AB BAARS OVER Steve Lacy

Het Trio Ab Baars met Wilbert de Joode (contrabas) en Martin van Duynhoven (drums) plus gast Steve Lacy (sopraansaxofoon) speelt: 18/1 Paradox, Tilburg, 19/1 Verkadezaal, Zaandam, 20 en 21/1 l'Archiduc, Brussel, 23 en 24/1 Duitsland, 25/1 Grand Theatre, Groningen, 26/1 BIMhuis, Amsterdam (radio-opname NPS), 27/1 Popular, Rotterdam, 28/1 Azijnfabriek, Den Bosch, 29/1 Wilhelmina, Eindhoven en 1/2 Vredenburg, Utrecht. In maart verschijnt Baars' solo-cd De Fluisteraar van Zeeuws Vlaanderen (Geestgronden).

“In het oude BIMhuis was er een toilet dat direct aan de kleedkamer grensde. Daar heb ik me een keer een halfuur in opgesloten om naar Steve Lacy te kunnen luisteren terwijl die zich inspeelde voor een concert. Het is een goede gewoonte van jazzmusici zelf oefeningen te bedenken. Ik was benieuwd om te horen wat hij zoal deed.”

Ab Baars (40) maakte in '77 een lp met het OHM Sextet en was vervolgens op podium en plaat actief bij o.a. De Volharding, Guus Janssen, Theo Loevendie, Misha Mengelberg en punkgroep The Ex. In '89 studeerde hij bij de Amerikaanse klarinettist John Carter en ontving hij de prestigieuze Boy Edgarprijs voor jazz-en improvisatie-muziek. In hetzelfde jaar verscheen Krang, de eerste cd op zijn eigen naam, waarop hij behalve op tenorsax en klarinet, ook te horen is op sopraansax, hèt instrument van de Amerikaan Steve Lacy (1934), met wie hij binnenkort een tournee maakt. Intussen speelt Baars geen sopraansax meer, alleen voor de fotograaf komt het instrument even uit de koffer.

“In het begin miste ik het wel, dat specifieke geluid. Nu ben ik blij dat ik die beslissing destijds genomen heb. Ik speelde al tenor en ben me sinds mijn studie bij John Carter zo sterk aan de klarinet gaan wijden dat ik die sopraan er niet meer bij kon doen. Steve Lacy is eenkenniger dan ik. Als je hem vraagt waarom hij alleen sopraan speelt en niet als de meesten daarnaast tenor, zegt hij 'je kunt niet met twee vrouwen leven'.

“Lacy heeft een sterk vormgevoel en blijft als hij improviseert altijd dicht bij de melodie. Hij heeft een heel herkenbaar eigen geluid, anders dan anderen die op sopraansax vaak wel iets van John Coltrane hebben. Wat me erg aanspreekt is dat hij een man is van het kleine gebaar. Lacy staat voor lichtvoetigheid, hij klinkt nooit zwaar op de hand.

“Ook als mens ligt hij mij wel. Hij heeft een prettig gevoel voor relativering en kan heel smakelijk vertellen over wat hij allemaal heeft meegemaakt. Je kunt met hem over van alles praten; hij is erg geïnteresseerd in poëzie en beeldende kunst. Mij is opgevallen dat naarmate hij ouder wordt zijn taalgebruik steeds poëtischer en beeldender wordt, zoals Lester Young destijds een eigen spreektaal bedacht.

“Sopraansax en klarinet, dat is een moeilijke combinatie om voor te schrijven. Er is eigenlijk maar één voorbeeld van: Sidney Bechet en 'Mezz' Mezzrow in de jaren 1945-'47, geen duo waar we erg op lijken. De combinatie sopraan-tenor levert minder problemen op. Ik kom zelf met zes nieuwe stukken en Steve neemt een paar stukken mee. We gaan in elk geval niet wisselen van instrument zoals op 'meetings' op platen vroeger wel gebeurde. Ik ben daar de man niet naar en Steve Lacy helemaal niet. Je mag zijn koffer niet eens dragen. Die houdt hij angstvallig zelf vast, veel te bang dat er iets gebeurt.

“Ik verheug me bijzonder op de komende touernee. De luxe om avond aan avond te spelen waardoor je kunt toegroeien naar iets dat 'staat'. Ik sta te popelen om de flarden muziek die nu al maanden door mijn hoofd spoken eindelijk om te zetten in iets 'echts'. En te horen wat de anderen ermee doen, Lacy niet in de laatste plaats.”

    • Frans van Leeuwen