Hollands Dagboek: Olivia Vermeulen

Olivia Vermeulen (17) woont in Slijk-Ewijk en gaat in Nijmegen naar de Vrije School. Omdat haar eindwerkstuk voor deze opleiding over Afrikaanse muziek gaat, besloot Olivia het beeldhouwersdorp Tengenenge in Zimbabwe te bezoeken. Daar wil ze zich verdiepen in de Afrikaanse muziekcultuur en een trommel bouwen.

Donderdag 28 december

Soms gaan de dingen anders dan je denkt. Zo zit ik bijvoorbeeld nu op een plek waarvan ik nooit gedacht had dat ik er zou komen: bij een Nederlandse arts en haar man, mensen die ik helemaal niet ken, in een ander deel van Zimbabwe. Zij hebben me meegenomen uit Tengenenge omdat ik ziek was en hoge koorts had. Ik had angina, wat ook was doorgeslagen naar mijn oren, zodat ik aan een kant helemaal doof was.

Ik ben zondag 24 december aangekomen en was nog niet aan mijn trommel begonnen toen ik dinsdag ziek werd, dat moet dus nog even worden uitgesteld. Het is echt heel raar: het ene moment zit je in een kleien hutje zonder elektriciteit of water en opeens ben je in een mooi huis. Nog nooit ben ik zo blij met een badkamer geweest! Ik ben er nog niet eens het ergste aan toe: een van de beeldhouwers uit Tengenenge heeft malaria gekregen, en bij drie andere mensen hebben de 'Putsy flies' toegeslagen. Dit zijn vliegelarven die onder je huid kruipen en daar bulten veroorzaken die heel erg jeuken. Om ze weg te krijgen moet je ze uitdrukken. Lekker.

Ik voel me nu wat beter, gisteren was het veel erger. We moesten twee en een half uur rijden vanuit Tengenenge, voornamelijk over zandwegen. Terwijl ik doodziek op de achterbank lag heb ik nog wel wat van het prachtige landschap en de werkelijk schitterende luchten gezien. Gelukkig heb ik kerst wel in Tengenenge meegemaakt; er kwamen toen groepen traditionele dansers en trommelaars, heel bijzonder. Het was een kerst die ik niet snel zal vergeten.

Vrijdag

Verder uitgeziekt. Het is een raar idee dat ik hier zo in de hitte zit (waardoor ik het trouwens ook heel moeilijk vond om een kerstgevoel te krijgen) terwijl iedereen in Nederland schaatst. 's Ochtends is het hier boven de 30 graden. 's Middags betrekt het en gaat het altijd onweren. En elke dag worden hier weer mensen door de bliksem getroffen en sterven ze. Agnies, de arts, heeft me vanmiddag het ziekenhuis laten zien waar ze werkt. Wat een verschil met Nederland! Dit is in verhouding nog een heel goed ziekenhuis, en dit valt niet te vergelijken met wat wij gewend zijn. Elke afdeling heeft zijn eigen, lage gebouw, en de verschillende gebouwen worden verbonden door overdekte paden. Rondom het ziekenhuis lopen allemaal wilde katten die, als het koud is, gewoon naar binnen gaan en bij de patiënten op bed kruipen. Op een afdeling zelf zijn geen aparte kamers of zalen, het is een geheel, met op sommige plaatsen wat scheidingen door gordijnen. Er staan ijzeren bedden, maar de meeste patiënten gaan ernaast op de grond liggen, omdat ze dat gewend zijn. Ik zag ook de kraamafdeling, waar vrouwen tien minuten na hun bevalling weer opstaan om naar huis te gaan.

