Kozyrev verloor vrienden en maakte geen nieuwe

MOSKOU, 6 JAN. Met Andrej Kozyrev vertrekt een diplomaat van het internationale toneel die in eigen land allang geen rol van betekenis meer speelde.

Het Russische parlement heeft herhaaldelijk om zijn aftreden gevraagd, president Jeltsin heeft het in omfloerste en minder omfloerste bewoordingen herhaaldelijk aangekondigd, en nu is het dan zover. Wat Kozyrevs vertrek voor het buitenlands beleid betekent, moet de toekomst uitwijzen, maar in Moskou bestaat het gevoel dat de politiek de afgelopen jaren allang was veranderd - wat nu volgt is de verandering van de politicus.

Andrej Kozyrev (44) was de langst zittende minister in de Russische regering. In 1990, dus nog voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, werd de carrière-diplomaat en zoon van een diplomaat door Jeltsin benoemd tot minister van buitenlandse zaken van de Russische Federatie. Hij toonde zich een uitgesproken liberaal, een man die na de Koude Oorlog de confrontatie met het Westen wilde vervangen door samenwerking.

De diplomatieke geschiedenis zal hij waarschijnlijk ingaan met zijn onorthodoxe rede in december 1992 in Stockholm, waarin hij harde taal sprak die hij na een pauze afdeed als een waarschuwende grap.

Zoals de 'architect van de economische hervormingen', Jegor Gajdar, Westerse economische modellen overnam om radicale veranderingen door te voeren, benaderde Kozyrev zijn partnerschap met het Westen ook op een Westerse manier, in Russische ogen althans. Hij hechtte eraan niet bedreigend over te komen, zat altijd goed in het pak, sprak zijn buitenlandse talen en deed concessies. Deel van de 'geciviliseerde wereld' worden was naar eigen zeggen zijn belangrijkste doelstelling.

De jonge minister van buitenlandse zaken brak hiermee met een lange Sovjet-traditie en dat bleef behalve in het blij verraste buitenland ook in Moskou zelf niet onopgemerkt. Zoals zijn bekendste voorganger in de Sovjet-tijd, Andrej Gromyko, wegens zijn overzoenlijke houding in de buitenlandse media de bijnaam Mr. Njet verwierf, werd Andrej Kozyrev door de Russische pers Mr. Yes genoemd. In het Russische parlement heette Kozyrev ook wel de 'minister van buitenlandse zaken in Rusland' en de 'minister van andermans zaken', omdat hij onvoldoende Ruslands belangen zou behartigen.

Resultaat heeft Kozyrevs diplomatie in Russische ogen slechts in beperkte mate gehad. Ja, Rusland kan nu aanzitten bij de G7 en onderhandelen met het IMF. Maar terwijl het Warschau Pact is ontbonden, treft de NAVO voorbereidingen om zich in oostelijke richting uit te breiden. Zelfs in de republieken van de voormalige Sovjet-Unie zelf, die in Rusland het 'nabije buitenland' heten en niet als echt onafhankelijke staten worden beschouwd, rukt de voormalige vijand op. In Estland was tot eind vorige maand een Amerikaan opperbevelhebber van het nieuwe leger. In Azerbajdzjan en Kazachstan zijn Westerse bedrijven nauwer betrokken bij de oliewinning dan Russische.

Zo is het gevoel gegroeid dat met al die 'pro-Westerse' politiek de invloed van Moskou op het wereldtoneel alleen maar is afgenomen. Het pijnlijkste symbool - elke avond op de televisie - was afgelopen jaar de oorlog in het voormalige Joegoslavië. Ondanks hevige protesten van Moskou voerden NAVO-vliegtuigen bombardementen uit op de Bosnische Serviërs. Herhaaldelijk werd de Russische regering vooraf niet eens op de hoogte gesteld van NAVO-acties. Het bracht Gennadi Zjoeganov, leider van de communistische partij die vorige maand de verkiezingen won, tot de constatering dat “wij de Balkan worden uitgeschopt”.

