Waarom Ruud Lubbers geen secretaris-generaal van de NAVO werd; Het geheim van de James Madison Room

Wat een subliem staaltje Nederlandse diplomatie moest worden, liep eind vorig jaar uit op een tragedie. Eén dag nadat de regering Ruud Lubbers officieel voordroeg voor de post van secretaris-generaal van de NAVO, liep de kandidatuur stuk op Amerikaanse bezwaren. Reconstructie van een persoonlijk drama en een nationale blamage op basis van gesprekken met Nederlandse en Amerikaanse betrokkenen.

De tafel in de James Madison Room, de persoonlijke eetkamer van minister Warren Christopher op de achtste verdieping van het State Department, staat gedekt voor de lunch. De kroonluchters branden. Als Ruud Lubbers, gesecondeerd door NAVO-ambassadeur Bert Veenendaal en de Nederlandse ambassadeur in Washington, Adriaan Jacobovits de Szeged, binnenkomt, neemt Christopher hem even apart voor een hartelijke begroeting.

Ze kennen elkaar oppervlakkig van de top van NAVO-leiders in Brussel en van Lubbers' bezoek aan president Clinton in januari 1994. Met een aperitief in de hand ontdekken ze dat ze gemeenschappelijke kennissen hebben via Stanford University, alma mater van Christopher en minister van defensie Perry. “Christopher mocht Lubbers”, zegt een hoge Amerikaanse regeringsfunctionaris, “hij vond hem charmant en ervaren.”

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken heeft zich omringd met een zware delegatie: zijn onderministers Peter Tarnoff en John Kornblum en zijn NAVO-ambassadeur Robert Hunter. Aan Christophers antieke eettafel wacht hun deze donderdag, 2 november, een precaire taak: de ballotage van een nieuwe secretaris-generaal van de NAVO, de opvolger van Willy Claes.

Het cruciale beraad over een vredesakkoord voor Bosnië in Dayton, Ohio, is net één dag oud. Voor de uitvoering van een eventueel akkoord wil de regering-Clinton 20.000 soldaten aan een NAVO-vredesmacht leveren, een heikele kwestie op Capitol Hill, die het lot van de president kan bepalen. Daarom wil Amerika een sterke aanvoerder in Brussel. Hij moet overtuigingskracht bezitten, Amerikaanse standpunten met verve kunnen uitdragen en weifelende Congresleden over de streep kunnen trekken.

De Amerikanen hebben Lubbers en de andere gegadigde, de Deen Uffe Ellemann-Jensen, op stel en sprong naar Washington ontboden, niet alleen om nader kennis te maken maar ook om Europa èn het Amerikaanse Congres te laten zien dat de VS zich niet laten ringeloren. Zij hebben zich de afgelopen dagen geërgerd aan de openlijke steun voor Lubbers van de drie belangrijkste Europese bondgenoten, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Amerikaanse regeringswoordvoerders hebben opdracht gekregen de uitnodiging, ook die aan Ellemann-Jensen, af te schilderen als “sollicitatiegesprekken”.

Inmiddels hebben de Amerikaanse diplomaten zich voorgenomen zich niet te laten leiden door hun irritaties. Ze treden Lubbers onbevangen tegemoet. “We stonden echt open voor hem”, zegt een Amerikaan uit de viermansdelegatie.

Een van hen schiet met een grijnsje ambassadeur Jacobovits aan: wat heeft Nederland Parijs in het vooruitzicht gesteld om zich van de Franse steun voor Lubbers te verzekeren? De ambassadeur moet erom lachen - later zullen de Nederlanders zich afvragen hoe onschuldig dit grapje was.

Lubbers is ontspannen en optimistisch. Aanvankelijk twijfelde hij over deze nieuwe stap in zijn carrière maar naarmate meer landen zijn kandidatuur steunden, is hij er zelf ook in gaan geloven. Met de drie grote Europese landen achter zich moet het wel gek lopen wil hij de baan niet krijgen. In kleine kring heeft hij al gesproken over een “weekendhuwelijk” en zijn verhuizing naar de residentie in Brussel. Zodra beide delegaties aan tafel zijn aangeschoven, wordt de wijn ingeschonken. Een Amerikaanse tafelgenoot: “De lunch bij Christopher zou voor ons doorslaggevend blijken.”

De campagne voor Lubbers is nog geen twee weken oud. Maar de tweede publieke afgang binnen anderhalf jaar van een van Nederlands belangrijkste naoorlogse politici is dan al bijna een feit. Hoe werd Lubbers kandidaat? Wat was de aanpak van de Nederlandse regering? En wat gebeurde er in de James Madison Room?

Het jongste echec voor Ruud Lubbers begint op dinsdagavond 17 oktober. Hans van Mierlo, vriend en minister van buitenlandse zaken, belt Lubbers thuis. De oud-premier weet wat er komen gaat. De positie van NAVO-secretaris-generaal Willy Claes wankelt als gevolg van de Agusta-smeergeldaffaire en al weken circuleren de namen van Lubbers en Europees Commissaris Hans van den Broek als mogelijke opvolgers.

Premier Wim Kok en Van Mierlo hebben al gekozen: Lubbers is hun man. Van den Broek heeft de belangrijke portefeuille van buitenlandse betrekkingen bij de de Commissie, waarvoor Den Haag hard heeft gewerkt, en moet op zijn post blijven. Lubbers' staat van dienst maakt hem bijna automatisch een geschikte kandidaat. Hij is volgens Van Mierlo “zeer inventief, scherpzinnig en kan partijen goed bij elkaar brengen”. Wie twijfelt er nu aan de kwaliteiten van een man die twaalf jaar premier is geweest?

Nederland kiest daarmee voor een a-typische kandidaat: de secretaris-generaal komt meestal voort uit het circuit van ministers van buitenlandse zaken of van defensie. Met uitzondering van de Belg Spaak ('57-'61) heeft nooit een ex-premier de post bekleed. Lubbers mag dan geen typische NAVO-man zijn, maar - zo is de overweging van alle Nederlandse betrokkenen - daar staat tegenover dat het bondgenootschap met de crisis in Joegoslavië en de toetreding van nieuwe lidstaten voor nieuwe uitdagingen staat. Is daar geen nieuw type leider voor nodig?

