Quedlinburg-'dieven' voor de rechtbank

SHERMAN, 6 JAN. De broer en zus van een Amerikaanse soldaat die vlak na de Tweede Wereldoorlog kostbare kunstwerken uit een nazi-opslagplaats in een mijn 190 kilometer van Berlijn stal, zijn gisteren voorgeleid voor een rechtbank in Texas. De twee worden samen met hun advocaat van heling beschuldigd. Ze hebben twee kunstwerken van de zogenaamde 'Quedlinburg-schat' proberen te verkopen.

Het gaat om Het Evangelie van Samuhel, een 9de-eeuws, in goud geschreven manuscript, en een evangeliarium uit St. Wiperti uit de 16de eeuw. De broer en zus kregen de manuscripten in handen na de dood van de Amerikaanse officier Joe Meador in 1980. Ze waren ervan op de hoogte dat de werken in de oorlog gestolen waren. Hun advocaat bood het Samuhel Evangelie in 1990 voor bijna 3 miljoen dollar te koop aan. Aan het voorleiden van de twee familieleden is een politieonderzoek van 5 jaar vooraf gegaan. De twee kunnen veroordeeld worden tot 5 jaar gevangenisstraf en een boete van 250.000 dollar (ca 385.000 gulden).

Men gaat ervan uit dat Meador in de oorlog meer dan 12 kostbaarheden uit Quedlinburg heeft gestolen. Een Duits detectivebureau dat gespecialiseerd is in de opsporing van in de Tweede Wereldoorlog gestolen kunst, kwam de twee manuscripten op het spoor. (AP)