Etnische spanning neemt toe; EU: toestand Mostar niet onder controle

MOSTAR/SARAJEVO, 6 JAN. De door de Europese Unie (EU) afgevaardigde burgemeester van de Zuidbosnische stad Mostar, Hans Koschnick, heeft gisteren alarm geslagen over de toenemende etnische spanning in de stad tussen Moslims en Kroaten.

Koschnick sprak nadat donderdagavond twee Moslim-politiefunctionarissen ernstig gewond raakten door beschietingen op een auto waarin zij reden.

Op de auto werden elf schoten afgevuurd vanuit Kroatisch gebied.

“Het zou een leugen zijn als ik zou zeggen dat ik alles onder controle heb”, zei Koschnick. “We proberen de zaken te kalmeren maar we bevinden ons niet in een goede situatie”, zei hij.

Koschnick, die probeert een gemengd bestuur te leiden in Mostar dat in 1994 werd ingesteld door de EU nadat de stad door de oorlog tussen Moslims en Kroaten was verwoest, zei dat voor de problemen in Mostar, waar zowel Moslims als Kroaten wonen, een burgerlijke oplossing moet worden gezocht en niet een die wordt opgelegd door ingrijpen van de door de NAVO geleide interventiemacht IFOR, die actief is elders in Bosnië.

“De mensen moeten tot elkaar komen op een democratische manier en in de toekomst begrip kweken door te praten”, aldus Koschnick. De woordvoerder van de Europese politiemacht in Mostar, Howard Fox, noemde de toestand in Mostar gisteren “extreem gespannen”.

De internationale gemeenschap, die Moslims en Kroaten over het algemeen beschouwd als eén partij tegenover de Serviërs, wordt er door de situatie in Mostar aan herinnerd dat de relatie tussen Moslims en Kroaten nog steeds slecht is.

Op nieuwjaarsdag laaide de spanning in Mostar op toen de Bosnisch-Kroatische politie een jonge moslim doodschoot. Koschnick zei dat het incident geen ongeluk was, maar een moord. Afgelopen donderdag werden schoten afgevuurd op de boulevard in Mostar die deel uitmaakt van de 'confrontatie-lijn' tussen het Kroatische en het Moslim-gedeelte van de stad.

Gisteren zijn voor het eerst sinds het begin van de operatie van IFOR-troepen in Bosnië, zeventien dagen geleden, schoten uitgewisseld.

Een Italiaanse soldaat raakte gewond toen een onbekende aanvaller het vuur opende op het hoofdkwartier van 2500 Italiaanse soldaten, een hotel-complex in het door Serviërs beheerste plaatsje Vogosca, ten noorden van Sarajevo. De Italiaanse soldaten hebben meteen daarop teruggeschoten.

Vermoed wordt dat de schoten zijn afgevuurd door Serviërs. Vogosca is sinds 1992 in handen van de Bosnische Serviërs. Volgens het internationale vredesakkoord dat is gesloten in Dayton moet Vogosca op 19 maart van dit jaar worden overgedragen aan de regering van Bosnische moslims.

Eerder zijn vijf IFOR-soldaten gewond geraakt door de ontploffing van mijnen.

Volgens Bosnische Serviërs is gisteren een ambulance beschoten door scherpschutters in een door Serviërs gecontroleerde wijk buiten Sarajevo.

Een inzittende patiënt zou daarbij gewond zijn geraakt door rondvliegend glas. Maar Franse soldaten zeiden dat de ruiten van de ambulance waren gesprongen door een losse steen op de weg.

Volgens een functionaris van de Bosnische regering worden door Bosnische Serviërs nog altijd drie burgers gegijzeld.

Volgens een woordvoerder van de IFOR-troepen hebben de Bosnische Serviërs afgelopen donderdag echter alle zestien burgers vrijgelaten die zij vorige maand in het door hun gecontroleerde plaatsje Ilidza hadden gegijzeld. (AP, AFP, Reuter)