Vorig jaar is Lubbers al eens gepolst voor de NAVO-functie, toen Manfred Wörner overleed. Destijds zei hij nee, kort na zijn omstreden vertrek uit de Nederlandse politiek en zijn door bondskanselier Kohl geblokkeerde overstap naar het voorzitterschap van de Europese Commissie.

Nu staan de zaken er anders voor: Lubbers is deeltijd hoogleraar globalisering en een veelgevraagd man in het internationale circuit van panels en seminars. Een “leuke portefeuille” noemt hij het zelf, maar bevredigt het zijn ambitie ook? “Hij wil weer aan de slag, achttien uur per dag, bezoeken brengen in het buitenland, compromissen bedenken, de wereld beter maken”, zegt een hem toegewijde Nederlandse diplomaat. Lubbers wil weer een topfunctie.

“Hans, reuze aardig dat jullie aan mij denken”, antwoordt Lubbers op Van Mierlo's vraag of hij formeel beschikbaar is voor de NAVO-post. Hij staat er niet afwijzend tegenover, maar hij heeft een ander idee: is Hans van den Broek niet veel beter geschikt om Claes op te volgen? Die heeft de topfunctie bij de NAVO altijd al graag gewild.

Voor de vrees van de Nederlandse regering in dat geval een zware Commissie-portefeuille kwijt te raken heeft Lubbers een verrassende oplossing: als de regering niemand kan vinden om Van den Broeks portefeuille in stand te houden, wil Lubbers zijn plaats wel innemen om de belangrijke post te verdedigen. Het is een ruil onder partijgenoten, die Kok en Van Mierlo politiek onhaalbaar achten. Van den Broek blijft bij de Commissie, zo maakt Van Mierlo Lubbers duidelijk.

De NAVO is niet Lubbers' eerste keus, maar als het bondgenootschap om hem zou vragen, is hij wel beschikbaar. “Mag ik je dan formeel kandidaat stellen?”, vraagt Van Mierlo. De minister zal die vraag de komende weken drie keer stellen.

Lubbers is terughoudender. Hij wil bovenal een publiek debâcle, zoals vorig jaar bij zijn race voor het voorzitterschap van de Commissie, vermijden. Lubbers is daarom tegen een vroege openbare kandidatuur. Zijn voorzichtigheid sluit aan bij de traditie van de NAVO. De NAVO-ambassadeurs in Brussel spreken over de opvolging altijd achter gesloten deuren om kandidaten, over wie geen consensus kan worden bereikt, zonder gezichtsverlies een uitweg te garanderen.

Lubbers wil pas kandidaat worden als alle grote NAVO-landen hem steunen. “We moeten het spel zo spelen dat de zaken achter de schermen zijn beklonken voordat je officieel naar buiten treedt met de kandidaatstelling”, heeft een Nederlandse diplomaat hem geadviseerd. Van Mierlo mag “vertrouwelijk sonderen” bij de grote NAVO-landen of zij Lubbers willen. Meer niet.

Voor de regering is dit Chefsache, een zaak voor Kok, Van Mierlo en een handvol ambtenaren. Ze gaan meteen aan de slag. Houdt de afspraak tussen Lubbers en Van Mierlo lang stand?

Drie dagen later al, op de dag dat voor Claes het doek valt, laat premier Kok zich op zijn wekelijkse persconferentie uit over de aanpak en de kandidaat: Van Mierlo en hij zullen komend weekeinde in New York tijdens de driedaagse jubileumzitting van wereldleiders voor het vijftigjarig bestaan van de Verenigde Naties, polsen welke kandidaten in aanmerking komen. Een campagne zal pas beginnen als er “consensus ontstaat” tussen de grote landen, zegt de premier. Wie de Nederlandse regering op het oog heeft, daarover laat Kok geen twijfel bestaan: Ruud Lubbers. De reis van Kok en Van Mierlo naar de verjaardag van de VN is het startsein van een lobby, die van de regering voorlopig geen lobby mag worden genoemd.

Tussen de toespraken over de toekomst van de VN door heeft Kok twee keer de gelegenheid om kort met president Clinton te praten over een mogelijke kandidatuur van Lubbers. Het echte diplomatieke veldwerk is voor Van Mierlo. Voor hem is een kandidatuur van Lubbers een mooie gelegenheid een succes in de wacht te slepen en zijn ministerschap van glans te voorzien. Met zijn magnum opus, de vertraagde herijkingsnota over het buitenlands beleid, heeft hij tot nu toe weinig eer behaald.

De minister zit op de eerste dag tijdens de lunch in de grote diplomatenlounge van het VN-hoofdkwartier, met uitzicht op de East River, naast Warren Christopher. Van Mierlo beseft dat die tafelindeling geen toeval is. Ze hoeven niet te zoeken naar een gespreksonderwerp. “Jullie willen vast niet [de Amerikaanse post van] de NAVO-opperbevelhebber kwijt”, opent Van Mierlo bij wijze van grap, met een verwijzing naar de gewoonte dat de Amerikanen de militaire chef en de Europeanen de secretaris-generaal leveren.

Christopher kent de namen van de twee Nederlanders die de ronde doen, Lubbers en Van den Broek. De Amerikaan doet geen moeite te verbergen dat de Atlanticus Van den Broek goed ligt in de VS en dat hij hem graag als kandidaat zou zien. Hij kent hem van de bijeenkomsten van de internationale Contactgroep voor Bosnië, waar Van den Broek kordate standpunten inneemt. Lubbers kent hij minder goed.

