Drie koningen

Niet eens zo lang geleden zag je ze op 6 januari nog: kinderen die langs de huizen gaan, de een met iets van een tulband rond zijn hoofd, de ander met een kroon op en de derde met een zwart gemaakt gezicht.

Terwijl ze fier op rommelpotten slaan, zingen zij van de Drie Koningen die in Bethlehem Jezus Christus geschenken kwamen brengen. Driekoningen, ooit een volksfeest dat de verschijning van Jezus aan de heidense wereld herdenkt, is in ons land zo goed als vergeten. Dat geldt niet voor de oorsprong van het feest. De aanbidding der koningen is nog steeds een van de bekendste episoden uit de bijbel. Op een avond verschijnen in een stal in Bethlehem onverwacht drie koningen uit het oosten. Ze noemen zich Kaspar, Melchior en Balthasar en zij vertellen de verbaasde Jozef en Maria dat een ongewoon heldere ster hen heeft geleid naar de pasgeboren Koning der Joden. Als zij het kindeke Jezus in de kribbe zien, vallen zij in aanbidding op hun knieën en eren het met kostbare geschenken: goud, mirre en wierook. Een ezel en een stier staan erbij en kijken ernaar.

Een mooi tafereel, maar met het oorspronkelijke bijbelse verhaal heeft het niet veel te maken. Het meeste is er in de vroege middeleeuwen bij verzonnen. Mattheüs, de enige evangelist die van de koningen vertelt, noemt niet eens hun aantal, sterker nog, hij heeft het niet over koningen, maar over magïers.

Magiërs waren de priesters van het Zoroastrisme, de godsdienst van de Perzen in die dagen. Ook de Zoroastriërs geloofden in een Messias die het Rijk der Rechtvaardigheid op aarde zou brengen en ook zij dachten dat de geboorte van een groot man of profeet door een heldere ster zou worden aangekondigd. En omdat het Zoroastrisme terugging tot vóór de grote Perzische koningen uit het Oude Testament, neemt men gewoonlijk aan dat Mattheüs vooral een symbolische bedoeling had: een nieuw tijdperk is aangebroken, het oude geloof erkent de nieuwe leer.

Maar was dat wel zo? Zoroastriërs in het dertiende-eeuwse Perzië vertellen de Venetiaanse wereldreiziger Marco Polo een heel ander verhaal: de magiërs bezochten de nieuwgeboren profeet niet om hem te eren, maar om hem te testen. Nam hij het goud, dan was hij een wereldse koning, aanvaardde hij de wierook dan was hij een God en bij de mirre een Genezer. Bij de Zoroastriërs is Jezus er nog lang niet, hij moet eerst maar eens bewijzen of hij echt een profeet is en geen ordinaire koning. Gelukkig loopt het goed met hem af, hij neemt alle drie de giften aan.

De Zoroastriërs brengen de oorspronkelijke betekenis van Mattheüs' Driekoningenlegende aan het licht. Wij zien in mirre vanouds Jezus' dood, Mattheüs' tijdgenoten zagen daarin juist het tegendeel: mirre was leven, geneeskracht en om die reden in de hele heidense wereld heilig en zeker voor de magiërs. Mattheüs had hen niet voor niets als hoofdrolspelers uitgekozen: zij hadden in de antieke wereld ook een naam als geneesheer en het was juist Zoroaster, hun profeet, die het idee van de Messias als Genezer had bedacht en zichzelf als Genezer van Leven profileerde. Mirre had zo voor de magiërs een veel ruimere betekenis dan alleen een relatiegeschenk van geneesheer aan Genezer: zij boden Jezus een puur heidens geschenk aan, een instrument van zijn goddelijke macht over dood en ziekte, een macht die Zoroaster al had en die zij aan Jezus overdroegen. Zo erkenden zij de kracht van het nieuwe geloof.

Mattheüs had er alle belang bij dat zijn publiek geloofde dat de nieuwe Messias een Genezer was: het jonge christendom en de bestaande, heidense godsdiensten waren in een voortdurende strijd met elkaar gewikkeld om de gunst van de gelovigen, voor wie de Messias zonder meer een goddelijke Genezer moest zijn. Het Oude Testament vermeldde geneeskundige kwaliteiten niet als selectiecriterium voor de Messias. Om hieruit een uitweg te vinden bedachten de kerkvaders voor Jezus en zijn leer een nieuw image: Jezus had geen kruiden of mirre nodig zoals de heidense goden, hij kon het alleen wel af, zijn eigen kracht volstond. Het christendom was bovendien geen godsdienst van genezing, maar een van redding en genade. Deze meer spirituele positionering had succes, mirre verloor haar betekenis als symbool voor Jezus' genezende kracht en werd juist het symbool voor zijn dood. Zo verdween in het Westen ook Jezus de Genezer en daarmee de oorspronkelijke betekenis van de Driekoningenlegende.