Vorst en incidenten stellen ambities van NS op de proef

De Nederlandse Spoorwegen kenden een turbulente start van het nieuwe jaar. Door bevroren bovenleidingen en een aantal incidenten liepen een groot aantal treinen vertraging op. Desalniettemin zette R. den Besten, voorzitter van de raad van bestuur van de NS, deze week in zijn nieuwjaarstoespraak hoog in met twee top-prioriteiten voor 1996. “Eén: We rijden meer op tijd en bieden onze klanten een betere kwaliteit van ons produkt. Twee: Met elkaar realiseren we rust en stabiliteit in de onderneming.”

Topprioriteit één ging niet op voor dag één van 1996. Door de ijzel vertrokken vele treinen met vertraging. Het voorrijden van de treinstellen aan de perrons verliep moeizaam en op meerdere plaatsen kon het NS-personeel de werkplek niet bereiken. Een aantal treinen reed helemaal niet, door personeels- of materieelgebrek.

Een woordvoerder van de landelijke verkeersinformatie benadrukt dat de meeste vertragingen deze week veroorzaakt werden door 'externe factoren'. “De treinen hebben tijdens de gladheid eigenlijk perfect gereden, in tegenstelling tot het wegverkeer en de bussen en metro's. De problemen die we deze week hadden lagen in veel gevallen buiten onze macht.”

Woensdag zorgden zowel 'externe' vandalen als 'intern' NS-personeel voor grote vertragingen in het treinverkeer. Twee stoptreinen van Amersfoort naar Zwolle raakten beschadigd doordat vandalen staven rails over het spoor hadden gelegd. Een van de staven sloeg dwars door de bodem van een treinstel. De stukken rails waren na werkzaamheden van baanwerkers blijven liggen.

In de ochtendspits liepen duizenden reizigers vertraging op rond Utrecht CS, doordat bij graafwerkzaamheden een stroomkabel van 10.000 volt kapot werd getrokken. De kabel leverde alle spanning voor de bovenleidingen, wissels en seinen voor het station, het op een na drukste in het land. De storing duurde anderhalf uur waardoor twintig treinen Utrecht niet in of uit konden.

In een vorig jaar gestarte intensieve campagne maakte de NS duidelijk dat ze voortaan geen 'reizigers' maar 'klanten' vervoert. Met de slogan 'we gaan ervoor' werd de klantvriendelijkheid ingezet. Meer service en informatieverschaffing moest het reizen met de trein prettiger maken.

Brandstichters, althans dat vermoedt de politie, gaven woensdagavond hun eigen invulling aan de campagneslogan. Rond 10 uur werd een treinstel van de stoptrein Lelystad-Amsterdam door brand verwoest. Niemand raakte gewond. Pas om half twaalf was de brand geblust en kon het treinverkeer over het spoor Weesp-Almere hervat worden. In de tussentijd werden de NS-klanten met bussen vervoerd. Dezelfde avond waren er twee gevallen van zelfmoord, waardoor treinen urenlang werden omgeleid.

Donderdag kwam in Boxtel een geslipte personenauto vast te zitten op een overweg. De bestuurder heeft nog getracht de machinist van de intercity tussen Eindhoven en Haarlem te waarschuwen, voordat de trein het voertuig ramde. Tussen Roosendaal en Antwerpen reden tussen 8.40 en 9.25 uur geen treinen doordat iemand onder de trein was gekomen.

Vrijdagmiddag reden op hetzelfde traject door een aanrijding geen treinen tussen Roosendaal en Essen. Bij het ongeluk kwamen twee inzittenden van de auto om het leven. De auto zat urenlang klem onder de trein. De vertraging duurde ten minste tot 6 uur 's avonds. Door het inzetten van bussen werd het ongemak voor de reizigers zoveel mogelijk beperkt. In de ochtend was een stroomstoring bij het station Nieuwersluis oorzaak van drie uur onregelmatig treinverkeer tussen Amsterdam en Utrecht.

Een vertraging op Rotterdam CS leidde vrijdagochtend tot grote irritaties bij reizigers. Een trein bleek vanwege defecte deuren niet verder te kunnen. De passagiers hadden toen al ruim een half uur gewacht. De omroeper stelde de wachtenden niet op de hoogte van het feit dat andere treinen in dezelfde richting wel gewoon reden. Toen een oudere man daar zelf achter kwam, keek hij naar de speaker en schreeuwde: “Klootzakken zijn jullie, klootzakken!”