“Van den Broek krijg je niet”, zegt Van Mierlo resoluut. Hij legt de Amerikaan uit waarom de Europese Commissaris op zijn post moet blijven. Christopher zegt het jammer te vinden dat Van den Broek is geschrapt. Over Lubbers heeft hij een vraag: heeft bondskanselier Kohl geen bezwaar tegen hem? “Nee”, zegt Van Mierlo, dat heeft de Nederlandse regering al in een vroeg stadium geverifieerd. Christopher maakt een verraste indruk: “Dat is interessant nieuws. Dan zou het goed zijn als Kohl dat bekend maakte.”

Christopher spreekt zich niet uit over Lubbers, maar hij uit ook geen bezwaren, en daaruit put Van Mierlo hoop. Christophers enthousiasme over Van den Broek ziet de minister niet als een slecht teken voor Lubbers. Ze gaan uiteen met de afspraak dat “de Europeanen voor een kandidaat zullen zorgen”.

Van Mierlo brengt van dit gesprek summier verslag uit aan de media, zoals Kok en hij drie dagen achtereen na hun verblijf tussen de wereldleiders zullen doen. Ze zeggen dat ze “vertrouwelijke sondages” houden: ze vertellen met wie ze praten, met wie ze nog moeten praten en in enkele gevallen wat de strekking van de gesprekken is. Zo wordt duidelijk dat Duitsland niet bij voorbaat een kandidatuur van Lubbers zal torpederen. De eerste dag signaleren Kok en Van Mierlo bij de bondgenoten “een actieve geïnteresseerdheid” en de tweede dag “een zekere mate van welwillendheid” ten aanzien van Lubbers. Vertrouwelijk sonderen of niet, Lubbers wordt langzaam gelanceerd.

Nederland neemt afstand van de luidruchtige campagne van de Deense regering die haar kandidaat Ellemann-Jensen al naar voren schoof voordat Claes was afgetreden of, zoals een Nederlandse diplomaat het formuleert, “voordat er een lijk was”. Maar ook de Nederlandse aanpak wordt in de kring rondom Lubbers niet toegejuicht. “Het was niet zo slim om in New York openlijk te opereren. Het was heel vervelend omdat het overkwam als een kandidatuur. De regering had daar toch iets meer rekening mee moeten houden”, zegt een vertrouweling van de oud-premier.

Vlak voor het vertrek uit New York, op de derde dag, belt de Britse premier Major naar Kok met een onheilstijding: Groot-Brittannië overweegt met een eigen zware kandidaat te komen. Tijdens een chaotisch vragenrondje in de tuin van het Museum of Modern Art waar Kok door cameraploegen wordt belegerd, maakt hij het Britse voornemen bekend. Kok vindt het “jammer, maar doodnormaal”. Maar een aanwezige Nederlandse diplomaat verbergt zijn teleurstelling niet: “Als je diep in mijn hart kijkt, vrees ik dat het voor ons niet gaat lukken.” De ontboezeming van Kok valt in Londen verkeerd. Major had zijn speurtocht nog vertrouwelijk willen houden.

Voor Lubbers is de zaak alweer bijna van de baan. Na afloop van de top belt Kok. Ze denken hetzelfde: het wordt dus een Brit. Kok zou dat jammer vinden. “Lubbers vond het een goede oplossing en niet zo pijnlijk”, zegt een vertrouweling. “Een nee uit Washington, Bonn of Parijs, dàt zou pijnlijker zijn geweest.”

Maar zolang de Britten niet daadwerkelijk met een eigen kandidaat komen, geeft Den Haag niet op. Tijdens een al eerder afgesproken bezoek van Kok en Van Mierlo aan Parijs, twee dagen na 'New York', spreekt president Chirac zich binnenskamers uit voor Lubbers. De oud-premier is aangenaam verrast: hij ziet in Frankrijk, na Duitsland, het grootste struikelblok. Had president Mitterrand hem vorig jaar niet als “te atlantisch” omschreven om leiding te geven aan Europa?

Toch gaat Lubbers er nog vanuit dat het een Brit wordt. Douglas Hurd, oud-minister van buitenlandse zaken, zijn opvolger Malcolm Rifkind of Europees Commissaris Sir Leon Brittan, of misschien toch oud-Bosnië-bemiddelaar Lord David Owen? Spelend met die namen gaat hij naar een lunch van de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, Terry Dornbush.

De Amerikanen hebben Lubbers nog niet afgeschreven. Dornbush heeft hem uitgenodigd op verzoek van NAVO-ambassadeur Robert Hunter, die eens met Lubbers wil kennismaken. Het gesprek, waaraan ook de hoogleraren Bart Tromp en Maarten Brands deelnemen, gaat over actuele veiligheidsvraagstukken. De lunch verloopt vriendelijk, maar de Amerikanen vinden dat de oud-premier niet excelleert. Voor Lubbers en Hunter is het een voorproefje van wat hun later in de James Madison Room te wachten staat, al weten ze dat dan nog niet.

Plotseling keren de kansen in Europa: de Britten zien af van een eigen kandidaat en steunen Lubbers. Op maandag 30 oktober vinden de EU-ministers van buitenlandse zaken op een vergadering in Luxemburg een goedgehumeurde Van Mierlo in hun midden. Ook al heeft hij van diplomaten het advies gekregen te zwijgen, hij kan zijn enthousiasme niet verbergen. “Uit alles blijkt dat Lubbers' kansen met de dag beter worden.”

De minister vraagt zich echter wel bezorgd af of hij genoeg contact onderhoudt met Christopher. Rond twee uur 's middags wil de Duitse minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel Christopher bellen. “Geef hem dan even door want ik heb hem ook nodig”, zegt Van Mierlo. Maar door een misverstand krijgt Van Mierlo eerder verbinding met Christopher, die aan boord van zijn vliegtuig in het Syrische luchtruim enthousiast uitroept: “Ha Klaus!” Het wordt toch nog een vrolijk gesprek.

