Controleur op tram lacht om officiëel aantal zwartrijders

Controleurs en bestuurders op de Amsterdamse tram kunnen nauwelijks geloven dat één op de acht passagiers zwartrijdt. Volgens hen drukt het vervoerbedrijf stelselmatig de statistieken.

AMSTERDAM, 6 JAN. Heel af en toe maar rinkelt het belletje van de stempelmachine. Rijdend van West naar het centrum van Amsterdam raakt tram 14 gestaag overvol. Zo'n 140, 150 passagiers stappen in tussen Slotermeer en de Dam - 16 van hen stempelen hun strippenkaart af. Zou iedereen verder een abonnement hebben? “Een zelfgefabriceerd abonnement, dat met plakband aan elkaar hangt - ja, dat komen we vaak tegen”, aldus een controleur.

Hij lacht om de officiële cijfers van zijn bedrijf: 14,1 procent van de passagiers zou zwart meerijden op trams zonder vaste conducteur. Op de lijnen met conducteur zou dat percentage iets hoger dan één liggen. Verscheidene controleurs en bestuurders zeggen, onafhankelijk van elkaar, dat het Gemeentevervoerbedrijf (GVB) bewust en stelselmatig de statistieken van zwartrijden drukt - om de hoogte van de rijkssubsidie niet in gevaar te brengen. Zij schatten op basis van hun eigen ervaring het aantal zwartrijders op de trams gemiddeld op 40 à 50 procent. De Amsterdamse trams vervoeren jaarlijks ruim 140 miljoen passagiers.

Volgens een woordvoerder van het GVB is een te hoog percentage zwartrijders inderdaad ongunstig voor bekostiging van de exploitatie. Van rijkswege zijn normen voor het geaccepteerde aantal zwartrijders vastgesteld: één procent voor het 'gesloten' systeem (met vaste conducteur) en vijf procent voor het 'open' systeem (met ambulante controleteams). Komt het vervoerbedrijf boven die normen, dan vermindert volgens hem de rijksbijdrage.

Tweederde van de 617 miljoen gulden die het GVB in 1994 verdiende kwam van het rijk. De rest komt uit de verkoop van vervoerbewijzen, die volgens een landelijke sleutel worden verdeeld.

De woordvoerder van het GVB 'ontkent niet' dat het percentage zwartrijders hoger kan liggen dan de 14,1 procent die in het jaarverslag van 1994 staat. Volgens hem is het verschil wellicht te verklaren uit de controlemethodiek.

In Amsterdam rijden op vijf tramlijnen vaste conducteurs mee. De passagiers mogen hier alleen door de achterste deur instappen en moeten langs het hokje van de conducteur.

Pag.2: Kans op betaling van boete is zeer gering

De andere lijnen worden steekproefgewijs gecontroleerd door twaalf ploegen van vier tot zes controleurs.

In de maand november heeft het GVB met richtlijnen van het ministerie een serie scherpe controles uitgevoerd. Een tram wordt dan tussen twee haltes stilgezet, door de drie ingangen komen twaalf controleurs binnen. De deuren gaan dicht, stempelmachines uit - “en dan schrijf je je wezenloos”, aldus een controleur. Drie, vier zwartrijders per controleur, op een tram met 90 à 100 passagiers. “Als je dan later leest dat het percentage zwartrijders officeel 14 is, dan stuiter je van je stoel af.” De controleurs willen niet met hun naam in de krant, omdat collega's daar in het verleden problemen mee zouden hebben gekregen.

Volgens controleurs wil de directie dat ze het zwartrijders niet al te moeilijk maken: “Onze baas heeft liever niet dat we de vluchtwegen afsnijden voor zwartrijders. Officieel om agressie te voorkomen.” Dus stappen ze voorin de tram op, maken zich bekend en controleren zich langzaam een weg naar achteren. Elke zwartrijder heeft de kans zich uit de voeten te maken, en zo schieten hele families bij de volgende halte de tram uit.

Het maakt de controleurs ook niet meer uit. De meeste zwartrijders die ze beboeten, kunnen of willen toch niet betalen en krijgen dan een proces-verbaal, waarvoor ze zich moeten identificeren. Als ze dat niet kunnen, kan de controleur hen meenemen naar het politiebureau. Volgens een controleur heeft de directie dat streng ontraden wegens de tijd die dat kost. “We moeten de zwartrijder nu op zijn woord geloven als ze een naam noemen.”

Maar zelfs als op het politiebureau proces-verbaal is opgemaakt, is de kans gering dat de zwartrijder ooit betaalt. “Voor justitie heeft deze vorm van kleine criminaliteit geen prioriteit”, aldus de woordvoerder van het GVB. Zo verdwijnen nogal wat zwartrijders in de prullenbak van het overbelaste apparaat. Volgens hem wil het GVB met het openbaar ministerie afspraken te maken om “dit sluipend kwaad” aan te pakken.

Het tracé van lijn 14 is berucht bij trambestuurders. Volgens hen wordt deze lijn, met de meeste zwartrijders, nooit gecontroleerd. “Behalve als er niemand inzit, op zondagmorgen.” Ook hier speelt de angst voor agressie een rol. Lijn 13, die deels hetzelfde tracé volgt, heeft sinds kort een conducteur. Die merkt hoe de reizigers bij de haltes blijven wachten op lijn 14, om niet te hoeven betalen. In het jaarsverslag constateert het GVB dat een “erkende zwartrijderslijn die conducteurslijn wordt, in eerste instantie zo'n twintig procent van zijn passagiers kan verliezen”. In maart 1998 moeten alle Amsterdamse trams van een conducteur zijn voorzien.