Bataafse Republiek herdacht met twee tentoonstellingen

Tentoonstellingen: Denkbeeldig Vaderland: Kunst en Politiek in de Bataafse Tijd. T/m 10 febr. Haags Historisch Museum, Korte Vijverberg, Den Haag. Di-vr 11-17u, za-zo 12-17u.

..En nu die kale Fransen. T/m 20 maart. Het Nederlandse Muntmuseum, Leidseweg 90, Utrecht.

DEN HAAG/UTRECHT, 8 JAN. Welke historische gebeurtenis vond plaats bij Goejanverwellesluis? Scholieren worden sinds kort weer geacht die vraag te kunnen beantwoorden. Het tijdvak van de Bataafse Republiek is opgenomen in het eindexamenpakket geschiedenis op de middelbare school en daarmee maakt ook het incident bij Goejanverwellesluis weer deel uit van de lesstof. Prinses Wilhelmina, echtgenote van stadhouder Willem V werd hier op 28 juni 1787 vastgehouden door een vrijkorps van patriotten. De beledigde prinses beklaagde zich bij haar broer, de koning van Pruisen. De troepenmacht die hij twee maanden later naar Nederland stuurde, maakte een einde aan de revolutionaire idealen van de patriotten. Niet voor lang overigens: de politieke dissidenten die in 1787 naar Parijs waren uitgeweken, dansten zeven jaar later al weer rond de vrijheidsbomen die her en der waren opgericht nadat Nederland door de Fransen was 'bevrijd'.

De tweehonderdste verjaardag van de Bataafse revolutie wordt - op de valreep - luister bijgezet met twee tentoonstellingen. In het Utrechtse Muntmuseum gaat de aandacht uit naar de maatschappelijke veranderingen die de Bataafse (ook wel 'Franse') tijd in Nederland teweeg heeft gebracht. Een tentoonstelling in het Haags Historisch Museum toont hoe de kunst uit dit tijdvak gekleurd werd door de politieke gebeurtenissen.

“De jaren 1795 tot 1813 zijn lang beschouwd als een periode van nationale schaamte.” zegt Renger de Bruin, mede-samensteller van de Utrechtse tentoonstelling. “We willen laten zien dat dat negatieve imago niet terecht is.”

In de jaren na 1795 veranderde Nederland ingrijpend. Het strafrecht werd hervormd, metriek stelsel, muntstelsel en dienstplicht werden ingevoerd en het losse verband van zeven provinciën maakte plaats voor een eenheidsstaat. “De basis voor het moderne Nederlandse staatsbestel is in die tijd gelegd,” aldus De Bruin. Hij verbaast zich over de mate waarin destijds met democratisering geëxperimenteerd werd. “De discussie over het referendum-stelsel werd toen ook al gevoerd. De Utrechtse bevolking ging een tot twee keer per maand naar de stembus en had bijvoorbeeld inspraak in de sluitingstijden van de stadspoorten.”

De titel van de Utrechtse tentoonstelling '... En nu die kale Fransen' is ontleend aan het liedje 'Hop Marjanneke stroop in 't kanneke'. De 'kaalheid' van de Fransen verwijst naar de haveloze toestand waarin de troepen in Nederland arriveerden. Tekeningen en prenten tonen hoe de Neude omgedoopt werd tot 'Vrijheidsplein'. Andere curiosa op de tentoonstelling ademen de geest van vrijheid, gelijkheid en broederschap die - zo werd verwacht - de Fransen mee zouden brengen. Maar de koekplanken met revolutionaire motieven maakten allengs plaats voor uitingen van anti-Franse sentimenten.

De tentoonstelling gaat dit jaar op tournee door de provincie Utrecht en zal in elke standplaats worden toegespitst op de lokale geschiedenis. Het Munt-museum heeft met ruimte gewoekerd om alle voorwerpen op te kunnen stellen. Het Centraal Museum was - wegens verbouwing - niet beschikbaar.

Ook de Haagse tentoonstelling was aanvankelijk in een andere behuizing (het Rijksmuseum in Amsterdam) gepland. De permanente opstelling van het Haags Historisch Museum is nu naar het depôt verhuisd om plaats te maken voor 'Denkbeeldig Vaderland'. De tentoonstelling toont hoezeer de politieke strubbelingen aan het einde van de achttiende eeuw samenvielen met een debat over de nationale identiteit en nationale kunst.

“Kunst was een middel om uitdrukking te geven aan het ideaalbeeld van het Vaderland,” zegt samensteller Frans Grijzenhout. Dat vaderlands gevoel komt onder meer tot uiting in bedaagde binnenhuis-tafereeltjes en weide-landschappen waarin een belangrijke plaats is toebedeeld aan het ultieme symbool van het 'welvaren der natie': de koe. Een vroeg-negentiende-eeuwse tekst beschrijft hoe heerlijk de aanblik van een volvette vaderlandse koe is in vergelijking met 'magere Duitsche osjes'. Ook de invloed van de Romantiek met haar belangstelling voor de esthetiek van het verval deed zich voelen. Veel kunstenaars hadden oog voor de bouwvallen die in deze tijd ruimschoots voorhanden waren. Op tekeningen en schilderijen is te zien hoe de huizen uit de glorieuze Gouden Eeuw op instorten staan. Grijzenhout: “Maar daar werd nog een positieve draai aan gegeven: op de puinhopen van het verleden zouden de vaderlandse deugden immers weer tot bloei komen.”

'Denkbeeldig Vaderland' illustreert de politieke rivaliteit aan de hand van spotprenten. Er is onder meer een vaandel met karikaturen te zien - spotlap of smartlap genaamd - dat gebruikt werd om verzen of liedjes bij voor te dragen. Veel aandacht is er voor de Hagenaar Wijnand Esser die spotprenten verkocht en ze zelf ook vervaardigde. Esser was geobsedeerd door Napoleon en maakte hem voortdurend belachelijk. Maar dat pas toen Napoleon al lang en breed verslagen was.

    • Erik Spaans