'Duitse regering heeft greep op het drugsbeleid verloren'

DEN HAAG, 6 JAN. Een meerderheid van de Duitse deelstaten richt het drugsbeleid in naar Nederlands model. De bondsregering in Bonn heeft in de loop der jaren door wetswijzigingen de greep op die deelstaten verloren. De harde kritiek deze week van de Duitse staatssecretaris van binnenlandse zaken, E. Lintner, op het Nederlandse drugsbeleid moet vooral in dat licht worden gezien.

Dit zegt de Amsterdamse hoogleraar strafrecht prof.mr. C.F. Rüter. “De centrale regering in Duitsland is wat zenuwachtig door de jongste ontwikkelingen, maar overigens wordt de maffe hardliner Lintner door geen enkele deelstaat serieus genomen”, aldus Rüter.

In het begin van de jaren negentig is een aantal Duitse deelstaten zich gaan oriënteren op het Nederlandse drugsmodel. Van grote invloed daarbij was een beslissing van het Constitutionele Hof in Karlsruhe, dat het zogenoemde opportuniteitsbeginsel voor drugsdelicten invoerde. In de grondwet werd bepaald dat niet langer Bonn, maar de deelstaten zelf mogen bepalen of het in bezit hebben van kleine hoeveelheden softdrugs strafrechtelijk moet worden vervolgd. “De deelstaten konden hun eigen regie bepalen, Bonn werd goeddeels buitenspel gezet”, zegt Rüter, die enkele deelstaten adviseert bij het inrichten van hun beleid ten aanzien van drugs.

De Duitse kritiek uit de jaren tachtig op het Nederlandse drugsbeleid was een paar jaar geleden zo goed als verstomd. In oktober 1994 bepaalde het Hof in een nieuwe zaak dat het in bezit hebben van kleine hoeveelheden softdrugs niet langer vervolgd zou worden. Elf van de zestien deelstaten kondigden aan dat ze onderscheid wilden maken tussen soft- en harddrugs, zoals Nederland al jaren doet, om het gebruik van de onschuldiger softdrugs uit de criminele sfeer te halen. “Dat opent de weg naar het doen van proeven met coffeeshops. Het Hof heeft de deelstaten zelfs verzocht goed naar het buitenland te kijken. Gedoeld werd op Nederland, maar dat werd niet met zoveel woorden gezegd”, aldus Rüter.

De deelstaten hanteren verschillende normen als het gaat om de hoeveelheid verdovende middelen die iemand bij zich mag hebben zonder dat door de politie wordt ingegrepen. De grens voor softdrugs ligt in de deelstaten Hamburg, Hessen en Sleeswijk-Holstein bij dertig gram. In Noordrijn-Westfalen en Saarland wordt bij een bezit groter dan tien gram vervolgd. Gemiddeld tolereren de deelstaten een bezit van ongeveer vijftien gram. De enige deelstaat die afwijkt is het conservatieve Beieren, waar niet meer dan één gram wordt toegestaan. In Nederland ligt de grens op dertig gram.

De deelstaten willen nu gezamenlijk een norm afspreken. Dat schoot Beieren en Bonn in het verkeerde keelgat. De regering in Bonn wil volgens Rüter een zwaar repressief drugsbeleid, maar kan niets meer doen om dat te bewerkstelligen.

De Beierse conservatief Lintner luidde de noodklok en richtte daarbij zijn pijlen op Nederland. Zolang in Nederland drugs zo overvloedig aanwezig zijn, kan het Duitse beleid niet effectief zijn, zo zei de bewindsman in gesprek met de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Rüter ziet de opmerkingen van Lintner als een omweg om de deelstaten weer in het gareel te krijgen. “Als het Nederlandse drugsbeleid onder het maaiveld wordt getimmerd, krijgen de deelstaten het moeilijker om zelf een progressief drugsbeleid te voeren.”

Bronnen in Bonn melden dat Lintner zich in het verleden altijd begripvol heeft uitgelaten over het Nederlands drugsbeleid, zij het binnenskamers. “Waarschijnlijk wilde Lintner nu een signaal afgeven over het drugsbeleid, om te voorkomen dat zijn stilzwijgen zou worden geduid als toestemmen”, aldus de bron.

Frankrijk, Duitsland en de Benelux zullen in maart overleg voeren over het drugsbeleid. Volgens Rüter hoeft Kok maar één ding te doen: “Hij moet wijzen op de machteloosheid van de Duitse regering die geen invloed meer heeft op het beleid van de deelstaten. Daar geldt een beleid dat soms verder gaat dan hier, en twee van die staten grenzen aan Frankrijk.”

    • Koen Greven