'Het is de kernploeg tegen Rintje'

Ontslag na een motie van wantrouwen die was ondertekend door alle toprijders en een forse persoonlijke beschadiging vielen hem ten deel. Maar aan de zijde van Rintje Ritsma maakte schaatscoach Wopke de Vegt in een alternatieve ploeg een verrassende comeback. De Vegt weigert nog altijd de namen van de boosdoeners te onthullen: 'Ik heb geen zin om met poep te gooien'.

Als het aan Wopke de Vegt ligt heeft het instituut kernploeg in de huidige opzet zijn langste tijd gehad. Fabrieksteams met drie of vier rijders hebben volgens de Fries uit Beetsterzwaag de toekomst in het hardrijden op de schaats. Dan worden de Japanners eens zelf geïmiteerd. De Vegt is niet alleen de coach van Rintje Ritsma, hij denkt ook volledig in de geest van de Europees- en wereldkampioen. Na enkele jaren bij de KNSB werkzaam te zijn geweest als coach van de sprinters en allrounders weet hij dat er een beter klimaat bestaat voor de top van de schaatswereld.

“Rintje heeft het ijs gebroken voor de toekomst van andere toprijders. Heel veel jongens kunnen zich in de kernploeg niet ontplooien omdat ze daar onderhevig zijn aan een groepsproces. Er bestaat in alle grote schaatsteams een hiërarchie. Eén of twee kartrekkers bepalen het beleid. Daar zeg ik niets negatiefs over, maar er is echt geen sprake van een groepsgeest. Hoe gezellig het ook kan zijn, je rijdt uiteindelijk altijd voor jezelf. Je moedigt een ploeggenoot op het ijs alleen aan op het moment dat je zelf weet dat je eerste wordt.”

Hij trapt tegen heilige huisjes. Maar De Vegt en Ritsma willen dit seizoen bewijzen dat de kernploeg niet meer zaligmakend is. Los nog van het financiële aspect. “We werken met korte lijnen. Alles verloopt daardoor heel soepel. Een telefoontje aan Patrick Wouters (van het bureau Top Sport Marketing, red.) is vaak al genoeg om 's avonds iets geregeld te hebben. Er hoeft geen commissie meer aan te pas te komen die gaat wikken en wegen, zoals bij de KNSB. We hebben te maken met mensen uit het bedrijfsleven. Dat zijn harde werkers.”

Volgens De Vegt is met het nieuwe “company-team”, dat wordt gefinancierd door de sponsors Sanex, Craft en Veenman, een ideaal werkklimaat voor de topschaatser geschapen. “De opbouw naar de Spelen in Nagano in '98 staat voorop. Bij jullie in de krant is Rintje als een zakkenvuller afgeschilderd, maar hij zal niet meer verdienen dan bij de schaatsbond. Hij is alleen verlost van het jaarlijkse geouwehoer bij de KNSB over de financiën. In oktober waren daar vaak nog geen afspraken over gemaakt. Er was altijd gedonder met contracten. Altijd weer vechten en trekken. De besluitvorming verliep over diverse schijven. Er zat vaak een heel politiek spel achter. Daar werd door ons veel tijd aan verloren en die kunnen we nu beter besteden.

“In deze situatie krijg je bovendien geen trainer meer opgedrongen. Het is vergelijkbaar met de begeleiding in het tennis en de atletiek. Daar heeft deze aanpak succes opgeleverd. Maar in het conservatieve schaatswereldje moet alles altijd eerst volledig zijn uitgetest wil men erin geloven. Wij Nederlanders zijn trendvolgers. We zullen nooit zelf een trend zetten. In het buitenland hebben ze nog een vreselijk hoge pet van ons op. Terwijl in sommige landen de structuur beter is geworden. Vooral in het oosten hebben ze geleerd, geïmiteerd en geperfectioneerd. En dan spreek ik niet alleen over Japan. Ook China komt er aan op schaatsgebied. Straks worden we met onze eigen kennis verslagen.

