Schoolweigeraars en bedrijfsleven dwingen onderwijs tot hervormingen; Scheuren in het Japanse collectief

Een procent van alle Japanse kinderen tussen de 12 en de 15 weigert categorisch naar school te gaan. De groepsdwang en de prestatie-race kent steeds meer uitvallers; het conformisme op het schoolplein leidt incidenteel tot suicide. Nu is er een omslag; Japanse scholen ontdekken het keuzevak en werkgevers willen 'creatieve individuen'. Maar kan dat wel per decreet worden ingevoerd?

Tientallen jaren hebben de Japanners zich in het zweet gewerkt om hun land na de oorlog weer op te bouwen. Nu krijgt de nationale gemeenschapszin echter deuken, vooral door het onderwijs waar pesterijen onder leerlingen soms uitlopen op zelfmoord. In zijn nieuwjaarspersconferentie noemde premier Tomiichi Murayama als oorzaken een toenemend materialisme en een afname van menselijke contacten in de samenleving. Ook het bedrijfsleven begint zich af te vragen of het Japanse onderwijs nog wel aan de eisen van deze tijd voldoet. Wankelt het Japanse ideaal van het collectief? Of wordt het groepsleven door hervormingen juist versterkt?

Japanse kinderen krijgen tot hun vijftiende levensjaar allemaal hetzelfde onderwijs, met dezelfde jaargenoten, tenminste zolang ze niet verhuizen. Hun woonadres bepaalt de openbare school die zij bezoeken. “In Japan doe je altijd alles samen. Voor het 'cultuur-festival' bijvoorbeeld dat elk jaar in de herfst op school plaats heeft bereid je als klas iets voor. Terwijl in Nederland alleen degenen die er zin in hebben iets aan toneel doen”, zegt Yuka Kanamori die in het seizoen '93-'94 een Nederlandse middelbare school bezocht. Juist die gemeenschappelijke activiteiten heeft ze in Nederland gemist. Maar voor veel kinderen is de school in Japan met al haar collectieve bezigheden langzamerhand een wereld die zij liever vermijden.

Dit jaar zijn er zes gevallen van zelfmoord na pesterijen geweest; de media meten een dergelijk incident breed uit. Televisiecamera's dringen door tot in de school en het huis van het slachtoffer. Dagboeknotities of afscheidsbrieven worden uitgebreid geciteerd. “Ik ben bang om te leven”, schreef een 13-jarig jongetje deze herfst voor hij een einde aan zijn leven maakte. Een ander had met naam en toenaam de medeleerlingen die haar het leven zuur hadden gemaakt in haar afscheidsbrief vermeld. Zo'n 50.000 scholieren in Japan tussen de twaalf en vijftien jaar - de 'junior highschool' leeftijd - weigeren eenvoudigweg om naar school te gaan. Deze groep kinderen is sinds 1975 plotseling sterk gaan groeien en omvat nu ruim 1 procent van de totale leeftijdsgroep. “Veel kinderen weten domweg niet meer hoe ze met andere kinderen moeten omgaan”, stelt Hiromichi Aoki. Hij is gepensioneerd rector van een middelbare school in Tokio en nu actief in de begeleiding van deze kinderen. In de wijk Nerima waar Aoki werkt heeft de lokale overheid een opvangcentrum opgezet omdat het probleem uit de hand loopt. In Nerima weigert 2 procent van de genoemde leeftijdsgroep naar school te gaan - 300 kinderen op een totaal van 16.000. Ondanks de leerplicht tot 15 jaar wordt geen dwang gebruikt om deze kinderen naar school te krijgen.

Aoki: “Het eerste dat opvalt bij deze kinderen is dat velen uit één-ouder gezinnen komen en daardoor zijn beschadigd. Wat ontbreekt is de eerste en belangrijkste binding voor een kind als het opgroeit: De band met de ouder. De ouder moet buitenshuis werken om het gezin te kunnen onderhouden en heeft weinig tijd voor het kind. Daarnaast kent de Japanse samenleving een toenemende individualisering. Vanouds was er in Japan een sterke band in buurten, men deed veel samen, hielp elkaar en lette op elkaars kinderen. Maar met name in de grote steden neemt dit gemeenschapsgevoel af. In flatgebouwen in de buitenwijken van Tokio kent men vaak zijn eigen buren niet meer. Ook is er een oorzaak in de kinderen zelf. Ze zijn tegenwoordig zowel fysiek als geestelijk zwakker dan vroeger. De meeste gezinnen in Tokio hebben maar één kind, dat vervolgens door de ouders in de watten wordt gelegd en minder bestand is tegen tegenslagen in het leven.”

