Hodie tibi

NRC Handelsblad van 27 december bevat een interessant interview met Cees van Raak, naar aanleiding van diens boek 'Dodenakkers', over kerkhoven in Nederland.

Desgevraagd vindt hij de mooiste grafspreuk: “Hodie mihi, cras tibi - heden ik, morgen gij”. Op een dodenakker in Doetinchem, zo zegt hij trof hij aan: “Hodie tibi, cras mihi”. Volgens hem “hebben ze daar wat met die woorden gerommeld”. Hij suggereert daarmee een gebrek aan kennis van het Latijn bij de opsteller van de tekst. Ik betwijfel of hij daarin gelijk heeft. Ten tijde van de aanleg van het bewuste kerkhof bestond er in het provinciestadje een bloeiend gymnasium met gerenommeerde classici, onder wie de dichter Dèr Mouw. Deskundigheid op het gebied van Latijn was in ieder geval ruimschoots aanwezig. Waarom de verwisseling van 'mihi' en 'tibi' boven de ingang van het Doetinchemse kerkhof? Bij 'Hodie mihi, cras tibi” spreekt de dode vanuit zijn graf, in de traditie van de grafschriften vanaf de oudheid. De bedoeling is, dat de voorbijganger het besef krijgt, dat het leven een ongewisse zaak is. Men moet maar hopen, dat deze waarheid tot hem of haar zal doordringen. Bij 'Hodie tibi, cras mihi' - 'Heden gij, morgen ik” - zijn de rollen omgedraaid. Hier is de bezoeker zelf aan het woord. Hij is al een stap verder: tot hem is het besef reeds doorgedrongen, dat het leven broos is. En om die persoonlijke beleving ging het volgens mij de maker van het opschrift, geheel in de geest van het negentiende eeuwse protestantse reveil. “Gerommel” lijkt me hier een misplaatste kwalificatie. Er is wel degelijk over nagedacht, en op het Latijn valt niets aan te merken.

    • W. van der Kraan