“In ons land heerst nog steeds geen goede topsportmentaliteit. Willen wij scoren op de Olympische Spelen dan moet er in die richting iets veranderen. Als je ziet hoe wij met ex-wereldkampioenen omgaan, die worden als de eerste beste Jan Piemel behandeld. Daar snap ik niets van. Die mensen hebben met hun hele ziel en zaligheid geleefd voor de sport. In Duitsland spreken ze hun kampioenen aan met Herr Meister. Dat hoeft ook weer niet, maar een beetje anders denken zou wel goed zijn. Kijk, hoe onze ploeg nu wordt benaderd. Aanvankelijk werden wij gekoesterd omdat we het opnamen tegen de bond. Momenteel wordt er weer gezaagd aan onze stoelpoten. Alles moet onder het maaiveld blijven. Je mag in dit land niet te veel verdienen. Maar is er ooit een schaatser geweest die één cent aan zijn sport heeft overgehouden?”

Er komt komend seizoen ruimte voor uitbreiding in de jonge ploeg-Ritsma. Daarover wordt volgens De Vegt al volop gebrainstormd. Kennelijk is het toch niet als ideaal ervaren dat de allroundkampioen geen enkele sparringpartner heeft. “Voor de lange afstanden en het duurwerk vormt het geen probleem. Rint trainde vroeger ook altijd alleen. Hij vond het maar niets als er voortdurend iemand aan zijn staart hing. Voor de korte afstanden tot en met de 1.500 meter, als het gaat om explosiviteit en de coördinatie van een stuk snelheid, zouden we er best iemand bij kunnen hebben.”

Er zijn al verschillende namen de revue gepasseerd, maar De Vegt wil geen geruchtenstroom op gang brengen voor het einde van het seizoen. Dit om een situatie zoals in het voetbal en de wielersport te voorkomen. “Ik ga bijvoorbeeld niet twee dagen voor het WK aan Jeroen Straathof vragen of hij bij ons komt schaatsen. Dat zou een vorm zijn van koude-oorlogvoeren. Er bestaat geen verlanglijstje met één of twee personen. Wie er komt hangt van veel factoren af. Neemt hij een sponsor mee, of laat hij zich betalen door onze geldschieters? Het zou ook een trainingspartner voor de zomer kunnen zijn. Of een buitenlandse schaatser. In ieder geval moet Rintje er beter van worden. Volgend jaar is een sleuteljaar. In het olympische seizoen kun je niet meer experimenteren.”

Hoe meer fabrieksrijders, hoe verder de kernploegen van de KNSB worden uitgehold. Toch ziet De Vegt nog een functie voor het oude elitekorps. “De bond moet schaatsers blijven opleiden om de fabrieksteams te voeden. Daarvoor zijn de kernploegen bij uitstek geschikt. En hierbij past ook een concept met een technisch directeur. Hij kan het geheel sturen. Vanaf een jaar of twaalf dienen jonge schaatsers hun techniek te verbeteren. De fabrieksteams zouden geld moeten storten in een pot om de opleiding te bekostigen. De KNSB zou een commissie topsportbegeleiding moeten instellen waarin vier mensen met korte lijnen autonome beslissingen kunnen nemen. Dan moet je denken aan bestuurders die professioneel werken en niet nog een baan erbij hebben. Ard Schenk zou in zo'n gezelschap natuurlijk niet misstaan.”

Het streven naar een nieuwe structuur, en niet zijn functioneren, zou volgens De Vegt de aanleiding zijn geweest van een brief die zijn ontslag bij de KNSB inluidde. Het schrijven werd vorig seizoen tijdens een World-Cupwedstrijd opgesteld en ondertekend door alle leden van de mannenkernploeg. Oók door Rintje Ritsma, die gehandeld zou hebben uit solidariteit. Tijdens zijn wintersportvakantie in Frankrijk, waar hij nota bene vertoefde in het gezelschap van Ritsma en Zandstra, werd De Vegt geconfronteerd met z'n ontslag. Hij besloot voortijdig huiswaarts te keren en een persconferentie te geven. Ook omdat zijn gezin in Nederland inmiddels met het nieuws werd lastig gevallen. In een klein zaaltje in Amersfoort sprak De Vegt echter in raadselen. Het waren niet eens de rijders geweest die achter zijn ontslag zaten, maar mensen er omheen. Nog steeds wil hij niet onthullen wie hem zijn congé gaven.