Zaterdag

Ik heb vandaag ongeveer de twee grootste uitersten van Zimbabwe gezien: het enorme huis van een steenrijke, witte farmer en de Township, de wijk waar de zwarte mensen wonen en waar ik naar de markt ben geweest. 's Ochtends heb ik met Agnies, de arts, boodschappen gedaan. Totaal anders dan wat ik ken en dan is Zimbabwe nog westers ingesteld. Daarna zijn we naar de Township gegaan, waar op een busstation allerlei kraampjes waren. Het was er heel stoffig en bloedheet en overal zaten mensen op de bussen te wachten in de brandende zon. Er kwamen nauwelijks witte mensen. 's Middags hebben we gezwommen in het zwembad van de rijke witte farmer. Wat een tegenstelling! Het was een enorme villa, heel rijk ingericht en met een tropisch paradijs er omheen. Het voelde vreemd aan in zo'n luxe omgeving te zijn, terwijl iets verderop de arbeiders in kleine huisjes zitten, waar ik een paar dagen geleden ook nog tussen zat. Het gaf me weer eens een duidelijk beeld van de verdeling in onze wereld.

Zondag

Ik ben nu beter (alleen nog doof aan een oor) maar kan nog niet terug naar Tengenenge, omdat er op dit moment nog geen vervoer is. Met een bus zou ik langer dan een dag onderweg zijn en het is ook te gevaarlijk omdat de buschauffeurs hier vaak dronken zijn. Ik vind het jammer, want ik wil graag aan het werk. Toch ben ik ontzettend dankbaar dat deze Nederlandse mensen me mee naar hun huis hebben genomen, want in zo'n stoffige donkere hut was ik nog twee maanden ziek geweest.

Vandaag mango-ijs (van zelfgeplukte mango's) en papieren ballonnen gemaakt, die vanavond de lucht in worden gelaten. Ik vier voor het allereerst oud en nieuw zonder vuurwerk, iets wat hier helemaal niet is. Het is dat ik nu bij Nederlandse mensen ben, want in Tengenenge had ik überhaupt geen oud en nieuw gevierd. Je merkt wel dat het begrip 'tijd' de mensen hier niet zoveel zegt.

Voor mij is het ook raar om oud en nieuw niet in Nederland te vieren. Ik denk aan Slijk-Ewijk en aan mijn hele familie die bij elkaar is, zelfs de mensen uit Luxemburg en uit Italië zijn overgekomen. Ik mis ze en zou het liefst even overvliegen. Toch is het ook speciaal hier: na twaalf uur gingen we even naar het dorp, naar een hotel waar een enorm swingfeest was. We waren de enige witte mensen en dat was blijkbaar bijzonder, want er stonden meteen tien jongens om me heen die met me wilden dansen. Het was fantastisch om te zien hoe iedereen uit z'n dak ging, zelfs hele oude mensen en moeders met kinderen op hun arm.

Maandag

Terug in Tengenenge. Cornelius, de man van de arts, heeft me helemaal weggebracht. We hebben een schitterende tocht gemaakt door de jungle, omdat we binnendoor reden. We gingen over de 'dirtroad' (zandweg) in plaats van over de 'tarroad' (geasfalteerd). Om over deze wegen te rijden moet je zeker een terreinwagen hebben, anders kom je onmiddellijk vast te zitten. We reden door een gebied waar je veel dieren ziet, zoals gnoe's, apen, herten, slangen enz. Het was twee en een half uur gebonk door de scheuren en kuilen in het pad, maar wel door een schitterende natuur en ik heb er dan ook echt van genoten.

Ik ben nu dus eindelijk terug, maar voel me niet echt fijn, omdat ik heel erg alleen hier ben. Er is eigenlijk niemand met wie ik kan praten. Maar goed, het is mijn eigen schuld. Ik moest zo nodig in mijn eentje naar Afrika. Tengenenge bestaat uit een hele groep kleine hutjes, waar vaak hele gezinnen in leven. Ikzelf slaap ook in een van die hutten. Het is er heel stoffig en donker en er is geen water of licht. Water is er trouwens bijna niet hier, er zijn maar een of twee kranen in het hele dorp, die het maar op bepaalde delen van de dag doen. Als je je wilt wassen, moet je dus flessen met water verzamelen. Verder is alles hier niet bepaald hygiënisch, er zijn hier nergens vuilnisbakken en al het vuil (ook plastic) wordt gewoon op de grond gegooid en blijft er voor eeuwig liggen rotten. In het begin vond ik het heel moeilijk om me aan die primitieve manier van leven aan te passen en merkte ik wel hoe verwend ik eigenlijk ben. Nu gaat het steeds beter, maar het is wel even wat anders.

