Geïsoleerd Iran wil graag religieuze tolerantie tonen

In Iran zal in oktober voor het eerst een conferentie plaatshebben van de Wereldraad van Kerken (WCC) en Iraanse islamitische geleerden. De conferentie is het resultaat van onderlinge contacten waartoe een jaar geleden vanuit Iran het initiatief is genomen. De WCC is een genootschap van kerken van bijna alle christelijke gezindten.

TEHERAN/ROTTERDAM, 6 JAN. Steeds verder in een isolement gedrongen door opeenvolgende maatregelen van de Amerikaanse regering op beschuldiging van repressie en terrorisme, spant de Islamitische Republiek Iran zich in om haar (religieuze) tolerantie en gematigdheid aan de buitenwereld ten toon te spreiden. Een conferentie samen met de Wereldraad van Kerken (WCC) met als onderwerp 'Godsdienst en de Contemporaine Wereld' is daarvan onderdeel. De Wereldraad beseft dat - maar “alle partijen hebben nut van een dialoog”, aldus een woordvoerder in Genève in een telefonisch vraaggesprek.

Evenzo kregen de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de rechten van de mens en zijn collega voor religieuze intolerantie vorige maand voor het eerst in vier jaar toestemming voor een inspectiebezoek aan Iran. De autoriteiten worden intussen niet moe te hameren op hun respect voor religieuze minderheden, die, zo onderstreepte minister van buitenlandse zaken Ali Akbar Velayati tien dagen geleden nog eens, in bepaalde gevallen onder het islamitische systeem méér concessies hebben gekregen dan moslims.

Officieel heeft de Islamitische Republiek geen enkele moeite met aanhangers van andere godsdiensten, dat wil zeggen christenen, zoroastriërs en joden: baha'is worden als afvallige moslims gezien en als zodanig genadeloos vervolgd. Er staan verscheidene kerken in Teheran, waaronder de indrukwekkende Armeense kathedraal. Hele redelijke relaties bestaan met het Vaticaan, dat in 1994 bij voorbeeld probeerde samen met Iran een anti-abortusfront te vormen voor de Internationale Bevolkingsconferentie in Kairo. Dat dit niet lukte, lag niet aan Irans houding jegens de rooms-katholieke kerk, maar aan zijn tamelijk liberale abortus-politiek.

Maar de deken van officiële tolerantie van de erkende godsdiensten kan het patroon van feitelijke repressie vaak niet bedekken van groepen die de regels van het spel niet willen volgen. In 1994 werden in Iran drie christelijke leiders vermoord, allen vertegenwoordigers van evangelische kerken. Deze kerken, die een kleine minderheid van Irans enkele honderdduizenden christenen herbergen, weigeren de door de Iraanse autoriteiten gestelde beperkingen aan hun doen en laten te aanvaarden. Het gaat met name om hun zendingsactiviteit: de Armeense en Assyrisch-orthodoxe kerk, die zich daarvan verre houden en alleen in de eigen etnische gemeenschap actief zijn, hebben veel minder problemen met het gezag.

Een van de slachtoffers van 1994, dominee Haik Hovsepian Mehr, leider van de Assemblies of God, een pinkstergemeente, had kort voor zijn dood een verklaring ondertekend over de toenemende schendingen van de godsdienstvrijheid in Iran: “We staan op de drempel van een ongekende mate van onderdrukking door de staat.” Als voorbeeld werden genoemd intimidatie van kerkgangers, verdwijningen, vervolging van bekeerde moslims en druk om kerken te sluiten.

De Iraanse overheid beschuldigde de verboden oppositiebeweging Mujahedeen-Khalq, een altijd beschikbare zondebok, van de moorden; drie vrouwen die als lid van de groep werden gepresenteerd, werden vorig jaar berecht. Maar internationale kerkelijke organisaties en die voor de rechten van de mens wezen naar de Iraanse inlichtingendiensten. Deze organisaties maakten vorig jaar melding van twee nieuwe moorden, op 'gewone kerkleden', en van aanhoudende pesterijen, zoals verhoren.

De kerk van de Assemblies of God staat aan de Taleghani-straat in het welgestelde Noord-Teheran. De deuren staan zondag- en vrijdagnamiddag, de islamitische rustdag, nodend open. De sfeer is informeel, ook gedurende de dienst schuiven kerkgangers - vrouwen ook hier verhuld in de islamitische kleding, zij het in opvallend vrolijke kleuren - de banken in. De dominee laat zich bezielen door de opzwepende muziek van het combo.

Maar de predikant was het afgelopen najaar absoluut niet bereid tot een vraaggesprek. De situatie was eindelijk wat verbeterd, na de problemen van het jaar te voren “met onze martelaren”, zei hij; de aanschaf van bijbels was bij voorbeeld weer toegestaan. Maar de regering had alle vraaggesprekken verboden, en hij wilde niets riskeren: “Niets, hoort u? Niets!”

“Een relatie van vertrouwen is beter dan lawaai te maken”, vindt ook dr. Tarek Mitri van de Wereldraad van Kerken. “We willen geen campagne voeren, maar we zijn bereid om een standpunt in te nemen.” De problemen die de Iraanse kerken hebben ontmoet heeft de WCC dan ook aan de orde gesteld tijdens het bezoek van een delegatie aan de Islamitische Republiek in april. “We hebben onze solidariteit met de kerken uitgedrukt in aanwezigheid van de Iraanse functionarissen.”

Gebruiken de Iraanse autoriteiten de contacten met de Wereldraad niet om een goede indruk op de buitenwereld te maken? “We zijn niet naïef. Alle partijen hebben hun belangen, ook de Iraanse. Alle partijen kunnen de dialoog gebruiken. Maar voor ons is het belangrijk dat het gesprek resultaten afwerpt. En aan Iraanse zijde is er een werkelijk verlangen om onze positie te horen. Nogmaals, we zijn niet naïef. Deze koers helpt Iran, maar de dialoog heeft prioriteit.”