“Twee mensen in mijn omgeving weten het én Rintje. Ik heb geen zin om met poep te gooien. Op weg van mijn vakantie-adres naar huis heb ik in de auto met een bloknootje naast me tien uur aan een verhaal zitten werken waarin ik alles wilde onthullen. Maar ik ben er van teruggekomen, want ik had er niets mee gewonnen. Het is moeilijk om te vergeten en te vergeven. Ik ben deels opgezadeld met een erfenis van ontevredenheid. In de communicatie met de bond kregen de rijders drie jaar lang nul op rekwest. Al die tijd was het bakkeleien. En hoe groter de kernploeg, hoe hoger het vuurtje werd opgestookt. Bij mij stond de zelfstandigheid voor de rijders hoog in het vaandel. Ik zal nooit meer in een constellatie stappen met acht rijders. Dan loop je in het mes.”

Het argument van Bart Veldkamp dat De Vegt organisatorisch te kort zou komen, noemt hij een drogreden. Sportief gezien viel de Fries weinig te verwijten. Zijn rijders wonnen bijna alle World-Cupwedstrijden, en eindigden als eerste en tweede op het EK. Als Zandstra niet over zijn armband was uitgegleden zou dat succes zich op het WK hebben herhaald. “Ik heb in de zomer wel wat mensen aan de lijn gehad die hun spijt betuigden. Met sommige rijders uit het noorden ben ik wezen surfen en zeilen zonder dat er veel over schaatsen is gesproken. Ergens in juli heb ik Rintje gebeld: 'Hoe is 't, heb je al een wedstrijdplanning?' Zonder bijbedoelingen, ik ging er niet vanuit dat hij mij zou vragen.”

Tijdens het Nederlands kampioenschap dit weekeinde in Den Haag kan De Vegt zijn pupil met het veroveren van de nationale titel rechtstreeks naar het EK dirigeren. Dat zou voor Ritsma overigens de eerste keer zijn dat hij het NK wint. De nummers twee en drie worden aangewezen. Als de bond, die in het eigen schaatsmagazine de wereldkampioen doodzwijgt, kwaad wil liggen daar mogelijkheden om de Beer uit Lemmer te temmen. “Je kan nog iets verwachten”, calculeert De Vegt in. “Maar op sportieve gronden kunnen ze bijna niets doen. Stel, Rintje valt op de 500 meter maar wint vervolgens alle afstanden. Dan kun je hem toch moeilijk uitsluiten van deelname. Bovendien, hij rijdt op het EK en WK altijd nog in de kleuren van de bond.”

Op een persconferentie voor aanvang van het seizoen stookte kernploegcoach Henk Gemser het vuurtje vast op door te verklaren dat hij Ritsma tijdens de grote toernooien buiten de kernploeg wil houden. “Jammer dat het op de persoon van Rintje werd gericht. Maar daarmee was de toon wel gezet. Begrijpelijk trouwens, want uit zo'n strategie put je een stuk motivatie. Wij maken ons er niet druk om. Rintje zei dat dit juist voor hem een bevestiging was van zijn juiste keuze. Het is dit weekeinde de kernploeg tegen Sanex en niet andersom.”

In gemoede vraagt De Vegt zich tot slot af wie de bond zal vertegenwoordigen op de Nederlandse kampioenschappen (mannen en vrouwen), nu er nog steeds sprake is van een impasse bij de KNSB. “De nieuwe bestuurders zijn niet gekozen, de interim-bestuurders konden niet blijven zitten. Wie is eigenlijk de voorzitter? Wij kunnen het niet meer volgen. Het is één grote kneuterbende. Ook op gewestelijk niveau. Iedereen weet alles van iedereen. Diverse partijen hebben nog wat te goed van elkaar. Er is sprake van belangenverstrengeling en van familiebanden. Iedereen kan iedereen manipuleren. Dan staan er natuurlijk mensen op die het heerlijk vinden om te regeren in de chaos en daarvan profiteren. Als er op bestuurlijk niveau geen samenwerking bestaat, krijg je die ook niet onder de coaches. Voor bepaalde mensen moeten we met het schaatsen in Nederland helemaal in het dal op ons bek gaan, voordat er eindelijk iets ten goede keert.”

    • Erik Oudshoorn
    • Ward op den Brouw