De minister legt Christopher “de Nederlandse procedure” voor, die hij in ambtelijke kring ook wel omschrijft als 'je laat het bad vollopen en dan doe je er iets mee'. “We hebben geen officiële kandidaat, maar er komt steeds meer steun voor Lubbers. We doen het kalm aan en kijken of er nog meer steun komt.” De NAVO-ambassadeurs zullen immers pas over anderhalve week, op 10 november, in hun consultaties achter gesloten deuren de balans opmaken. Christopher heeft geen haast en toont zich tevreden over de procedure: “Misschien willen we Lubbers eens uitnodigen naar Washington.” Tot slot zegt hij grappend tegen Van Mierlo: “Wil je niet de manager van mìjn verkiezingscampagne worden?”

Het is het laatste contact tussen de twee ministers vóór de afwijzing van Lubbers. Van Mierlo zal niet meer toekomen aan die ene vraag, recht op de man af: zullen de Verenigde Staten Lubbers wel steunen?

Maar ook de beste campagne-manager heeft niet alle Europese regeringsleiders aan een lijntje. Een paar uur na het telefoontje tussen Van Mierlo en Christopher escaleert de Nederlandse lobby - zonder dat de regering er greep op heeft. De nog niet bestaande kandidatuur van Ruud Lubbers komt onder grote druk te staan.

De Franse president Chirac is diezelfde maandag op bezoek bij de Britse premier Major. Chirac heeft zich tijdens hun ontmoeting op het buitenverblijf Chequers tegen een eventuele Britse kandidatuur van Europees Commissaris Sir Leon Brittan gekeerd, waarna Major uiteindelijk zijn steun aan Lubbers heeft gegeven. Na afloop geven ze een gezamenlijke persconferentie over onder meer de militaire samenwerking en de Franse kernproeven. Een Nederlandse televisieverslaggeefster, Tine van Houts, stelt een vraag over de opvolgingskwestie, en tot haar verbazing krijgt ze nog antwoord ook. Major spreekt als eerste spontaan zijn steun aan Lubbers uit. In een zeldzame demonstratie van eensgezindheid sluit Chirac zich onmiddellijk bij hem aan. “U hoeft zich niet te verbazen dat we het ook op dit punt eens zijn”, zegt de Franse president.

Is de Nederlandse regering al niet geruisloos te werk gegaan, zoals het traditioneel hoort, de luidruchtige steunbetuiging van de Brits-Franse as treedt de internationale gedragscode bij diplomatieke benoemingen met voeten. Washington reageert furieus. “We waren razend”, zegt een hoge Amerikaanse regeringsfunctionaris. “Het leek alsof we voor een fait accompli werden gesteld. Onze NAVO-ambassadeur Hunter was al bezig aan het discrete overleg met zijn ambtsgenoten. Chirac en Major kwamen daar met hun verklaring dwars doorheen. Wij waren daar geërgerd door - niet omdat ze Lubbers naar voren schoven, maar omdat ze iemand naar voren schoven, ongeacht wie dat was.” Een andere Amerikaanse topambtenaar: “Om te beginnen is Lubbers verslagen door zijn Europese vrienden, die hem zo snel in het openbaar als hùn kandidaat naar voren schoven.”

Geïrriteerd nemen de Verenigde Staten Europa het initiatief uit handen. Ze laten onmiddellijk zien hoe de hazen binnen de NAVO lopen. “Christopher zei: dit is niet de manier waarop wij de dingen doen. Hij besloot dat we beide kandidaten moesten zien, om hen beter te leren kennen”, zegt een Amerikaanse regeringsfunctionaris. Nu heeft Christopher wel haast. Laat de minister zich maandagmiddag om twee uur tegenover Van Mierlo nog vrijblijvend uit over een uitnodiging aan Lubbers, dinsdagochtend om 10 uur al belt de Amerikaanse NAVO-ambassadeur Hunter zijn Nederlandse ambtgenoot Veenendaal met het verzoek over twee dagen, donderdag 2 november, met de oud-premier naar Washington te komen.

Binnen 24 uur is de a-typische kandidaat van Nederland het middelpunt van een a-typische procedure geworden. De Europese schending van vertrouwelijkheid betekent in elk geval één ding: Lubbers kan zich niet meer zonder gezichtsverlies terugtrekken.

De oud-premier is de “steekvlam” van Chirac en Major niet ontgaan. Zijn kandidatuur - nog steeds niet formeel - is langzaam van de grond gekomen, vervolgens bijna geschrapt en nu kansrijker dan ooit. Major had hem wel gebeld met de verzekering van de Britse steun, maar de abrupte aankondiging vanuit Londen overrompelt ook Lubbers. Geheel onverwachts ligt zijn nieuwe functie plotseling binnen handbereik. Zelfs bondskanselier Kohl spreekt zich een dag na de Brits-Franse aankondiging, dinsdagochtend 31 oktober, voor Lubbers uit. Tegen intimi zegt hij: “Nou hang ik.”

Ook de Nederlandse regering is overdonderd door de aankondiging van Chirac en Major. “Het signaal was: de kogel is door de kerk”, zegt Van Mierlo nu. “Dat kwam me niet uit.” Maar Van Mierlo ziet geen aanleiding om Christopher te bellen, om de door Chirac en Major opgewekte ergernis glad te strijken.

Tussen Lubbers' colleges in Tilburg door meldt zich het ministerie van buitenlandse zaken: hij moet morgen vertrekken naar de Verenigde Staten voor een gesprek met Christopher op donderdag. Zijn agenda laat een bliksembezoek aan het State Department eigenlijk niet toe. Moet het allemaal zo jachtig? Van Mierlo is duidelijk: “Je moet het doen. Als Griekenland het je zou vragen zou je ook gaan. De Amerikanen krijgen anders het gevoel verwaarloosd te worden.” Dat kwaad is al geschied.