“Ze zijn niet goed in het onderhouden van relaties met anderen,” zo vat Aoki het probleem van de kinderen samen. In een recente televisiedocumentaire kwam een jonge lerares aan het woord in wier klas een kind uiteindelijk voor zelfmoord had gekozen. Terugkijkend op de pesterijen die tot het incident hebben geleid kon ze slechts constateren: “Ik wou dat ik de moed had gehad om eerder in te grijpen.” De moed om een probleem te erkennen en om tussen beide te komen als kinderen voor je ogen elkaar het leven een hel maken.

Aoki: “Het grootste gevaar is dat kinderen die niet meer naar school willen zich thuis helemaal opsluiten in hun eigen wereld. Daarom probeer ik ten eerste met kinderen die hier komen een band te creëren, een werkelijke band van hart tot hart. Als dat tot stand is gebracht is het mogelijk weer verder te werken aan een individuele toekomst.”

Gang vegen

In een buitenwijk van Tokio ligt de Kitamachi-school, een openbare junior highschool. Het is lunchtijd en uit luidsprekers door de hele school klinkt popmuziek. In klas 1-4 schuiven de kinderen hun tafels in zes blokken voor de zes groepen waaruit de klas is opgebouwd. Eén groep heeft een week lang als taak de lunch te verzorgen die in grote pannen op een kar de klas in wordt gereden. Klasseleraar Tamotsu Takahashi komt voor de lunch naar zijn klas terug en eet aan het bureau voor in het lokaal.

Aan de muur hangt het corvee-rooster: lunch verzorgen, lokaal vegen, toiletten op derde verdieping schoonmaken, gang vegen. Zes taken die per week over de zes groepen rouleren. Japanse scholen kennen geen andere schoonmakers dan de leerlingen zelf.

Naast groepstaken hebben de leerlingen individuele taken. Na de laatste les komt Tamotsu Takahashi wederom naar klas 1-4 terug voor de dagsluiting. Hij noemt de vakken op die voor de volgende dag op het rooster staan. De 'taakgelastigde' voor elk vak noemt het huiswerk op en een andere leerling schrijft de mededelingen op een speciaal bord. Na afloop staan de leerlingen op en maken op een teken van één van hen een buiging naar de docent. Het is halfvier, de lessen zijn voorbij en het schoonmaken van de school begint.

Dat gaat gepaard met geschreeuw en grappenmakerij onder de scholieren terwijl tegelijkertijd weer popmuziek door de Kitamachi-school klinkt. In een klein hokje naast de docentenkamer zitten twee derdejaars bij de installatie. “We draaien wat we zelf willen of wat vrienden ons vragen te draaien.” Na twee nummers neemt een van hen de microfoon: “De schooldag is voorbij. Laten we allemaal naar huis terugkeren”, zo klinkt door de gangen. Ook hiervoor zijn 'taakgelastigden' in alle klassen.

Lang niet alle kinderen gaan naar huis, velen verruilen hun schooluniform voor sportkleding. In de hal van de school verzamelen zich de meisjes van de volleybalclub en beginnen rekoefeningen. Op het sportveld doen de voetballers conditietraining, in de verte zijn de tennissers bezig en in de sporthal heerst het badminton. Ook voor de jonge geschiedenisleraar Sato is de schooldag nog lang niet voorbij. Zijn liefhebberij is Kendo - zwaardvechten - en hij leidt de Kendo-club van de school. Dertien jongens en meisjes staan in beschermende kleding en met een bamboe zwaard klaar. Sato laat een meisje naar voren komen. “Val frontaal aan. Doe me pijn.” Het meisje stormt met een ijselijke schreeuw op Sato af en hakt in het voorbijgaan op zijn hoofdbescherming in. “Ik voel niets. Harder. Harder.” Keer op keer valt zij aan tot Sato tevreden is en de volgende haar plaats inneemt.

Stampen

Kinderbegeleider Hiromichi Aoki zoekt de oorzaak van het schoolweigeren ook in het onderwijsprogramma; te eenzijdig gericht op pure kennisverwerving. In Japan is het prestige van de bezochte universiteit het enige criterium waarop iemand wordt beoordeeld. De toelatingsexamens testen vooral feitenkennis zodat de scholieren eindeloos hun hoofd vol stampen. Niet alleen op school zelf, maar ook 's avonds op de vele privéschooltjes die speciaal op die examens voorbereiden.

