Jarenlange propaganda heeft de euro een aureool van onvermijdelijkheid gegeven; Euro is monetaire springstof

Tegenstanders van Europese monetaire eenwording vertellen niet alleen onzin over de euro, zoals Roel Janssen beweert (NRC Handelsblad, 16 december). De grootste winst van de euro-top in Madrid is juist dat ook in Nederland eens kritische noten zijn te horen over de Europese en Monetaire Unie (EMU). Dat wordt tijd, want de euro is geen economische noodzaak, maar een prijs die betaald moet worden voor grotere politieke eenwording in Europa.

Hoe komen munten in de wereld? Vroeger doordat ergens een keizer kwam, zag en overwon, en zijn trouwe soldaten betaalde in klinkende munt met de beeltenis van de overwinnaar erop. Als de heerser maar lang genoeg de macht behield en oorlogsbuit bleef vergaren, kon zijn munt zelfs tot internationaal betaalmiddel worden. Ook tegenwoordig blijft de invoering van een eigen munt, tezamen met een eigen vlag en volkslied, voor landen de eerste uitdrukking van politiek gezag. Zo ging het in de voormalige Sovjet-republieken en in de voormalige Joegoslavische republieken.

In dit licht bezien, is de Europese Unie bezig met een historisch experiment. Landen willen hun munt opgeven aan een Unie met weinig gezag. De achtergrond van dit experiment is bekend. Met de Duitse eenwording dreigde het politiek-economische evenwicht in de Europese Unie sterk oostwaarts te kantelen. Frankrijk rekende snel uit dat een nieuwe Europese munt de enige manier was om het oude evenwicht weer enigszins te herstellen. Met een eigen munt kan Duitsland namelijk zijn eigen economische - en mettertijd ook politieke - gang gaan, maar met een Europese munt niet meer.

De Franse reactie getuig de van historisch bewustzijn: munt is macht. Duitsland was bereid zich via een Europese munt in Europa te verankeren, maar alleen als dit Europa aan politieke daadkracht zou winnen. Europa zou zodoende een springplank zijn naar een grotere rol van Duitsland in de wereld.

Ook de Duitse inschatting getuigde van historisch bewustzijn: geen macht zonder munt. De EMU is dus politieke economie. Achter de nogal droge discussies over convergentiecriteria, het tijdstip waarop over de deelname van landen moet worden besloten en de wijze waarop de euro ingevoerd moet worden, gaat een gevecht schuil over de vraag wie in de toekomst de lakens uitdeelt in Europa.

Jarenlange propaganda voor één Europese munt, door de Europese Commissie, centrale bankiers en ministers van financiën, heeft de EMU ten onrechte een aureool van economische onvermijdelijkheid geschonken. Daarvoor werd zelfs een reclame-slogan bedacht: “één markt, één munt”.

Hoe onzinning deze slogan is, leert een kijkje naar de wereldmarkt. Bedrijven globaliseren erop los ondanks een veelheid aan munten. Misschien dat het met een wereldmunt nog sneller zou gaan, maar dat is moeilijk voorstelbaar. De consensus over de EMU is inmiddels zo onverdraagzaam geworden dat critici straffeloos kunnen worden getypeerd als mensen die niets van internationale concurrentie en de disciplinerende werking van financiële markten begrijpen.

Dat is gek, want de critici hebben het economische gelijk aan hun zijde, in theorie en praktijk. Zo komt de Amerikaanse econoom Paul Krugman, een autoriteit op het terrein van de internationale economie, in zijn boek Currencies and Crises na een genuanceerde analyse van de economische argumenten voor Europese monetaire eenwording tot de conclusie dat Europa waarschijnlijk te groot, te divers en te weinig geïntegreerd is om van één munt te profiteren.

Krugman trok deze conclusie al voor de spectaculaire ondergang van het Europees Monetair Stelsel in 1992-93, die cynisch genoeg werd ingeluid door het Verdrag van Maastricht. De oorzaak van deze Europese monetaire Kladderadatsch was dat de meeste Europese economieën onvoldoende veerkrachtig zijn om sterke conjuncturele golven, laat staan een structurele economische schok zoals de Duitse eenwording, op te vangen zonder een eigen monetair beleid. De solidariteit om de schokken gezamenlijk op te vangen ontbrak, mede doordat de landen van de Europese Unie belangrijk verschillen in hun kijk op economie.

Het is verbluffend dat het einde van het Europees Monetair Stelsel in Europa niet heeft geleid tot een grotere scepsis over een Europese munt. Integendeel, er is met nog meer overgave voortgegaan op de ingeslagen weg.

Waarheen leidt die weg? Naar een economisch efficiënt en politiek slagvaardig Europa, zeggen onze leiders. Naar een protectionistisch, bureaucratisch, ondemocratisch en ondoorzichtig Europa, als we niet oppassen. De economische starheid van Europa wordt immers in belangrijke mate enthousiast gesteund door het beleid van de Europese Unie. Zo verbazingwekkend is dat niet. De Europese eenwording is begonnen met de bescherming en subsidiëring van sectoren als de kolen- en staalindustrie en de landbouw, en deze protectionistische inslag heeft de Unie ondanks de totstandkoming van een interne markt altijd gehouden.

Op politiek terrein zijn de prestaties van de Europese Unie evenmin hoopgevend. De Europese politieke instituties zijn een parodie op werkelijk democratische besluitvorming. Raadsbesluiten vinden plaats op basis van een schimmige koehandel, het Europees parlement is machteloos, en de Europese Commissie is nauwelijks ter verantwoording te roepen.

Zonder sterker economisch- en cultureel draagvlak, en zonder hervorming van de Europese institutionele structuur, zal de euro ontwrichtend zijn. Zó ontwrichtend, dat de euro wel eens het einde van de Europese Unie zou kunnen inluiden. En daar heeft toch niemand het op gemunt?

    • Bruno de Haas