich achter de parkeerplaats van de botanische tuinen en verstrekt brochures en een wandelkaart. Daar bevindt zich ook de ingang van het Natuurpark Gede-Pangrango en begint het pad naar boven. De PHPA dringt er bij klimmers op aan zich te laten vergezellen door een parkgids (100.000 rupiah, d.i. 70 gulden voor een klim met overnachting naar de top), maar het is nodig noch verplicht. De kaart biedt voldoende houvast.

Merapi Asia and Pacific Information Centre, ondergebracht in Vogels Homestay, Jalan Astamulya 76, Kaliurang, Yogyakarta. Telefoon: 00-62-274-95208. Uitbater, Merapi-kenner en dé gids op uw voettochten naar de lava: Christian Awuy.

    • Dirk Vlasblom