Woorden die de wereld veranderden

BRIAN MCARTHUR (red.): The Penguin Book of Historic Speeches

503 blz., Viking 1995, ƒ 63,-

Wie of wat bepaalt de loop van de geschiedenis van de mensheid? Voor historici en cultuurfilosofen een eeuwig onopgeloste vraag, omdat het immers gaat om een complexe materie waarin naast factoren als belangen, economie, geaardheden, levensovertuigingen, geestkracht, militaire kracht ook de perceptie van verleden en toekomst een rol spelen.

Brian McArthur, hoofdredacteur van The Times, belicht een interessante factor (toespraken van staatslieden en maatschappelijke hervormers of wie daarvoor willen doorgaan) in een boeiend boek dat hij simpelweg Historic Speeches noemt. De opgave die McArthur zich stelt, het verzamelen en inleiden van een aantal toespraken die hij in het kader van onze geschiedenis het meest indrukwekkend en invloedrijk acht, is even lastig als riskant. Door zich in het elftal hoofdstukken, die tezamen grofweg een periode omvatten van Mozes tot Mandela, overwegend te richten op de westelijke wereld en, enkele markante uitzonderingen daargelaten, daarin vooral op het Engelse taalgebied, legt hij zich zeker beperkingen op. Het resultaat van die werkwijze is een onoverzichtelijke, rijke verzameling van levensbeschouwelijke inspiratie, van emotioneel en rationeel indringende strijdbaarheid tegen onderdrukking en voor het erkennen van menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en vrijheid. Maar naast de voorvechters van democratisch verankerd recht tegenover ongecontroleerde macht, voor geestelijke waarden boven plat-materiële belangen en geneugten laat hij ook scheppers en heersers van totalitaire regimes aan het woord. Hoe deelt McArthur de diverse perioden in? Na grondslagen vanuit liefde voor de Schepper die via de Tien Geboden, Bergrede en in een de Koran vervatte oproep tot naastenliefde worden aangereikt door Mozes, Jezus en Mohammed, komt een hoofdstuk waarin voornamelijk woorden zijn opgenomen die iets afsluiten. De laatste toespraak bijvoorbeeld van koningin Elizabeth I tot het Lagerhuis op 30 november 1601 (“Koning zijn en een kroon dragen is meer glorieus voor hen die toekijken dan dat het plezierig is voor hen die haar dragen”), en Charles I enkele ogenblikken voor zijn executie op 30 januari 1649: “I go from a corruptible crown to an uncorruptible crown.” Oliver Cromwell, die het parlement drie maal ontbond, verzucht één van die keren: “Go with God, but go.”

Opmerkelijk is dat met het voortschrijden van de tijd de duur van de toespraken geenszins korter wordt. De geboortejaren van de VS (1630-1788) gaan aan beide zijden van de oceaan niet voorbij zonder toespraken die gemiddeld twee uur duren (Afgezien van redevoeringen waarin de regering het parlement van repliek dient, zou men daar in het huidige Nederland nauwelijks eer mee behalen). Een markante uitzondering vormt de beroemde Gettysburg-toespraak van slechts 270 woorden, die president Lincoln hield bij de herdenking van gevallenen voor de vrijheid: “Government of the people, by the people, for the people.” McArthur beschouwt het als de meest indrukwekkende en nobele speech van de moderne tijd, vergelijkbaar met de Bergrede van Jezus en de grafrede die Pericles hield bij de begrafenis van Atheense vrijheidsstrijders, weigerend te spreken “over het graf waarin hun stoffelijk overschot is neergelegd”, maar sprekend “over het graf waarin hun glorie blijft leven”.

Seattle

In dit hoofdstuk spreekt mij ook bijzonder aan: de aanwezigheid van het Indiaanse opperhoofd Seattle, de grote verzoener die in 1855 zijn handtekening zet onder een 'verdrag' dat zijn volk in reservaten zal onderbrengen. In zijn redevoering spoort hij de blanken aan rechtvaardig en vriendschappelijk te zijn tegenover zijn volk, ook tegen de gestorvenen want: “The dead are not powerless. There is no death, only a change of worlds.” Tot 'botsingen tussen gladiatoren' ziet McArthur het tussen 1741 en 1795 komen als Britse staatslieden strijden voor een meer effectieve Britse democratie (en dus ook tegen elkaar).

