D66 heeft meer te bieden dan haar 'kroonjuwelen'

De Amsterdamse socioloog Jan Godschalk tracht in zijn bijdrage aan de opiniepagina van NRC Handelsblad van 28 december de stelling te onderbouwen dat D66 zou kunnen ontploffen omdat “vernieuwing van het politieke systeem eigenlijk niet aan de orde is”.

Opheffing van D66 zou bijdragen aan “verlinksing” van de VVD en zou de PvdA tot een pragmatischer koers kunnen brengen. Dat komt mooi uit want, aldus Godschalk, ideologieën ter linker- en ter rechterzijde zijn “uit” en nationale regeringen hebben toch al minder politieke macht dan vroeger. Politieke keuzes zijn er bijna niet meer.

Godschalks stelling doet vreemd aan nu eindelijk, na dertig jaar, enkele onderdelen van ons politieke bestel rijp lijken voor verandering: invoering van het correctief referendum als aanvulling op de traditionele parlementaire democratie, invoering van een vorm van districtenstelsel in aanvulling op het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, stappen op weg naar de verkiezing in plaats van de benoeming van belangrijke politieke gezagsdragers zoals de burgemeester en een versterkte invloed van de kiezer op de regeringsvorming en de keuze van de minister-president.

Nu de wel zeer langdurige discussie over de modernisering van ons politieke systeem over lijkt te gaan in besluitvorming op basis van de voorstellen van het paarse kabinet, is het bizar D66 te willen laten ontploffen juist op grond van het argument dat vernieuwing van dat systeem niet aan de orde is.

Net zo min als de veranderingen in het politieke bestel de uitsluitende verdienste, of het monopolie, zijn van D66 (met name in de PvdA staat het denken niet stil), is het juist te stellen dat het bestaansrecht van D66 alleen gebaseerd is op het dossier staatsrechtelijke vernieuwing. Weliswaar is dit gedachtengoed het 'kroonjuweel' van de partij - en zeker een belangrijk deel van de reden van haar oprichting - maar er zijn wel meer terreinen aan te geven op grond waarvan een voortbestaan van D66 niet alleen wenselijk, maar ook logisch is.

Voorbeelden daarvan zijn de relatie economie-ecologie en de verhouding tussen overheid en markt bij uiteenlopende dossiers als gezondheidszorg, sociale zekerheid en de inrichting van ons economisch bestel.

Ook een 'herijkt' en 'ontschot' buitenlands beleid in de brede zin van het woord is zo'n vitaal onderdeel. Allemaal onderwerpen die, het zij herhaald, niet een chasse gardée zijn voor D66, maar die wel liggen op terreinen waar zij als niet-socialistische, vooruitstrevende partij veel te bieden heeft.

En, om Godschalks punt van de wegvallende ideologieën op te pakken, zou het niet een voordeel kunnen zijn om een politieke partij te hebben die geen oude ideologische veren hoeft af te schudden en die juist de combinatie van markt en overheid, van liberaal en sociaal in zich verenigt?

Waarmee níet gezegd wil zijn dat PvdA en VVD dan maar zouden moeten ontploffen, maar wèl dat een zekere hergroepering van het politieke landschap, juist door de verminderde betekenis van ideologie en traditionele partijpolitieke steun, denkbaar is.

De toekomstperspectieven van het CDA, thans in een overgangsfase, zijn daarbij ook van belang. Godschalk gaat in zijn beschouwing, ijverend voor een grote middenmoot in de Nederlandse politiek bestaande uit een linksere VVD en een rechtsere PvdA, aan deze partij voorbij. En dat terwijl een groot deel van het politieke debat in de komende jaren zich zal richten op kwesties die te maken hebben met normstelling door de overheid en andere immateriële kwesties (euthanasie, criminaliteit, medisch-ethisch handelen, individualisering versus socialisering), kwesties overigens waar D66 zich, naast het CDA, als partij met duidelijke keuzes heeft gemanifesteerd.

Het is eigenlijk te gek voor woorden dat een welhaast apologetische beschouwing nodig is om de onzin van Godschalks betoog te weerleggen. Laat deze socioloog zich bij zijn leest houden en niet met Daniel Bell en Francis Fukuyama in de hand het eind van D66 profeteren. Daarvoor staat deze partij te stevig in het Nederlandse politieke landschap.