Van Mierlo en Lubbers zien geen gevaar in een Amerikaanse uitnodiging, al hebben ze geen enkele garantie dat de VS voor de Nederlander zullen kiezen. Van Mierlo vaart daarbij hoofdzakelijk op de twee gesprekken die hij zelf met Christopher heeft gevoerd en waarin deze geen bezwaren heeft geuit. “Wij werden er pas bij betrokken toen duidelijk werd dat Lubbers hierheen kwam”, zegt een diplomaat van de Nederlandse ambassade in Washington. Bovendien: er is te veel enthousiasme voor een kritische bezinning en te weinig tijd.

Van Mierlo maakt zich wèl zorgen over de status van Lubbers. Moet hij niet als de officiële Nederlandse kandidaat op bezoek? Verschillende afwegingen passeren de revue. Lubbers' enige concurrent, Ellemann-Jensen, is ook in Washington uitgenodigd, en hij gaat als officiële kandidaat. “Dan ga je op gelijk niveau”, houdt Van Mierlo Lubbers voor. De minister zou hier de Amerikanen wellicht een genoegen mee kunnen doen. Het kan tenslotte pijnlijk voor hen worden om straks 'nee' te moeten zeggen tegen de enige formele kandidaat Ellemann-Jensen. Een formele Nederlandse kandidatuur biedt de Denen dan mogelijk een elegante aftocht.

Van Mierlo heeft nog een ander motief om Lubbers snel officieel te willen kandideren. De Belgische pers heeft de Koeweit-affaire weer opgerakeld. Lubbers raakte in de jaren tachtig in opspraak omdat hij als premier in Koeweit bemiddelde ten behoeve van de familie-onderneming Hollandia Kloos. Een dag eerder in Luxemburg heeft een journalist de minister al gevraagd of er soms een speciale reden is waarom Van Mierlo zo lang wacht met de kandidaatstelling. De minister is ongerust. Later zal hij in een brief aan de Tweede Kamer de Koeweit-affaire niet noemen maar wel schrijven dat “verder uitstel van de formele kandidaatstelling ging leiden tot schadelijke speculaties over mogelijke redenen”. Van Mierlo wil daarom met een officiële kandidatuur een positief signaal geven. “Hij wilde ingrijpen in het proces, de zaak voor het blok zetten”, zegt een betrokkene.

Lubbers is tegen, voor de derde keer. Europa mag hem dan steunen, de kandidaat wil nog altijd niet als kandidaat te boek staan. Van Mierlo: “Lubbers wilde de achterdeur naar weg openhouden.” Ook Van Mierlo concludeert dat het beter is om nog even te wachten: de Amerikanen zouden zich geschoffeerd kunnen voelen door een officiële kandidaatstelling, zo vlak voor het bezoek. Wèl spreken ze af dat de minister hem vrijdag kan kandideren als het gesprek in Washington goed is verlopen.

Lubbers heeft ingestemd met het bezoek aan de VS in de veronderstelling dat het geheim zal blijven. Een dag later stapt hij met NAVO-ambassadeur Bert Veenendaal op het vliegtuig. Aan boord frist hij met hulp van specialist Veenendaal zijn kennis van de NAVO-dossiers op. Het ministerie van buitenlandse zaken heeft de oud-premier onder valse naam geboekt, maar in de coördinatie gaat iets fout: het departement maakt de incognito-vlucht ongeveer gelijktijdig met het opstijgen bekend. De buitenwereld kan de reis nu op de voet volgen.

Aan tafel in de James Madison Room opent Warren Christopher, de tengere, behoedzame jurist en oudgediende uit de regering-Carter, met een directe vraag. “Hoe zou Europa reageren als er in Bosnië weer NAVO-luchtaanvallen nodig zijn?” Ruud Lubbers hoeft niet lang na te denken: hij zou zo'n actie zeker ondersteunen.

Lubbers heeft niet het gevoel dat dit een beslissend gesprek is waarin hij zich moet verkopen. Hij heeft er wèl zin in. Veenendaal en Jacobovits hebben hem 's ochtends nog op het hart gedrukt niet al te gedetailleerd te werk te gaan: het is tenslotte een beleefdheidsbezoek. Maar Lubbers ziet de lunch meer als een werkvergadering en heeft zich voorgenomen een boodschap over te brengen.

Als de inzet van de NAVO-vredesmacht in Bosnië ter tafel komt, heeft hij zijn antwoord klaar. Er kunnen beter meer dan minder troepen naar Bosnië gestuurd worden, zet hij uiteen, de NAVO-troepenmacht moet een duidelijke bevelsstructuur krijgen en de commandanten in het veld moeten ruime mogelijkheden en een niet te beperkt mandaat hebben. De begrippen schieten over tafel: “Dimensionering van aantallen, één lijn van commando, flexible rules of engagement.” Met flexible bedoelt Lubbers, licht hij toe, duidelijke regels die de commandanten te velde veel vrijheid geven.

De Amerikanen putten zich uit in vriendelijkheid. Maar is het de vriendelijkheid waar een sollicitant gelukkig van wordt? Ze knikken beleefd, maar houden hun kaarten tegen de borst. Lubbers mag dan de oud-premier van een trouwe bondgenoot zijn, over de voortgang van het vredesoverleg over Bosnië in Dayton zeggen ze bijvoorbeeld niets. Alleen over de gevoeligheid van de Bosnische missie in het Congres is Christopher uitvoerig aan het woord.

Ook de uitbreiding van de NAVO met de landen uit Midden- en Oost-Europa komt ter sprake. Lubbers is een groot voorstander van de expansie, maar geeft een 'Europese' visie op de snelheid waarmee de nieuwkomers mogen toetreden. Eerst moet in de aanloop naar de intergouvernementele conferentie over de toekomst van de Europese Unie, eind 1996, duidelijk worden dat Europa een uitbreiding van de NAVO nodig heeft. Ook de Russische presidentsverkiezingen, eveneens in 1996, wil Lubbers afwachten.

Dit is niet wat de Amerikanen willen horen. De VS zijn voor een snelle expansie en willen de uitbreiding van de NAVO beslist niet afhankelijk maken van voortgang van de Europese integratie, een proces waar ze geen enkele invloed op hebben.

