Twee hoogst bijzondere sopranen geportretteerd

Montserrat Caballé, Prima Donna Assoluta, Ned.2, 00.35-01.29u.

Elisabeth Schwarzkopf: zondag 7 jan. Ned.3, 17.00-18.00u.

Twee van de opmerkelijkste sopranen uit de tweede eeuwhelft worden dezer dagen op de tv geportretteerd: de Spaanse Montserrat Caballé en de Duitse Elisabeth Schwarzkopf. Beide portretten zijn meer dan zomaar documentaires. Montserrat Caballé zingt speciaal voor het door Chris Hunt samengestelde portret een deel uit Donizetti's Anna Bolena, opgenomen in de Tower of London, waar Anne Boleyn gevangen zat, voor ze op last van haar echtgenoot Hendrik de Achtste werd gedood. Het door Gérard Caillat geregisseerde programma over Elisabeth Schwarzkopf zondag is een zelfportret, een door Schwarzkopf vertelde biografie.

Het portret 'Montserrat Caballé Prima Donna Assoluta' is een mix van een interview, fragmenten van optredens en uitspraken van anderen over haar zangkunst en haar karakter. Placido Domingo en José Carreras zeggen uiteraard aardige dingen, maar de onthullendste uitspraken komen van Joan Sutherland. Ze roddelt gezellig over de relaxte, zuidelijke levenshouding van Caballé, die het niet al te nauw neemt met afspraken en haar dieet.

De beginbeelden uit de clip Barcelona, het extatische nummer waarin Caballé haar geboorteplaats samen bezingt met de inmiddels overleden Queen-zanger Freddy Mercury, tonen al het onorthodoxe karakter van Caballé. De superieure dwarsheid en eigenzinnige strengheid van Caballé blijken ook uit enkele anekdotes, die hier helaas niet altijd even duidelijk met naam en toenaam worden verteld. In de Scala van Milaan liep ze tijdens de repetities uit een voorstelling van Anna Bolena omdat ze het niet eens was met de roluitbeelding die de regisseur wenste. In Napels legde ze een voorstelling stil om het op te nemen voor een door het publiek negatief bejegende tenor, die nog aan zijn belangrijkste aria moest beginnen: “Eerst luisteren, dan pas reageren!” En in de Londense opera Covent Garden las ze tijdens Rossini's Il viaggio a Reims een haar terechtwijzende brief van de operadirecteur voor.

Een paar keer is het echt genieten van de zangkunst van Caballé, die als souverein 'Keizerin van het pianissimo' op haar best is in onwaarschijnlijk zacht gezongen passages, zoals in Casta diva uit Bellini's opera Norma. Opmerkelijk zijn natuurlijk ook de beelden van optredens in titelrollen van Salome en Lucrezia Borgia. Bovendien zien en horen we haar dochter nog zingen.

Elisabeth Schwarzkopf neemt in haar zelfportret op zeer besliste wijze het heft in handen: ze spreekt over haar jeugd in het Duitsland van de jaren '30, waarin ze niet mocht denken over de maatschappij en zich alleen maar mocht bezighouden met muziek. Dan gaat het over de oorlog, waarin ze als zangeres haar carrière begon en de na-oorlogse tijd, toen ze in Wenen werd 'ontdekt' en 'gemaakt' door de EMI-producer Walter Legge, haar latere echtgenoot.

Fascinerend zijn de beelden van haar optredens in opera als de gravin met Porgi amor uit Mozarts Le nozze di Figaro, als de melancholieke Marschallin in Strauss' Der Rosenkavalier en als liedzangeres in het paleis in Versailles.

Toen ik het programma zag irriteerde het mij dat Schwarzkopf maar praat en praat en alles wordt geïllustreerd, zonder dat we haar zelf te zien krijgen. Het slot verklaart en vergoedt alles: bij beelden van haar prachtige huis, de piano en het portret van de overleden Legge, zegt Schwarzkopf dat het net zo is als in Der Rosenkavalier, waarin de zich te oud voelende Marschallin het haarzelf en de ander gemakkelijk wil maken. Netzomin als ze ons haar huidige zangstem nog laat horen, laat ze ons zien hoe ze er nu uitziet.

Dan volgt de aftiteling, met de orkestinleiding van het Strauss-lied Morgen en aan het slot klinkt alleen nog de eerste regel: Und morgen wird die Sonne wieder Scheinen. Die vervluchtigende dramatiek is hartverscheurend.