De bereidheid om bang te zijn

Het is een woord dat bij deze tijd van het jaar hoort: heilig. Helemaal geen moeilijk woord, men kan het jaren in allerlei vormen uitspreken zonder er iets bij te denken.

Heilige nacht. Heiligdom. Een heilige. Er horen eerder plaatsen en jaargetijden bij dan zoiets als een betekenis. En voorzover het woord heilig buiten een religieuze contekst gebruikt wordt, is het bijna vanzelf 'schijnheilig' gaan betekenen. Heilig is een beetje te veel van het goede. Wie het toch gebruikt wekt zelfs makkelijk enige ergernis, want heilig, dat is iets dat zich aan argumentatie en redelijkheid onttrekt. Wat nou heilig - uitleg! Maar met uitleg kom je nooit terecht bij heilig.

Tijdens Kerstmis kwam op een avond een gezangenboek ter tafel en begon men melodieën uit het verleden te zingen. Niets aan de hand. Tot ineens een van de deelnemers 'Ere zij God' inzette. “Nee”, zei een ander. “Dat mag je niet zomaar zingen. Dat is een heilig lied.” Ah! Iemand die niet alleen nog wist wat het betekende, maar die het ook nog kon voelen.

Daar paste geen vraag om uitleg, dat was wel duidelijk. Die uitspraak maakte eerder jaloers. Misschien is dat altijd wel zo als iets heilig verklaard wordt. Dat sluit buiten, en wakkert dus de behoefte aan om met geweld binnen te dringen. Het is moeilijk om, stuitend op iets dat men 'heilig' noemt, zich helemaal aan de regels te houden, om niet de hand te willen leggen op wat niet aangeraakt mag worden. Oude tempels, waar in de brokstukken nog het onbetreedbare gedeelte is terug te vinden, lokken uit tot juist het betreden van dat ooit verboden want heilige gebied. Het heilige vraagt bijna om schennis - niet uit brutaliteit of gebrek aan respect, maar uit verlangen om er deel aan te krijgen. Wie weet zou er iets duidelijk worden als men toch achter het altaar ging staan, toch de voorhang opzij scheurde, de sarcofaag openmaakte, het wijwater opdronk, de onuitsprekelijke naam uitsprak. Misschien zou je dan voelen wat er zo heilig was, juist door het niet heilig te vinden. Misschien zou de hemel zich openen - desnoods in toorn.

Wat heilig is moet ontzag wekken, en misschien zelfs meer dan dat. Het heilige heeft betrekking op het goddelijke en moet dus iets van het verschrikkelijke en onaanraakbare in zich bergen. De aanblik van de goden hoort voor mensen immers onverdraaglijk te zijn. Zeus veranderde zich steeds in gouden regens, stieren of zwanen omdat, als hij dat niet zou doen, de te veroveren vrouw zou verbranden door zijn aanblik. De discipelen die getuige waren van de transfiguratie van Christus waren dodelijk beangst. De apostel Johannes viel als dood neer toen hij de stem uit de hemel hoorde. Tè dicht kan men een god niet naderen.

Maar hoe verder een geloof van de beschouwer afstaat, hoe minder angstaanjagend het is. De reclamejongens van Hij hebben vast geen grote vreze gevoeld toen ze een moderne Christus ontwierpen die de mensen moest verleiden tot het kopen van een overhemd met opstaand boordje - voor hen was dat een plaatje met net dat licht pikante dat het overschrijden van een grens veroorzaakt. Wellicht hangen ze hun model met Pasen doodleuk aan het kruis en knopen hem een geestige stropdas om de lendenen: “Hij heeft u niet verlaten”. Toch heeft het iets uitdagends, bijna op een kinderlijke manier: “Kijk, ik doe het toch, en wat gebeurt er nu?” Niet veel. De reclamecodecommissie zegt dat zoiets niet van erg goede smaak getuigt. Maar de vurige afgrond heeft zich niet geopend.

Terwijl dat misschien wel is wat we zouden willen. In Trouw werd enige tijd geleden de vraag opgeworpen of wij de natuur anders zouden behandelen als we weer in staat zouden zijn haar als heilig te beschouwen. Echt heilig: onaanraakbaar, angstaanjagend. Maar, zo schreef de auteur, “het heilige is niet los verkrijgbaar”. Je kunt iets niet zomaar in het wilde weg heilig noemen, daar hoort een heel systeem bij, een cultuur, een opvatting. En de bereidheid om bang te zijn, ook al volgt er niet meteen een vreselijke straf. Het zal dus wel niet gaan, sommige dingen weer heilig verklaren en ze daardoor bewaren. Wie niet bang is, kan alles doen. Die gaat gewoon onbevreesd naar Hij om zo'n overhemd te kopen.

    • Marjoleine de Vos