De Amerikanen valt op dat Lubbers niet in resolute zinnen praat die slechts voor een uitleg vatbaar zijn, maar hardop denkend een weg door de materie zoekt. De gastheren willen soundbytes maar krijgen analyses. Heeft deze man de stijl om tegenover parlementen en in het bijzonder het Amerikaanse Congres de grote troepenzending naar Bosnië te bepleiten? “Lubbers heeft niet de simpele, overtuigende boodschap uitgedragen”, zegt een Nederlandse diplomaat.

Na een uur en twintig minuten is het ontspannen onderhoud voorbij. Lubbers doet een belangrijke mededeling: “Ik ga ervan uit dat mijn regering mij na dit gesprek morgen officieel kandidaat zal stellen.” Christopher reageert niet op de aanstaande Nederlandse kandidaatstelling. Wel zegt hij hoffelijk: “Het is een groot pluspunt voor de alliantie dat een man als u voor de positie van secretaris-generaal beschikbaar is.” In tegenstelling tot de persoonlijke ontvangst neemt hij Lubbers bij het afscheid niet apart.

Als de Nederlanders weg zijn, spreken de Amerikanen de lunch nog eens door. Christopher vindt Lubbers innemend, maar is verbaasd dat hij niet goed op de hoogte is van het Amerikaanse standpunt over de uitbreiding van de NAVO. “Hij had niet genoeg besef van waar het bij de NAVO nu om gaat”, vult een andere tafelgenoot aan. “Hij was gewoon niet goed op de hoogte van belangrijke NAVO-kwesties.” Een van de Amerikanen windt er geen doekjes om: Lubbers zwalkte. “Hij was vaag. Ik weet dat hij een jaar of tien premier van Nederland is geweest, maar hij maakte niet de indruk een krachtige leider te zijn.”

Al pratend dringt zich een voorlopige conclusie op: dit is niet de geschikte man voor deze post. NAVO-ambassadeur Robert Hunter kan geen ander beeld schetsen op grond van zijn eerdere lunch met Lubbers op de Amerikaanse ambassade in Den Haag. De Amerikanen besluiten nog even het ontbijt met Ellemann-Jensen de volgende ochtend af te wachten, alvorens een beslissing te nemen.

“We hadden behoefte aan een krachtige secretaris-generaal, en we waren er niet van overtuigd dat Lubbers dat zou zijn”, blikt een van de aanwezigen later terug. “We beseften dat het moeilijkheden zou opleveren als we hem afwezen, maar er was geen twijfel over dat we dat dan maar op de koop toe moesten nemen. Onze aanvankelijke gepikeerdheid heeft daarbij geen rol meer gespeeld.”

In het licht van zoveel twijfel vraagt Christopher zich bezorgd af of hij zich niet al te veel op de vlakte heeft gehouden. Had hij tijdens de lunch niet duidelijker de Amerikaanse reserves moeten verwoorden? Was hij niet te zwijgzaam en subtiel geweest, toen Lubbers de kandidaatstelling ter sprake bracht? Onderminister Kornblum krijgt opdracht nog diezelfde middag de Nederlandse ambassade te bellen.

De Nederlanders zijn tevreden. Alles is soepel verlopen, concluderen ze aan het eind van de dag in de werkkamer van Jacobovits. Lubbers vindt wel dat de Amerikanen oppervlakkig zijn geweest. Ze nemen het dagprogramma, dat was uitgebreid tot drie gesprekken, nog eens door. Op het ministerie van defensie had minister Perry, op reis in het buitenland, zich laten vervangen door onderminister John White. Deze had als “invaller” Lubbers nu eens met doctor dan weer met prime minister aangesproken, en daarmee in de ogen van de Nederlanders een zekere verlegenheid met de procedure getoond.

De ontmoeting met Christopher was het belangrijkste. Daar heeft Lubbers een goed verhaal verteld, meningen gegeven en laten zien dat hij heeft nagedacht. Wel was er 's middags nog een logistiek slordigheidje. De Nederlanders meldden zich, op weg naar Anthony Lake, Clintons adviseur voor nationale veiligheid, bij de verkeerde ingang van het Witte Huis en stuitten vervolgens op een portier die niet was ingelicht over hun komst. Het werd een kort gesprek: Lake had nog slechts twintig minuten ter beschikking.

Dan gaat de telefoon: Kornblum. In de daaropvolgende minuten ontstaat een misverstand dat de publieke afgang van Lubbers nog verder zal versterken. Is de boodschapper onduidelijk of begrijpt de ontvanger hem verkeerd? Kornblum belt met de bedoeling de Nederlanders af te remmen, maar ambassadeur Jacobovits voelt zich aangemoedigd.

Kornblum onderstreept dat de Amerikanen hun keus nog niet bepaald hebben. De beleefde reactie van minister Christopher op de mededeling van Lubbers dat hij zich kandidaat zal stellen, moet niet als instemming worden uitgelegd, is zijn boodschap. Wij praten morgen nog met Ellemann-Jensen, zegt hij. Kornblum wijst ook op het verschil van opvatting tussen Lubbers en de Amerikanen over het tempo van de uitbreiding van de NAVO.

De Nederlanders vatten het telefoontje op als een formaliteit. Dat de Amerikanen zich voorafgaand aan het gesprek met Ellemann-Jensen formeel niet vastleggen, is niet meer dan logisch. Het meningsverschil over de NAVO is hun ogen niet meer dan een “nuanceverschil over het tijdpad”. Kornblum maakt geen bezwaren tegen Lubbers kenbaar en raadt de Nederlanders ook niet aan van de kandidaatstelling af te zien. “Met geen woord is gezegd, dat Christophers zwijgen niet als instemming met de kandidaatstelling mocht worden geïnterpreteerd”, houdt ambasadeur Jacobovits nog steeds staande. De Nederlnders zien het telefoontje slechts als een bevestiging van hun optimisme: de Amerikanen hebben een préjugé favorable maar willen nog even wachten. Er is een redelijke zekerheid dat Ruud Lubbers secretaris-generaal wordt.

