De Bund

In zijn bespreking van het boek van Henri Minczeles over de vooroorlogse joodse arbeidersorganisatie 'Der Bund' in Oost-Europa schrijft Salvador Bloemgarten in de boekenbijlage van 9 december hoofdzakelijk over deze organisatie in het tsaristische Rusland, tot deze daar in 1918 door de bolsjewieken werd verboden. Slechts de laatste alinea van zijn bespreking handelt over de Bund in Polen, en dan nog voornamelijk als slachtoffer van het fascistische Poolse regime.

De Bund in Polen was veel belangrijker dan uit deze alinea blijkt, vooral tussen de beide wereldoorlogen. Hij nam onder andere deel aan de gemeenteraadsverkiezingen in verschillende steden en een van zijn leiders, Victor Adler, was twintig jaar lang, van 1919 tot 1939, lid van de gemeenteraad van Warschau. De Bund had ook een leidende rol in het Poolse Verbond van Joodse Vakverenigingen, dat in 1939 bijna 500 afdelingen telde met bijna 100.000 leden. Victor Adler en Henryk Ehrlich werden overigens in december 1941 door Stalin omgebracht als 'contrarevolutionairen'. Net als in Rusland was de Bund in Polen vaak verdeeld in een linkervleugel, die aansluiting zocht bij het communisme, en een rechtervleugel, die zich aansloot bij de Poolse Socialistische Partij en bij de Socialistische Internationale. Beide vleugels waren echter eensgezind in hun afwijzing van het zionisme en van het Hebreeuws, en in hun propaganda van het Jiddisj. Dit laatste probeerden zij onder meer te bevorderen door het stichten van jiddiahe scholen en voor volwassenen van jiddische toneelverenigingen. Ook waren zij fel gekeerd tegen de joodse godsdienst.

Ook in Nederland heeft de Bund, indirect, invloed gehad. De joodse sociaal-democraten in Nederland, noch de joodse communisten, hadden ooit enige belangstelling voor het Jiddisj: Henri Polak, de grote vakbondsleider, was zelfs een Nederlands 'taal-purist'. Echter, een aantal joodse immigranten uit Polen, die daar lid waren geweest van de Bund, richtten in Amsterdam in het begin der jaren twintig de 'Joods Culturele Kring Sj. Anski' op, genoemd naar de Russisch-Pools Jiddisje auteur Sj. Anski, waarvan de taal Jiddisj was. Regelmatig gaven zij, voor eigen publiek, amateur-toneeluitvoeringen in het Jiddisj en uitvoeringen van Jiddisje liederen. Ook was er een bibliotheek van voornamelijk Jiddisje boeken, in de jaren dertig gevestigd op Nieuwe Achtergracht 13.

Eén der oprichters van 'Sj. Anski' was I. Rafalowicz die samen met zijn vrouw - beiden zijn pas kortgeleden overleden - ook na de oorlog deze vereniging poogde voort te zetten. Hoewel Sj. Anski, bij gebrek aan leden, al verscheidene jaren geleden is opgeheven, reikt zijn invloed, en indirect dus die van de Bund, in Nederland nog heden ten dage door.

    • Henriëtte Boas