Dinsdag

Als ik heel eerlijk ben is het vandaag de eerste dag dat we een beetje normaal eten in Tengenenge. Sorry hoor, ik ben echt niet zo'n kieskeurige eter, maar de koolprut die je hier drie keer per dag krijgt, zou je nog niet aan je hond voeren! Het komt niet door de armoede, want er is genoeg geld om eten te kopen, maar de meisjes die voor de gasten koken, bakken er gewoon niet heel veel van. Het koken zelf gebeurt ook buiten op een vuurtje. Ik probeer maar gewoon heel veel fruit te eten, want dat is hier wel heel lekker.

Ik had gehoopt dat ik vandaag eindelijk aan mijn trommel zou kunnen beginnen, maar dat lukt nog steeds niet. Ik word er best wel moe van, dat je hier gewoon helemaal niks kunt regelen. Het wordt ook telkens tegen me gezegd: “Je bent hier in Afrika. Zet die westerse ideeën eens uit je hoofd. Je kunt hier geen dingen plannen, alles gaat hier zijn eigen gang, we zien wel wat er morgen komt.” Daar ben ik dus inmiddels ook wel achter. Gelukkig heb ik het nu zover kunnen krijgen dat ik morgen naar Guruve, een dorpje hier in de buurt ga, waar een echte trommelbouwer woont. Ik mag logeren bij de tweede vrouw van Bernard Matemera, de meesterbeeldhouwer hier. Ik ben benieuwd.

Woensdag 3 januari

De situatie is als volgt: ik zit in het huis van Bernard Mazemera, in Gurure, een huis dat voor Zimbabwese begrippen heel mooi is. Toch is het nog erg armoedig en volgestouwd met kitsch, wat absoluut niet in de omgeving past. Er is hier helemaal geen water te krijgen, dat wordt met tractoren gebracht. Er lopen acht kinderen rond en ik vrees dat ze allemaal op één kamer slapen, waar ik ook bij moet. Het is een soort gekkenhuis om me heen. Het kleinste kind huilt heel hard, het is bang voor me omdat ik wit ben. De andere kinderen lopen te schreeuwen en ruzie te maken. Iedereen spreekt Shona, een taal waar ik dus helemaal niets van versta. En daar zit ik dan, in de enorme hitte, terwijl de kippen zo ongeveer over m'n voeten struikelen. We hebben net gegeten: sadza, het meest gegeten voedsel hier. Het is een bal van maïsdeeg die nergens naar smaakt. Ik kreeg een stuk hiervan, met een soort uienprut er naast. Ik zat te wachten op bestek, maar iedereen begon al en het bleek dat we gewoon met onze handen aten. “Oké, best”, dacht ik en zette m'n twee handen stevig in het deeg. Fout dus. Ik werd uitgelachen en men vertelde mij dat dat ik alleen met m'n rechterhand aan eten mag zitten en het deeg daarin moet kneden. Stom, dat had ik natuurlijk moeten weten, je mag hier ook niks met je linkerhand aanpakken of geven, dat is heel onbeleefd. Morgen begin ik eindelijk echt met trommelbouwen. Het wordt waarschijnlijk een set van drie trommels, die moeten altijd samen worden gemaakt, dat is de traditie. Vandaag heb ik een oud, dun mannetje ontmoet, een professionele trommelbouwer die me gaan helpen. Vanmiddag hebben ze een boom in het bos omgezaagd en met een tractor hierheen gesleept. Het hout is er dus al.

Ik ben nu echt totaal alleen, bij een Afrikaanse familie die mij maar raar vindt en waar ik totaal niks van begrijp en ik ben benieuwd hoe ik dit ga overleven. Morgenochtend ga ik met een bus naar een dorpje, 60 kilometer verderop, naar de dichtstbijzijnde fax om mijn dagboek door te faxen. Ik hoop dat het gaat lukken.

    • Olivia Vermeulen