Van Mierlo hoort even later telefonisch van Lubbers en Jacobovits dat alles vlot is verlopen. De minister nu: “Ik heb niets van Lubbers, niets van de twee beroepsdiplomaten en niets van de Verenigde Staten gehoord dat negatief was.” Lubbers ziet nog altijd weinig in een formele kandidaatstelling, maar heeft dit nu eenmaal afgesproken. Van Mierlo krijgt van Lubbers eindelijk toestemming om de kandidatuur formeel aan te kondigen. “Ga je mee naar de persconferentie?”, vraagt de minister. Maar Lubbers wil nog altijd niet naar buiten treden zolang de procedure niet is afgerond. “Jij onderschat wat voor een grote gebeurtenis dit is voor Nederland”, zegt Van Mierlo.

Op vrijdagmiddag 3 november presenteert de minister - niet zonder trots - officieel de Nederlandse kandidaat-opvolger van Willy Claes. Nederland lijkt een succesvolle diplomatieke campagne rijker. In Europa zijn er geen NAVO-landen tegen de kandidatuur van Lubbers. Wie twijfelt er nog dat hij binnenkort naar Brussel zal verhuizen?

In Washington wekt de formele kandidaatstelling van Lubbers grote verbazing bij regeringsfunctionarissen. “Wij geloven niet dat we signalen hebben gegeven dat de Nederlandse regering moest doorgaan met de formele kandidatuur. Toen dat de volgende ochtend toch gebeurde was ik verbaasd en Christopher ook”, zegt een Amerikaanse topambtenaar.

Het oordeel dat de benoeming van Lubbers niet moet doorgaan neemt diezelfde vrijdag in Washington nog vastere vormen aan. Ellemann-Jensen, beter dan Lubbers bedreven in oneliners, maakt een goede indruk. “Hij was meteen op snelheid”, zegt een Amerikaanse diplomaat. “Onze regeringsfunctionarissen voelden zich meer op hun gemak met Ellemann-Jensen. We waren eigenlijk enigszins verbaasd dat hij in het gesprek zo goed bleek te zijn.” Ellemann-Jensen moet daarom een dag langer blijven, voor een gesprek met de uit het buitenland teruggekeerde minister van defensie Perry.

Diezelfde zaterdagavond gaat bij Van Mierlo thuis de telefoon. Een dag nadat Lubbers kandidaat is geworden, belt Christopher met een verbijsterende tijding: de Verenigde Staten hebben “ernstige problemen” met de kandidatuur van Lubbers. De Amerikaanse regering heeft nog geen definitieve beslissing genomen, maar vindt de Nederlander niet de juiste man om de NAVO te leiden. Volgens Christopher zijn er bezwaren “in person” en “in substance”. Maar wat die persoonlijke en inhoudelijke bezwaren precies zijn, krijgt Van Mierlo ook na aandringen niet te horen.

De Nederlandse regering legt zich er niet bij neer. Premier Kok kaart de kwestie aan bij president Clinton, zijn buurman op de begrafenis van de Israelische premier Rabin in Jeruzalem. Clinton verwijst Kok naar Christopher. Van Mierlo, ook aanwezig, probeert tevergeefs Christopher te spreken te krijgen. Hij laat daarom een brief bezorgen, waarin hij de Amerikaan om opheldering vraagt.

Het antwoord komt twee dagen later, als Christopher in een telefoontje Lubbers definitief afwijst. Van Mierlo vraagt opnieuw om uitleg. Maar Christophers boodschap is: wij hebben recht hebben op ons eigen oordeel, en wat dat oordeel precies is, is onze zaak.

“Dat de Nederlandse regering zo verrast was door onze bedenkingen, begrijp ik niet goed”, zegt een lid van de Amerikaanse viermansdelegatie. “De ambassadeur had het kunnen weten.” Van Mierlo accepteert Christophers mededelingen niet: “Voor mij is nog steeds onhelder wat er precies is gebeurd tijdens de lunch. Ik heb nog altijd geen nadere informatie over de echte gronden. Er ontbreekt een overtuigend samenstel van argumenten.”

Ruud Lubbers rest nog maar één ding: op 10 november trekt hij de kandidatuur in, die hij zelf tot het laatst toe heeft willen vermijden. De Grote Drie van Europa leggen zich neer bij het oordeel van de Verenigde Staten. Om de transatlantische twist niet verder op de spits te drijven, gaan Parijs, Bonn en Londen geen confrontatie voor Lubbers aan met Washington. De VS opperen nog Van den Broek te willen overwegen, maar daar gaat de Nederlandse regering niet meer op in.

Nauwelijks drie weken is de kandidatuur van Ruud Lubbers in de lucht geweest als de campagne voor hem persoonlijk eindigt in een tragedie en voor Nederland in een pijnlijke diplomatieke nederlaag. Wat een rustige en discrete procedure zou moeten zijn, mondt uit in een crisis, waarin haast en irritatie vrij spel krijgen. Inschattingsfouten en misverstanden ontregelen een diplomatieke routineklus. De 'kandidatenkwestie' mondt uit in een transatlantische twist, die met een machtswoord abrupt wordt beëindigd.

Opnieuw loopt een Nederlandse kandidatuur voor een diplomatieke post vast op het veto van de grootaandeelhouder van een internationale organisatie. Na het Duitse veto voor de Europese Commissie verkijkt Nederland zich nu op de Amerikaanse stem. Daarmee herhaalt zich voor Lubbers wat hij ten koste van alles wilde vermijden: publieke afkeuring.

Geen van de partijen, vertegenwoordigd aan de lunchtafel bij Christopher, is vrij van blaam. Lubbers, voor wie de post van de secretaris-generaal niet de eerste keus is, laat zich op het verkeerde been zetten door de Europese steun. Hij betreedt de James Madison Room in de gedachte dat de functie binnen handbereik is en beseft niet, evenmin als de andere Nederlanders, dat hij voor een ballotagecommissie zit. Zijn gastheren weet hij dan ook niet te overtuigen. Vervolgens verliest hij de door hemzelf voorgestane behoedzaamheid uit het oog en werkt hij mee aan de kandidaatstelling, die alsnog te vroeg komt.

