Oranje-mannen

Herman Kuiphof komt in zijn stukjes onveranderlijk over als iemand die respect heeft voor traditie en de band tussen verleden en heden.

Het is dan ook opmerkelijk dat hij in zijn lofrede op de voorbeeldige gang van zaken tijdens de interland Nederland-Ierland 'Anfield Road' (NRC Handelsblad, 19 december) rept over nauwelijks bestaande historische banden tussen Ieren en Nederlanders. De Ierse nationale driekleur is groen, wit en oranje. Dat die eerste twee enerzijds het vruchtbare Erin, anderzijds de puurheid van de natie aanduiden is voor het volgende nauwelijks van belang; anders ligt het bij het oranje, kleur van ons vorstenhuis; die kleur zit daar dan ook niet zomaar. Op 1 juli 1690, tijdens de slag aan de Ierse rivier de Boyne versloegen de 'Orangemen' van 'onze' protestantse stadhouder Willem III de troepen van de katholieke Jacobus II, koning van Engeland, Schotland en Ierland. Deze was in 1688 naar Frankrijk gevlucht, na de zogenaamde Glorious Revolution. Samen met zijn vrouw, Jacobus' dochter Mary, aanvaardde Willem het 'duo'-koningschap over genoemde landen. Toen Ierland in 1886 'Home Rule' kreeg van de toenmalige Engelse premier Gladstone gingen de Ierse Orangemen - toen protestanten - zich met nog meer verve onderscheiden van hun katholieke landgenoten. Tot op de dag van vandaag worden de Noordierse Unionisten - protestantse voorstanders van de staatkundige eenheid met Engeland - Orangisten genoemd. Misschien dat de gemiddelde Ierse voetballiefhebber zich niet direct bewust is van de historische banden tussen zijn en het Nederlandse volk; toch kunnen ze niet zomaar worden veronachtzaamd.

    • J.H. de Haas