De rubricering van toespraken onder een bepaalde titel maakt een overzichtelijke indruk, maar behoudt uiteraard iets kunstmatigs. Zo wijdt McArthur een hoofdstuk aan de mensenrechten, waarin beroemde namen als Mirabeau, Danton, William Pitt de jongere figureren. Waarmee het accent wordt gelegd op de rechten van de mens in staatkundig opzicht. Waarom ontbreken bijvoorbeeld de fascinerende toespraken die Oscar Wilde over zijn maatschappelijke rechten hield? De rechten van de vrouw daarentegen worden in een apart hoofdstuk ondergebracht en krachtig verdedigd door vrouwen als mrs. Pankhurst en Betty Friedan.

In het laatste hoofdstuk ('A century of War and Revolution, 1914-1994') treden onder anderen Lloyd George, Churchill, Lenin, Gandhi, Roosevelt, Hitler, Kennedy, Martin Luther King, Mandela en Havel op. Zelfs rekening houdend met de harde noodzaak om keuzes te maken, kan ik de afwezigheid van bijvoorbeeld Truman en Marshall (toch verantwoordelijk voor Marshallplan en de Atlantische Alliantie in '48 en '49) moeilijk begrijpen.

Een grote lacune vind ik ook het ontbreken van namen als Schuman en Adenauer, medescheppers van de Europese Gemeenschap (Unie). Bouwers aan samenwerkingsvormen en structuren die, hoe onvolmaakt ook, wederopbouw, veiligheid, vrede en welvaart betekenden in het eeuwenlang door bloedige oorlogen verscheurde Europa. Na het gevaar van ongetemd agressief nationalisme een ingrijpende doorbraak naar in het recht verankerde grensoverschrijdende gemeenschappelijke verantwoordelijkheden. Al op 28 augustus 1948 neemt Adenauer, dan CDU-voorzitter, in de Britse zone stelling tegen collectivisme en bekrompen nationalisme: “Die These dass Macht vor Recht geht, dass die Person nichts und der Staat alles ist, sind nicht etwa erst durch den Nationalsozialismus im Deutschen Volke verbreitet worden. Eine Hoffnung is uns neu gekommen für Europa und das is der Gedanke an die Europäische Union, an das Vereinigte Europa.” Adenauer besefte dat een volk als het Duitse zonder integratie in een ruimer Europees geheel opnieuw een gevaar zou kunnen worden voor zijn buren en voor zichzelf.

Op 9 mei 1950 haakt Robert Schuman namens de Franse regering hierop in met het introduceren van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal: “Voor de vereniging van Europese volkeren is het noodzakelijk dat de eeuwenoude tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland wordt overbrugd. De Franse regering stelt voor de gehele Frans-Duitse produktie van kolen en staal te plaatsen onder een gemeenschappelijke Hoge Autoriteit, welke openstaat voor deelname door de andere landen van Europa.” Toegegeven, Schuman, Adenauer en andere pioniers van Europa hebben wellicht niet zo'n oratorisch talent als vele door McArthur geciteerden, maar hun op diepe overtuiging en vèrreikende visie steunende toespraken hebben wel degelijk een beweging op gang gebracht die de loop van de geschiedenis toch mede heeft bepaald en zeker meer dan bijvoorbeeld de wèl vermelde strijders voor vrijheid van Ierland.

McArthurs boek leert onder meer dat maatschappelijke en staatkundige inzet voor de toekomst zonder verbondenheid met geestelijke strijdbaarheid uit het verleden een pijnlijk tekort in zich zou dragen.

    • W.K.N. Schmelzer
    • Voormalig Minister van Buitenlandse Zaken