De Nederlandse regering kiest voor een kandidaat, die niet de meest voor de hand liggende is en ook niet beantwoordt aan het standaardprofiel van de secretaris-generaal. Ook Van Mierlo, die af en toe uit de school klapt tijdens de lobby, laat zich door de Europese steun op het verkeerde been zetten. Nog voor Lubbers in de James Madison Room arriveert, denkt de minister al aan een elegante aftocht van de officiële Deense kandidaat. In de overtuiging dat het risico van publiciteit over de Koeweit-affaire groter is dan de kans op een Amerikaanse afwijzing, zet hij Lubbers onder druk om zich ook officieel kandidaat te stellen. En waarom eigenlijk? Spanje heeft de nieuwe secretaris-generaal, Javier Solana, ook niet formeel voorgedragen.

De vraag is of Van Mierlo optimaal contact heeft onderhouden met Christopher. Hij belt de Amerikaan bijvoorbeeld niet na de Brits-Franse steunbetuiging en ook niet voorafgaand aan de kandidaatstelling. Hij laat Lubbers naar de James Madison Room gaan zonder Amerikaanse garanties. Hij krijgt van de VS geen signalen die wijzen op afkeuring van Lubbers, maar ook geen tekenen die wijzen op goedkeuring. Het noodsignaal dat de Amerikanen na de lunch willen geven, wordt door de hele Nederlandse delegatie niet als zodanig opgevat.

De Europese leiders Major en Chirac hebben voor Lubbers de procedure op scherp gezet met hun schending van de vertrouwelijkheid. De Europeanen hebben met het oog op de aanstaande hervorming van de NAVO gekozen voor een compromissenbouwer, en verkijken zich op de Amerikaanse wensen. Zodra de Amerikanen het machtswoord spreken, laten de Europeanen Lubbers vallen.

De Verenigde Staten, als aanvoerder van de alliantie, willen een bedrijfsleider die hun belangen behartigt, en geen architect van een nieuwe NAVO. Voor de Democratische regering is de benoeming van extra belang door de missie in Bosnië, die slecht ligt bij de Republikeinen. De VS denken bijvoorbeeld aan Hans van den Broek. In het Amerikaanse profiel passen ook Ellemann-Jensen en Solana, meer dan Lubbers.

Toch laten de VS zich in het begin niet duidelijk uit over hun voorkeur. Ze hebben Europa lang het initiatief gelaten, ingestemd met de procedure en geen bezwaren geuit tegen de kandidatuur van Lubbers. Als ze na de lunch in de James Madison Room de Nederlanders willen waarschuwen doen ze dat in bewoordingen die ruimte laten voor misverstanden. Alleen een bruusk machtswoord kan hen ten slotte nog redden.

Twee maanden later is Van Mierlo nog steeds ontgoocheld. De intrekking van de kandidatuur is formeel in brieven afgehandeld. Hij heeft Christopher nog op verscheidene conferenties ontmoet, maar ze hebben de kwestie niet meer uitgepraat. “De zaak is nog steeds niet opgehelderd. Die gelegenheid is niet door mij gezocht noch door hem. Het zal ongetwijfeld nog een keer ter sprake komen”, zegt Van Mierlo.

De affaire-Lubbers belast daarmee nog steeds de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en de Verenigde Staten. Het geheim van de James Madison Room staat nog steeds tussen beide ministers in.

Chronologie:

17 oktober: Minister Van Mierlo vraagt Ruud Lubbers of hij formeel beschikbaar is.

20 oktober: Secretaris-generaal Willy Claes treedt af. De Deense oud-minister van buitenlandse zaken, Uffe Ellemann-Jensen, wordt kandidaat gesteld.

22, 23 en 24 oktober: Kok en Van Mierlo informeren bij de bondgenoten, tijdens het jubileum van de VN in New York, naar de kansen van Lubbers. Van Mierlo spreekt met zijn Amerikaanse collega Christopher.

24 oktober: In New York verneemt premier Kok telefonisch van premier Major dat Londen overweegt een eigen, zware kandidaat naar voren te schuiven.

26 oktober: De Franse president Chirac zegt Kok en Van Mierlo tijdens een bezoek aan Parijs steun toe voor Lubbers.

27 oktober: Lubbers luncht op de Amerikaanse ambassade in Den Haag.

30 oktober: Groot-Brittannië ziet af van eigen kandidaat en steunt Lubbers. Van Mierlo belt met Christopher over de procedure. Later op de dag spreken Major en Chirac op een persconferentie hun steun uit voor Lubbers.

31 oktober: Bondskandselier Kohl maakt zijn steun voor Lubbers bekend. De Verenigde Staten nodigen Lubbers en Ellenmann-Jensen uit naar Washington.

1 november: Lubbers vertrekt naar Washington. De reis lekt uit.

2 november: Lubbers voert drie gesprekken in Washington. Hij luncht met Christopher in de James Madison Room. Na afloop telefoneert onderminister Kornblum met de Nederlandse ambassadeur in Washington, Jacobovits de Szeged.

3 november: Van Mierlo stelt Lubbers officieel kandidaat.

4 november: Christopher laat Van Mierlo telefonisch weten “ernstige problemen” met een kandidatuur van Lubbers te hebben.

6 november: Premier Kok probeert tijdens de begrafenis van de Israelische premier Rabin bij president Clinton de kandidatuur van Lubbers te redden.

8 november: s Avonds krijgt Van Mierlo weer een telefoontje van Christopher: VS wijzen Lubbers definitief af.

10 november: Lubbers trekt zijn kandidatuur in.

1 december: Ellemann-Jensen trekt zijn kandidatuur in.

5 december: De Spanjaard Javier Solana wordt benoemd tot secretaris-generaal.