Rookvrij

Hoe lang is het al geleden dat de voorhoede van de Amerikaanse antirook- beweging de strijd aanbond? Tien jaar? Twintig? Overal in de restaurants en de kantoren zaten destijds de mensen te roken. Toen kwamen de eersten, meestal vrouwen, die met ostentatief hoesten en een blik van misprijzen lieten weten hoe ze over de geur van brandende tabak dachten. Daarna werden de rokers aangesproken, in de meest directe bewoordingen. De rokers vochten terug, maar de fundamentalisten van de frisse lucht in openbare ruimten wisten dat ze sterk stonden. De meeste gewoonten die ons goed bevallen zijn slecht voor onze gezondheid, en ook voor die van de anderen in de buurt en verder. Twee dagen geleden is bekend geworden dat op onze planeet de gemiddelde temperatuur de afgelopen 135 jaar bijna 2 graden Fahrenheit is opgelopen. De grafiek laat zien dat tussen 1950 en 1995 het zowat evenveel warmer is geworden als in de honderd jaar daarvoor. De sterkste stijging vindt plaats tussen 1975 en 1995, precies die twee decennia waarin de anti-rookbeweging haar opmars met zege na zege bekroonde. Aan het roken kan de opwarming van de Aarde niet liggen. Misschien komt het eerder doordat steeds meer niet-rokers het leuk vinden in hun auto te stappen en de laatste rokende voetgangers te laten meedelen in de miljoenen liters van hun tweedehands uitlaatgas.

Naar de beste maatstaven van de democratie gemeten heeft de antirookbeweging gelijk. De roker is de agressor. Niemand heeft hem om het bijprodukt van zijn genot gevraagd. De niet-roker moet inademen, en in de buurt van een roker ademt hij rook in; hij moet zich die invasie in zijn longen laten welgevallen. Hij heeft groot gelijk als hij zich verzet. Het keerpunt kwam toen de overheid dit begon in te zien en zich nog schuchter schaarde aan de kant van de anti-rookbeweging. Er kwamen waarschuwingen op de sigarettenpakjes, de waarschuwingen werden dreigender en de ruimte waar niet mag worden gerookt breidde zich uit. Vorig jaar werd in New York een wet aangenomen waarbij bepaald is dat restaurants grote afdelingen voor de niet-rokers moeten reserveren. De rokers zaten op een walmend kluitje samengedrongen. De wet werd strenger. In de meeste restaurants mag helemaal niet meer worden gerookt. Alleen in de categorie die in dezelfde ruimte een bar herbergt heb je een 'smoking section'. Daar gaat het nog ouderwets toe. Wie dat wil meemaken voor het te laat is, raad ik Mullens Pub, bijna op de hoek van de 23ste straat en de zesde avenue aan.

In de tijd dat de strijd nog niet beslecht leek, heeft Russell Baker, bewonderd columnist die ook in de International Herald Tribune te lezen is, een stukje over de toestand aan het front geschreven. In een restaurant wordt hij begroet door een voorkomende functionaris die hem vraagt: 'Roken of niet roken?' Hij denkt: 'Waar bemoei je je mee', maar zegt dat niet omdat vredelievendheid nu eenmaal een van zijn belangrijkste eigenschappen is. Waar bemoei je je mee! Dat is de vraag die ook de redelijksten en de verdraagzaamsten bij de ontmoeting met een zendeling te binnen schiet.

Ik hoop dat er eens een degelijke vergelijkende wetenschappelijke studie over de anti-rookbeweging verschijnt. Vergelijkend omdat we misschien door of dankzij deze beweging ons beter zullen kunnen verplaatsen in de vroegste jaren van het Christendom, de reformatie en de contra-reformatie, het fundamentalisme en al die andere bewegingen die, begonnen door enkelingen, vervolgingen trotserend, de meerderheid achter zich hebben gekregen en hun particuliere voorschriften tot algemene norm hebben weten te bevorderen. Dat is de kern van hun geheim.

De meeste luchtvaartmaatschappijen hebben op alle lange vluchten het roken totaal verboden. De Nederlandse Spoorwegen hebben in de eerste klas van de 'Koploper' treinen nog maar één coupé voor rokers gereserveerd. Op het vliegveld van Singapore moet je een kilometer lopen om in het rokersgetto te komen, een soort aquariumpje, een blauwige enclave in de frisse lucht, waar een harde kern van heidenen in transit nog zenuwachtig zit te paffen. Het is zo'n zielig gezicht dat je maar van je sigaret afziet. Je zou je een beetje schamen om jezelf op zo'n manier, in je verachtelijkheid, aan de tot zuiverheid bekeerde anderen bloot te geven.

Het roken is niet meer simpelweg ongezond of ondemocratisch. Het is op weg om iets onfatsoenlijks te worden. In de tijd van Marlene Dietrich, Humphrey Bogart, Jean Gabin en Jean-Paul Sartre zetten de rokers de toon. Nu moet je lang wachten voor je in een film nog iemand een sigaret ziet opsteken, en als er al zo'n figuur is, dan tien tegen één iemand met een verwerpelijk karakter. Toonaangevende denkers zijn er ook hoe langer hoe minder. De conclusie ligt voor de hand.

Het best en bondigst wordt de ontwikkeling weergegeven in de opschriften. Nog niet zolang geleden was het: Verboden te roken. Toen werd het Niet roken. Nu lees je: Dit is een rookvrije ruimte. Van defensief naar voorbeeldig. Hier is de zonde verjaagd, hier heerst de zuiverheid van lichaam en geest. Ik vind het bewonderenswaardig dat binnen niet meer dan twintig jaar in een wereld die tot in de ozonlaag bedreigd wordt met ongezonde hebbelijkheden een vastbesloten minderheid het zo ver heeft kunnen brengen.

    • S. Montag