Aoki: “Voor de oorlog was het onderricht in moraal, gebaseerd op het confucianisme, een van de peilers van het onderwijs, maar dit is na de oorlog door de Amerikaanse bezetters afgeschaft omdat het zou hebben bijgedragen aan het militarisme. Na de bezetting is in het lesrooster van openbare scholen wel weer standaard een uur voor 'moraal' vrijgemaakt, maar er is geen lesprogramma. Elke klasseleraar moet zelf maar zien hoe hij dat invult, ongeacht de aard van zijn eigen vakgebied. Terwijl we juist alle leerlingen een duidelijk besef van sociale rechtvaardigheid mee zouden moeten geven.”

Op de Kitamachi-school is Tamotsu Takahashi als klasseleraar verantwoordelijk voor het geven van dit onderricht aan klas 1-4. “Het probleem is dat er sinds de oorlog in dit land geen duidelijke, algemeen geaccepteerde basis meer is voor moraalonderricht”, zegt Takahashi, 36 jaar en leraar Japans. “Wat ik uiteindelijk doe ligt in het verlengde van wat in mijn gewone lessen aan de orde komt.”

Een week eerder heeft hij zijn leerlingen de opdracht gegeven een opstel over 'Het leven' te schrijven naar aanleiding van teksten die in de lessen Japans aan de orde zijn geweest. Kopieën van de twee beste opstellen deelt hij nu in de klas uit. Takahashi vraagt de dertienjarige schrijfster van één van de uitgekozen stukken zelf haar opstel voor te lezen, maar ze wijst dit verlegen af. Takahashi ziet zich genoopt zelf haar verhaal maar voor te lezen.

Het is niet mogelijk te stellen dat het leven goed en de dood slecht is, schrijft ze. Elk levend wezen is belangrijk en zolang wij zelf leven kunnen we daarom niet stellen dat problemen als oorlog, discriminatie of pesterijen op school ons niet aangaan. “Aan onverschilligheid, alleen omdat iemand zelf deze problemen nooit aan den lijve heeft ervaren, heb ik een hekel”, aldus het meisje.

“Ik druk mijn leerlingen op het hart hun verstand te gebruiken”, zegt Takahashi over zijn lessen. “Denk na en vorm zo je eigen mening, dat is de enige boodschap die ik ze mee kan geven.”

De grote nadruk op kennisverwerving leidt er volgens Hiromichi Aoki ook toe dat er geen waardering is voor andere capaciteiten van de kinderen. “Wat we in de samenleving als geheel moeten veranderen is de nadruk op leerprestaties. We moeten een einde maken aan de samenleving die alleen maar kijkt naar de gevolgde opleiding, waar alleen het prestige van de bezochte school of universiteit de verdere toekomst geheel bepaalt. Dan kan er meer waarde worden gegeven aan de individuele kwaliteiten van de kinderen op andere vlakken als handenarbeid, sport of kunst, en kunnen we de atmosfeer op scholen aangenamer maken. Als kinderen graag op school verblijven, is er zicht op een oplossing van het probleem van gebrekkige sociale vaardigheden.”

Chaos

Per trein een uur ten zuiden van Tokio ligt de slaapstad Fujisawa. Onderwijzer Hirofumi Nattori legt met behulp van pennen en potloden de tafel van twee uit aan zijn klas tweedejaars. Nattori (51) maakt een spel van de uitleg: kinderen die een vraag weten te beantwoorden rennen schreeuwend naar voren. Het is een aangename chaos. Achterin het lokaal trekt Masataka Ogawa zich echter niets van de drukte van zijn klasgenoten aan. “Dit is veel te simpel”, zegt de achtjarige wijsneus en schrijft de tafel vast uit in zijn schrift. Vervolgens vermenigvuldigt hij 359 met 25 en stort zich weer in de droomwereld van zijn tekeningen. “Hij is slim”, zegt z'n buurjongetje.

“Ik wil dat kinderen van de school genieten, dat ze al spelend leren en vooral dat ze leren zelf te denken en te doen.” zegt Nattori. “Op zaterdag neem ik ze vaak mee naar buiten om bijvoorbeeld te gaan vissen of ik ga met de hele klas koken.” Hij haalt een herinnering op aan een leerlinge die haar vader verloor. “Ze hadden het niet breed thuis en nu en dan liep ik met haar mee naar huis en kocht een ijsje onderweg. Dat heeft ze nimmer vergeten. Ze heeft inmiddels zelf een gezin en de kleintjes zijn ook bij mij kind aan huis.”

Leerlingen vragen ook advies over persoonlijke aangelegenheden; onderscheid tussen 'privé' en 'openbaar' lijkt weg te vallen wat bijvoorbeeld kan resulteren in leerlingen die de complete verhuizing van hun leraar op zich nemen. Zoals een oudere Japanner laatst stelde: “Privacy is een westers woord.”