Kozyrev lijkt er niet in te zijn geslaagd een balans te vinden tussen de kennelijke noodzaak van goede betrekkingen met het Westen en het groeiende gevoel van nationale vernedering. Hij deed aanvallen op zijn beleid af als retoriek van de radicale 'rood-bruine' oppositie, maar probeerde tegelijkertijd zelf radicaal taalgebruik over te nemen. Tijdens een bezoek aan Irak in 1994 sprak hij zijn bewondering uit voor de 'politieke wijsheid' van Saddam Hussein. In april 1995 dreigde hij de Baltische landen met militair ingrijpen als zij hun Russische minderheden niet beter zouden behandelen.

Met dit soort uitspraken verloor de minister oude vrienden zonder dat hij er nieuwe mee won. En toen hij na de inval in Tsjetsjenië uit de hervormingsgezinde partij Ruslands Keuze trad, had Kozyrev geen andere politieke vriend meer dan president Jeltsin. Zijn laatste jaar moet niet gemakkelijk zijn geweest. De vernedering van Rusland op het wereldtoneel was niets vergeleken met de vernedering van Kozyrev in Rusland zelf. Enkele hoogte (of diepte)punten:

In oktober meldde Jeltsin in een televisiegepsrek met journalisten plompverloren dat Kozyrev weg moest. “Laten we hem niet kapot maken”, zei de president terwijl hij een gebaar maakte alsof hij de minister de nek omdraaide. Kozyrev mocht nog even doorwerken maar “mijn besluit staat vast”. De volgende dag op het vliegveld onthulde Jeltsin dat Kozyrev hem na de uitzending had gebeld met de vraag of hij nog wel mee moest gaan op de geplande buitenlandse reis. Jeltsin, terwijl de minister naast hem schaapachtig stond te lachen: “Ik antwoordde, nou kom voorlopig maar.”

In november reisde minister van defensie Pavel Gratsjov, die steeds meer een eigen buitenlands beleid voert, na een belangrijk bezoek aan de NAVO in Brussel meteen door na Israel. Kozyrev werd niet ingelicht over het resultaat van de besprekingen in Brussel, zelfs niet per telefoon, zo moest hij tegenover de media toegeven. “Alle landen werken samen, maar wij werken intern niet eens samen”, zei Kozyrev. Hij vergeleek het NAVO-beleid dat Rusland dientengevolge voerde als “het gooien van water tegen de wind”.

En in december tenslotte was er die rechtzaak tegen Vladimir Zjirinovski. Kozyrev had Zjirinovski eerder een 'fascist' genoemd en de populist heeft er een gewoonte van gemaakt na zulke beschuldigingen naar de rechter te stappen. De zittingsdag was 20 december. De media waren er, de minister was er, maar Zjirinovski niet en de rechter evenmin. “Vreemd, mij was niet gemeld dat de rechter er niet zou zijn, terwijl ik toch niet bepaald een naald in een hooiberg ben”, was het ongemakkelijke commentaar van Kozyrev.

Uiteindelijk heeft de minister de eer aan zichzelf gehouden, zoals dat heet. Na de parlementsverkiezingen moest hij kiezen of hij een parlementszetel zou innemen of dat hij minister zou blijven. Wie voor een voortgezet ministerschap kiest, is zijn parlementszetel kwijt, ook als hij al volgende maand als minister wordt ontslagen. Premier Tsjernomyrdin heeft zijn zetel geweigerd en blijft premier. Kozyrev zei dat hij eerst met de president zou overleggen. Dat overleg heeft vorige week geen uitsluitsel opgeleverd. Kozyrevs verzoek tot uitstel van de beslissing werd door de centrale verkiezingscommissie geweigerd. De minister restte niets anders dan zelf zijn kansen te berekenen en dat heeft hij gisteren gedaan.

    • Hans Nijenhuis