Molukse kunst: hoe harder het hout, hoe sterker de voorouder

Tentoonstelling: Vergeten eilanden, het mysterie van de Zuidoost-Molukken. T/m 25 aug. Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden. Di t/m vr 10-17u, za zo 12-17u. Cat ƒ 79,50. Speciale uitgave: Tanimbar. De unieke Molukken-foto's van Petrus Drabbe, ƒ 24,95. Tentoonstelling: Hedendaagse Kunstnijverheid van Tanimbar. T/m 25 febr. Moluks Historisch Museum, Utrecht. Di t/m zo 13-17u.

Het leven op de Molukken houdt niet op bij de dood. Grootouders en ouders worden voorouders. Hun zielen leven voort en bestieren het leven van hun nageslacht over de dood heen. Beelden van de voorouders werden tot in de jaren dertig gemaakt en als goden vereerd. De dorpsstichters, man en vrouw, stonden vroeger midden op het dorpsplein. Met hun alziende, parelmoeren ogen waakten ze over de gemeenschap.

In het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden kijken deze voorouders nu òns in de ogen. Naast aardkleurige ikat-weefsels en prestigieuze gouden sieraden vormen zij de kern van de tentoonstelling over de 'vergeten culturen' van de Zuidoost-Molukken. Van deze eilandengroepen in de periferie van Indonesië - Leti, Kei, Babar, Tanimbar en Aru - is weinig bekend. Ze werden het werkterrein van missionarissen zoals pater Petrus Drabbe, die de trotse krijgers en sjamanen fotografeerde. Zijn prachtige foto's gunnen ons een laatste blik op hun verdwijnende cultuur. Met de komst van een christelijke god vielen de oude beelden in ongenade en werden verbrand of naar musea verscheept.

De tentoonstelling in Leiden - waarbij de eigen collectie werd aangevuld met bruiklenen uit onder andere Indonesië - verrast door de grote variëteit in stijlen. Robuuste, bonkige beelden uit Aru contrasteren met de esoterische elegantie en scherpe gelaatstrekken die de Letische voorouders meekregen. Grote voorouders van clanhuizen zijn te zien en kleine, soms enkele centimeter hoge beeldjes in hout, been of ivoor. Hoe harder het materiaal, des te groter werd de kracht van de overledene geacht. Sommige beelden kregen ook persoonskenmerken - zoals de smid, die een spijker in zijn hand houdt. Of de man die, met één been het christendom binnengestapt, als teken van zijn bekering op een westerse stoel is neergezet en een hoed op zijn hoofd draagt. Christen of niet: zo'n imposante voorouder wilde men zich niet laten ontgaan.

Een bijzondere reeks figuren zijn de luli, heilige stammoeders uit Leti en Lakor. Ze hebben fijnzinnige en edele gezichten. Hun lichamen zijn getooid met bladerranken en andere decoraties als haan en boot. Wat betekenen deze motieven? De tekstbordjes op de tentoonstelling geven hierover maar weinig informatie en dat is jammer, want de voorwerpen moesten bovenal de centrale waarden van de samenleving uitdragen in herkenbare symbolen.

In de monumentale catalogus, geschreven door de antropologen Nico de Jonge en Toos van Dijk, is deze informatie wel te vinden. Volgens de oorsprongsmythe van Leti was de eerste vrouw een bovennatuurlijk wezen, een soort bosfee. Zij huwde een immigrant, een man van overzee. Als typisch vrouwelijke kwaliteiten bracht zij, wezen uit het bos, de vruchtbaarheid en groeikracht van de natuur het huwelijk binnen, gesymboliseerd in de florale motieven. Ook de haan en de hond komen vaak terug. Deze dieren zijn hier niet de dociele huisgenoten waarvoor wij hen houden, maar trotse, dappere jagers, symbolen voor de jagende - en koppensnellende - man. Ze zijn ook te zien op de gouden hoofdtooien, die werden gemaakt van in handel verkregen 'buit': Nederlandse gouden tientjes, geruild tegen specerijen.

Bootvormen domineren de tentoonstelling - we zien in ajour uitgesneden stevens, prauwmotieven en miniatuurvaartuigen. De boot was bij deze zeevarende volkeren niet alleen van groot belang als vervoermiddel, zij was het model waarnaar de samenleving was geordend. De bevolking was onderverdeeld in waterhozers, loodsmannen en roergangers. Alleen wanneer deze groepen samenwerkten kon de gemeenschap functioneren en voortbestaan, of, in symbolische termen, werd 'de boot in de vaart gehouden'. Ook het dorpsplein had vroeger de vorm van een boot.

Tegenwoordig wordt het plein aangelegd als voetbalveld. Waar ooit de beelden van de dorpsvoorouders stonden, wappert nu de nationale vlag. Alleen op Tanimbar maakt men weer op grote schaal beelden. Deze zijn te zien in het Moluks Historisch Museum in Utrecht. Zij dienen echter meer de toeristen dan de voorouders en worden in handig meeneemformaat geleverd. De kracht van de Leidse expositie is juist de persoonlijkheid van de beelden, die slechts binnen de traditionele context zo zorgvuldig werd vormgegeven.

Eén van de initiatiefnemers van de expositie is de bisschop van Ambon, Mgr. A.P.C. Sol. Onlangs keerde hij terug naar zijn eiland met duizend catalogi. Die zal hij verspreiden op scholen in de Molukken. Hij hoopt hiermee de eigenwaarde van de bevolking te schragen en de voorouders weer een gezicht te geven. Het is een mooi, maar ook een beetje een treurig gebaar.

    • Jet Bakels