De losse wijze van lesgeven van Hirofumi Nattori is niet representatief voor het Japanse onderwijs. Docenten die kinderen slechts hun woorden laten absorberen zijn wijd verspreid. Nu en dan halen incidenten het nieuws van leraren die hun leerlingen fysiek straffen. In juli sloeg een leraar in de zuidelijke provincie Fukuoka een leerlinge omdat ze terugpraatte terwijl hij haar berispte. Haar hoofd sloeg tegen een betonnen paal en een dag later overleed het 16-jarige meisje. De docent stelde uit 'liefde' te hebben gehandeld maar is inmiddels ontslagen en tot twee jaar cel veroordeeld.

“Hier in de omgeving zijn veel docenten die een zelfde werkwijze als ik hanteren”, aldus Nattori. “Als we elkaar ontmoeten wisselen we ervaringen uit. Richtlijnen van het ministerie van onderwijs lees ik niet en ik hoef niet te verwachten ooit als hoofdonderwijzer te worden benoemd. Maar veel ouders van mijn leerlingen maken zich nu al zorgen over de toekomst van hun kind en laten ze extra lessen volgen als voorbereiding op de toelatingsexamens van middelbaar onderwijs en universiteit.”

In Tokio stelt Hiromichi Aoki: “Gelukkig zijn er ook mensen op hogere niveau's die dezelfde gedachten hebben als ik. Ik denk dat de situatie in de toekomst zal verbeteren.” Inderdaad wil men binnen het ministerie van onderwijs de problemen aanpakken. Er is ruimte gemaakt voor keuzevakken op scholen en er wordt gewerkt aan de diversificatie van scholen zodat er meer aansluiting ontstaat met de verschillende capaciteiten van de leerlingen. Ook wil men het systeem van de toelatingsexamens die alleen maar feiten testen wijzigen. De gevleugelde kreet in het onderwijs is momenteel de 'stimulering van individualiteit en creativiteit' van de leerlingen. Voor de bestrijding van het pesten op korte termijn is geld vrijgemaakt voor de aanstelling van vertrouwenspersonen en het opzetten van telefonische hulplijnen.

Maar onderwijzer Hirofumi Nattori stelt over de plannen van het ministerie de retorische vraag: “Wat verandert er werkelijk in het systeem als docenten die eerst alleen aandacht schonken aan kennisoverdracht en slechts puur klassikaal lesgaven, nu opeens vanwege een richtlijn van het ministerie zich gaan bezig houden met het bevorderen van creativiteit en individualiteit?”

Creatief

Zal er werkelijk iets veranderen? Het kan zijn dat een hervorming op gang komt door druk uit het bedrijfsleven. De Japanse zakenwereld buigt zich over nieuwe toekomstplannen voor Japan en het onderwijs blijft daarbij niet buiten beschouwing. De grenzeloze groei van de economie is ten einde gekomen omdat veel Japanse bedrijven wegens de hoge kosten hun produktiefaciliteiten naar lage lonen landen in Zuidoost-Azië hebben overgebracht. Japan moet naar nieuwe groeisectoren omzien.

De Keidanren, de federatie van economische organisaties, ziet de toekomst van de Japanse economie in een beweeglijk en creatief bedrijfsleven dat in staat is nieuwe technologieën te ontwikkelen. Vereist zijn derhalve “creatieve, zelf-gemotiveerde werknemers met een internationaal perspectief”, aldus voorzitter Shoichiro Toyoda eerder dit jaar, en het Japanse onderwijs zal in deze werknemers moeten voorzien. In februari zal de Keidanren een advies uitbrengen over noodzakelijke hervormingen in het Japanse onderwijs.

Intussen is in delen van het bedrijfsleven de verandering reeds begonnen. Op de sollicitatieformulieren van Sony is sinds 1991 de vraag welke universiteit men heeft bezocht geheel afwezig. Mocht een sollicitant toch ergens de naam van zijn alma mater invullen omdat hij jaren heeft geblokt om tot een prestigieuze instelling te worden toegelaten, dan vermindert dit zelfs zijn kansen. Naar verluidt zal ook Toyota deze weg inslaan.

Tegenover de beperkte belangstelling van Sony voor het formele curriculum vitae, staat veel ruimte op het formulier voor drie opdrachten die eigen initiatief en denkvermogen vragen. “We hebben creatieve, onafhankelijke mensen nodig om te overleven”, zegt Jun Shimoyamada, voorlichter bij het bedrijf. De laatste vraag op het formulier biedt de sollicitant blanco ruimte voor 'zelf-PR'. “Ook een tekening is uitstekend”, aldus Jun.

    • Hans van der Lugt